02 november 2012

Plaat van de maand (31)

De Spanningsblog besteedt met recensies, interviews en nieuws voornamelijk aandacht aan de hedendaagse thriller en de auteurs daarvan: Louis Van Dievel, Dennis Lehane, Michael Robotham, Jo Nesbø, noem maar op. De vroege Nederlandse misdaadroman is op deze site een ondergeschoven kindje. Maar verzamelaar Wim van Eyle biedt uitkomst. Zijn rijke collectie aanschouwend richt Van Eyle eens per maand de schijnwerper op het werk van een - soms vergeten - Nederlandse misdaadschrijver uit vroeger tijden. Vandaag de eenendertigste aflevering uit de serie Plaat van de maand. Over Ted O. Sickens, de man die...


HELD EN VEELZIJDIG AUTEUR

(Door Wim van Eyle)

Ted O. Sickens (bij de laatste twee boeken was het Ted O' Sickens) was het pseudoniem van Theodor Oscar Louis Sikkens, geboren in Amsterdam op 9-8-1910, overleden in Italië in 1979.

Toen hij in de jaren dertig geld moest gaan verdienen voor zijn moeder en zusje (zijn ouders waren gescheiden) begon hij te schrijven. In eerste instantie korte stukjes voor kranten als Het Parool, De Telegraaf (voor de oorlog), tijdschriften en radiobladen. Dat ging hem heel goed af en omdat er toch geen geld was om te gaan studeren besloot hij van het schrijven zijn beroep te maken.

Hij schreef met veel humor, kort en krachtig, zodat het niet verwonderlijk was dat ook een aantal reclamebureaus van zijn diensten gebruik maakte. In 1940 verscheen zijn eerste roman, het deels auto-biografische 'Zij kwamen in de lente'. Hij schreef reisverhalen met eigen foto's omdat hij nogal eens over de grens kwam. Dat was te danken aan zijn uitstekende sportprestaties: op de ski, zwemmen en vooral tennis (hij won onder andere het Belgisch Open Kampioenschap in Malmedy).


Sickens was niet alleen een talentvol fotograaf. Hij schilderde, tekende, speelde uitstekend piano en verder schreef hij af en toe ook nog muziekrecensies. Een kerstverhaal van zijn hand werd in 52 (!) talen vertaald. Hij schreef veel in het Engels en publiceerde nogal wat in Amerikaanse magazines als Colliers, The Saturday Evening Post, Life. Dat betaalde goed en de auteur en zijn familie konden er jarenlang ruim van leven.

In 1941 verscheen zijn eerste echte misdaadroman 'Loetje en de Gentleman in De jacht op de baby, een jaar later gevolgd door 'De man die een paar maal vermoord was' (cover van J.F. Doeve).


Daarna slokte de oorlog hem op. Hij ging in het verzet en redde een zeer groot aantal Joodse medeburgers het leven. Maar dit ging hem niet in de koude kleren zitten. Als gevolg van de psychische spanningen kwam hij nauwelijks meer aan schrijven toe en leefde hij na de oorlog van de copyrights.

Pas in 1954 lukte het hem weer een goed misdaadboek te schrijven, 'De man die de sleutel had', en daarna in 1956 'De man die er niet was'. Daar bleef het bij wat de romans betreft, af en toe zag nog een kort verhaal het licht.

Opvallend was wel dat hij in zijn misdaadboeken een opvallende hoofdfiguur had, professor Ulyssus P. Bibber, een doctor in de filosofie, die helemaal niet van misdaad hield maar de moeilijkste problemen toch vanuit een stil hoekje reconstrueerde, analyseerde en ze ook nog oploste.




De laatste jaren van zijn leven woonde Sikkens teruggetrokken met vrouw en kinderen hoog in de Italiaanse Dolomieten, waar hij in 1979 het leven liet.

Zijn boeken:

1. 'Zij kwamen in de lente' (1940, A.J.G. Strengholt)
2. 'Loetje en de Gentleman in De jacht op een baby' (1941, Uitgeverij West-Friesland) (op de harde cover staat 'Loetje en de Gentleman op jacht naar een baby')
3. 'De man die 'n paar maal vermoord was' (1942, A.J.G. Strengholt)
4. 'De man die de sleutel had' (1954, A.J.G. Strengholt, de Widétet-reeks nummer 4)
5. 'De man die er niet was' (1956, A.J.G. Strengholt, de Widétet-reeks nummer 10)

(Bronnen: Wim van Eyle, Ed Sikkens, Alwin van Ee)

Geen opmerkingen: