30 april 2026

Een doos bolknakken (column, 2026)

 

Uitgever worden (1)



(Door Peter de Zwaan) 

Een vraag die ik tientallen keren heb gekregen is: ‘Ik wil mijn eigen boeken uitgeven, hoe pak ik dat aan.’

Het antwoord is samen te vatten in één woord: afzet. Het woord verkoop mag ook, of omzet. De drie woorden komen op hetzelfde neer.

Bekijk goed, beter, best hoe groot je achterban is. Niet je familie. Tante Ko wil natuurlijk een boek en ze zal het prachtig vinden, ze wil er alleen liever niet voor betalen, want familie betaalt geen familie. Je brengt haar een boek, ze zegt: ‘O, wat enig, lieverd, dank je wel’ en dat was het dan. Ome Kees wil wel betalen, maar hij moet worden opgepord met een fles drank of een doos bolknakken.

Vrienden, daar kun je wat aan hebben, maar ik heb het dan wel over de Facebook-en-andere-social-media-vrienden. Als je ze polst met de vraag of ze jouw boek willen kopen, zal het aantal ‘ja’s’ groot zijn en als je ze een beetje kent, weet je ongeveer hoeveel er af gaan vallen.

Weet je bijna zeker dat je 250 boeken zult slijten, probeer het dan. Zijn het er minder dan 250: niet doen, beslist niet doen, ervaring heeft me geleerd dat je minimaal 250 boeken moet verkopen om uit de kosten te komen.

Als ik het heb over 250, dan ga ik er wel van uit dat je weet wat kostenbeheersing is.

Als je het omslag door iemand laat maken die daar graag voor betaald wil worden, dan kunnen het maar zo 300 boeken worden voor je het punt break even bereikt. De corrector en de vormgever willen ook graag geld en bovendien is de verleiding groot om andere werkzaamheden waar je geen zin in hebt ook af te schuiven: het zoeken van een drukker, het kopen van dozen en enveloppen om de boeken in te versturen, het aanschaffen van etiketten, inkt en een ongelooflijke stoot postzegels. Als je die zaken uitbesteedt, heb je misschien 500 boeken nodig om uit de kosten te komen. Je kunt dus maar beter zelf aan de slag.

Is dat erg? Nou en of, want het houdt je af van het schrijven en daar was het toch allemaal om begonnen. Wat je nodig hebt, is een partner voor al het werk dat jij niet wil doen en dat is in mijn geval vrijwel alles behalve schrijven. Moeder, schoondochter, tante, het maakt niet uit, als het maar partnert. Zoek iemand die doortastend is en hardnekkig, om die reden heb ik niet genoemd: vader, schoonzoon of oom, ze haken te snel af.

Heb je zo’n partner niet, begin dan niet aan het zelf uitgeven: je werkt jezelf in de problemen, kunt nooit meer op vakantie en bent waarschijnlijk gedwongen in de nachtelijke uren kantoren schoon te maken.

Oké, de partner is er. Maar nog geen drukker. Doe niet zoals ik die vond dat een Nederlands boek in Nederland gedrukt moest worden. Mijn allereerste boek werd, meer dan 50 jaar geleden, uitgegeven door De Fontein die het liet drukken in het toenmalige Tsjecho-Slowakije. Er zijn veel drukkers in Nederland, maar in het buitenland, vooral Polen, zijn ze goedkoper en, ik moet het bekennen: vaak beter.

De drukker wil weten hoeveel boeken hij moet drukken, op welk papier, op welk formaat en met wat voor omslag. Hij wil ook weten of je print wilt of offset. Er zit verschil in, maar tegenwoordig is dat niet veel en wie niet weet waar hij op letten moet, ziet geen onderscheid. Hou voor ogen: kleine aantallen moet je laten printen, grotere aantallen (meestal boven de 700 of 800) moet je laten drukken, want anders ben je te duur uit.

Zeg tegen de drukker dat hij de boeken niet moet leveren in pakken van meer dan 22 kilo. Ik was dat vorig jaar vergeten en reken maar dat de fysiotherapeut blij was met mijn rug. Spreek zorgvuldig de datum van bezorging af en ga bij de voordeur zitten tot de auto van de drukker komt voorrijden. Terwijl je wacht, denk je na over een naam, want als een chauffeur met spierballen boeken heeft neergezet ben je ineens echt een uitgever en elke uitgeverij heeft een naam. Elke naam is goed, het kan niemand iets schelen, maar blijf af van Zwarte Zwaan want die is van mij. 

Deze column is ook te lezen op de website www.peterdezwaan.nl

Geen opmerkingen: