Posts tonen met het label Thrillerrecensies van andere collega's. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thrillerrecensies van andere collega's. Alle posts tonen

17 oktober 2017

Camilla Läckberg - Heks (2017)

Openlijke en onderhuidse haat


(Door Marjolijn de Cocq)

Een vierjarig meisje verdwijnt van een boerderij. Het lijkt de echo van een andere verdwijning, dertig jaar eerder, van een ander vierjarig meisje.


Maar er echoot meer uit het verleden in Heks, het tiende deel in de Fjällbackaserie van Camilla Läckberg. De Zweedse thrillerschrijfster switcht in wat eigenlijk twee thrillers ineen is tussen de historische heksenjachten en de Zweedse actualiteit.

Centraal staan wederom rechercheur Patrik Hedström, die de nieuwe verdwijning op zijn bordje krijgt, en zijn vrouw Erica Falck, die werkt aan een boek rondom de eerdere verdwijning - die uitmondde in een moordzaak tegen twee jonge meisjes die schuld hadden bekend.

Een van die meisjes, inmiddels getrouwd en moeder van een zoon, is teruggekeerd naar Fjällbacka - en toevallig juist die week is het andere meisje, nu een internationaal gevierde filmster, terug in de omgeving voor opnamen van een film over Ingrid Bergman. De kernvraag, maar natuurlijk: hebben de zaken uit heden en verleden verband met elkaar?

Met de standaard-foute, zijn eigen team in de wielen rijdende bulderinspecteur zijn alle ingrediënten voor een 'lekkere' thriller in stelling. Maar wat Heks zoveel meer maakt dan zomaar lekker, is Läckbergs durf om nog veel meer uit de Zweedse actualiteit te halen.

De openlijke haat van bewoners tegen de asielzoekers die vlakbij worden opgevangen - de goede bedoelingen van anderen ten spijt - die afschuwelijk ontspoort als een vluchteling wordt aangewezen als schuldige in de verdwijningszaak.

Gaandeweg sijpelt ook steeds meer de onderhuidse haat door, die ongezien aanzwelt, die onopgemerkt wordt gevoed; met als gevolg een tragedie waarbij iedereen met lege handen achterblijft en hooguit de inkeer van de bulderinspecteur tot goede afloop kan worden gerekend. Heksenjachten, ze zijn van alle tijden.

Camilla Läckberg - Heks. Uitgeverij Ambo|Anthos, 656 pag.

Bron: Het Parool. Bespreking geplaatst met toestemming van de recensent.

19 februari 2015

Samuel Bjørk - Ik reis alleen (2015)

Nesbø hoeft niet bang te zijn



(Door Remko Meddeler)

Scandinavische thrillers doen het goed in Nederland. Omdat hun kille, ruige en weidse landschappen tot onze verbeelding spreken? Omdat we ons enigszins kunnen vinden in de introverte noorderling die (dus) soms tot extreme wandaden komt? Of gewoon omdat Scandinaviërs goede vertellers zijn? Hoe dan ook, als een Noorse nieuwkomer nadert, wordt er door de uitgever volop vergeleken. Zo is Samuel Bjørks 'Ik reis alleen' ‘voor de liefhebbers van Lars Kepler en Jussi Adler-Olsen’ en moet de prijswinnende Jo Nesbø zelfs ‘oppassen’ om niet van zijn bestsellerstroon te worden gestoten. Zo’n vaart zal het niet lopen, want hoewel Bjørk een knappe verhalenpuzzel op papier zette, keek hij net te veel naar z’n misdaadschrijvende collega’s om verrassend en origineel genoeg te zijn voor een bovengemiddelde score.

In Ik reis alleen wordt de rol van de ietwat gezette, humeurige hoofdspeurder-zonder-veel-autoriteitsgevoel dit keer gespeeld door Holger Munch. Zijn pittige partner is Mia Krüger, die kampt met zowel een flinke depressie als een duister verleden. Samen gaan ze op zoek naar een gestoorde misdadiger die het heeft voorzien op zesjarige meisjes door ze her en der in de omgeving van Oslo met poppenkleren aan in bomen op te hangen. De zaak komt benauwend dichtbij als de kleindochter van Munch verdwijnt. En natuurlijk komt ook dat duistere verleden van Krüger van pas voor een boeiende want persoonlijke draai in het verhaal.

Dingen die ‘van pas komen’, die moet je op z’n minst goed verstoppen in een thriller. Dat is Samuel Bjørk lang niet overal gelukt. Natuurlijk krijgt de agente die in het begin haar einde voelt naderen, nog een moeilijke zaak op te lossen. Uiteraard haalt de zojuist geïntroduceerde computernerd dat belangrijke, maar onfortuinlijk gewiste bestand terug. En dat zowel Munchs kleindochter als moeder in alle naargeestigheid betrokken wordt, zie je al vroeg aankomen. Het is knap van de soms wat uitleggerige Bjørk dat hij veel van de talloze verhaallijnen en -lijntjes uiteindelijk netjes aan elkaar weet te knopen, maar hier en daar had er best een kunnen sneuvelen. Dan had hij ruimte gehad voor meer van die mooie, overtuigende passages over de innerlijke strijd van Mia, de gekte in het hoofd van de moordenaar en de paniekerige verwondering van een zesjarige in een afgesloten ruimte. Nu is Ik reis alleen een boek geworden dat vermaakt, maar net te veel is zoals andere scandi-thrillers waren. Daar hoeft Nesbø dus niet bang voor te zijn.

Samuel Bjørk - Ik reis alleen. Vertaling: Renee Vink. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 400 pag., € 16,99. ISBN: 978 90 2456 555 9.

29 augustus 2014

Mo Hayder - Wolf (2014)

Typisch Hayder


(Door Remko Meddeler)

De Wandelaar is terug!

Daarmee is Wolf eigenlijk al voldoende aangeprezen. Want de Wandelaar, die in alle minus één Caffery-boeken van Mo Hayder voorkomt, is een prachtig ongrijpbare zwerver die doorgaans onzichtbaar is omdat ‘hij zich kleedt in de kleuren van het land’. Alleen inspecteur Jack Caffery lijkt bij machte zijn vriend te vinden, maar alleen als de landloper gevonden wíl worden… Afijn, aldus geschiedt in deze zevende Caffery-titel en dan blijkt dat de Wandelaar meer weet over iets waar de speurder al zijn hele leven naar speurt. Het zet niet veel later hun vriendschap onder dermate grote druk dat deze lijkt te bezwijken.

Ondertussen gebeuren er rare dingen in en om een afgelegen landhuis waar het door ongeluk geteisterde gezin Anchor-Ferrers wordt geconfronteerd met spoken uit het verleden. Gelukkig staat al snel de politie voor de deur. Té snel. Want niemand heeft hen gebeld… Wat volgt is een bizar en dus typisch Hayder-verhaal, waarin werkelijk niets is wat het lijkt en vrijwel niemand doet wat-ie behoort te doen. Heerlijk! Maar het vereist een immens grote vertelvaardigheid, waarvan Hayder veel heeft, maar net niet voldoende om een boek zonder rafelranden af te leveren.


Zo is het mooi om pas betrekkelijk laat de link tussen de proloog en de rest van het verhaal te ontdekken. Maar juist omdat de lezer hier even fijn over peinst, komen er vragen op met onbevredigende antwoorden. O, dus daarom deden ze dat! O, dus zo is de link tussen Caffery, de Wandelaar en de Anchor-Ferrers gelegd! Maar waarom doet de slimme en onverschrokken Caffery dan dit en niet dat? En die ene boef, is die niet ietwat te soft om voor meedogenloos door te gaan? Jammer allemaal, maar desondanks knap dat Wolf een boek is geworden dat moeilijk weg te leggen is. Hayder is wederom virtuoos in dialogen en cliffhangers. De ontmoeting tussen Jack en Cheryl is er een om in te lijsten. En is het niet schier onmogelijk te stoppen met lezen als een gemartelde gevangene in kansloze positie aan de martelende boeven haar excuses fluistert met de woorden ‘het spijt me… het spijt me dat het allemaal verkeerd loopt voor jullie’? Hopelijk lukt het Hayder om in de volgende ‘Caffery’ alle plooien glad te strijken. Haar bizarre fantasieën verdienen het. Haar lezers ook.

Mo Hayder - Wolf. Vertaling: Yolande Ligterink. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 368 pag.

21 februari 2013

James Thompson - Engelen van sneeuw (2012)


KOUWE DRUKTE

(Door Monique Brandt)

Heel veel donkerder krijg je ze niet, op thrillergebied. En de omstandigheden waarin 'Engelen van Sneeuw' van de in Helsinki woonachtige Amerikaan James Thompson zich afspeelt, zijn ook al onwaarschijnlijk bar.

Plaats van handeling: Noord-Finland, te midden van ruige natuur, waar tot na kerstmis geen straal daglicht te bekennen valt, maar het wel snel een graadje of dertig, veertig vriest. Per hoofd van de bevolking is het aantal moorden net zo hoog als in grote Amerikaanse steden. Verderop in het boek begin je ze steeds beter te snappen, de bewoners die zich massaal vergrijpen aan (medicinale) alcohol en zich, geplaagd door depressie, als lemmingen in de dood storten. Je zou er als lezer haast dorst van krijgen.

Hoe dan ook, hier moet inspecteur Kaari Vaara zijn werk doen, tussen volk dat zich traditioneel weinig aantrekt van wetten en regels. Hij wordt op de proef gesteld bij de vondst van een wreed afgeslacht filmsterretje, een beeldschone Somalische immigrante, die zwaar verminkt in een sneeuwveld wordt gevonden. Eerste verdachte is nota bene de gehate vriend van Kaari's ex-vrouw, die een affaire had met de Somalische. En zijn duistere relaties bleken ook al met haar te maken hebben gehad.

Langzaam ontdekt de lezer wat Kaari allang weet: het stille dorp vlakbij de poolcirkel blijkt een nest schorpioenen te herbergen. De persoonlijke betrokkenheid van Kaari blijft niet beperkt tot de link met zijn ex. De zaak brengt hem terug naar zijn eigen verleden en trekt ook een collega mee de ellende in.

Dat het boek ondanks het inktzwarte decor onder het noorderlicht, toch blijft boeien, mag een prestatie van formaat worden genoemd. Het debuut van Thompson uit 2009 werd niet voor niets met veel lof onthaald. Thompson schetst subtiel en geloofwaardig een eigenaardige, ijzige wereld waar de inwoners geheel op zichzelf zijn teruggeworpen en geen greintje menselijke warmte is te bespeuren. Desondanks vormen al die merkwaardige personages samen toch een soort van gemeenschap, die, zo disfunctioneel als-ie is, toch zoveel gevoel van eenheid geeft, dat de bewoners niet wegtrekken. En ook als lezer zou je er, ondanks de extreme kou, maar wat graag eens terugkeren. Wij kunnen niet wachten tot de opvolger, 'Tranen van Lucifer', arriveert.

James Thompson – Engelen van sneeuw. Vertaling: Peter de Rijk. Uitgeverij Karakter, 280 pag.

12 februari 2013

Corine Hartman - Bloedlijn (2013)

Start van een veelbelovende reeks



(Door Sonja de Jong)

Ze snuift coke, is dol op kinky seks en gaat een flinke portie geweld bij het vangen van boeven niet uit de weg. Met politievrouw Jessica Haider heeft Corine Hartman een hoofdpersoon van Amerikaanse allure gecreëerd, die tegen de achtergrond van het oer-Nederlandse stadje Thorn (Limburg) avonturen van Amerikaanse heftigheid beleeft. 'Bloedlijn' is het eerste deel van een veelbelovende reeks, die het etiket 'vrouwenthriller' verre ontstijgt.

Haider is gescheiden, ziet haar werk als haar levensvervulling en zet bij wijze van hobby graag dode dieren op. Een half jaar geleden is haar 16-jarige zoon Nick op gruwelijke wijze om het leven gebracht door een uit de gevangenis ontsnapte psychopathische seriemoordenaar, als wraak voor het feit dat Haider hem jaren geleden achter de tralies wist te krijgen.

Na zes maanden rust hervat zij haar werk en wordt belast met het onderzoek naar de verdachte zelfmoord van een 16-jarig meisje. Maar precies op dat moment meldt de moordenaar van Nick zich opeens weer. Hij blijkt nu Haiders ex ontvoerd te hebben en dreigt ook hem te doden. In haar dooie eentje besluit de politievrouw de strijd met de psychopaat aan te gaan, terwijl ook de zelfmoordzaak steeds dramatischer vormen aanneemt. Dan duikt ook nog een oude vriend op die haar voorstelt lid te worden van een Europese organisatie die meedogenloos 'gerechtigheid' voltrekt aan misdadigers die aan de wet dreigen te ontsnappen.

Het idee van de politiefunctionaris die zelf moordenaar wordt, is sinds 'Dexter' niet origineel meer. Maar Hartman weet er toch een heel nieuwe draai aan te geven. Bovendien tovert zij op de laatste bladzijden van 'Bloedlijn' nog een verrassende wending uit haar mouw.

Corine Hartman - Bloedlijn. Uitgeverij Karakter, 280 pag. (boek verschijnt 14 februari)

James Thompson - Engelen van sneeuw (2012); Antti Tuomainen - De genezer (2013)


Goed en fout liggen dicht bij elkaar



(Door Sonja de Jong)

Ze spelen zich allebei af in Finland en het verhaal vindt in beide boeken plaats gedurende de donkerste dagen voor Kerst. Zelfs de omslagen lijken wel wat op elkaar. Maar voor het overige is er geen groter verschil denkbaar dan dat tussen 'Engelen van sneeuw' van de Amerikaans-Finse James Thompson en 'De genezer' van Antti Tuomainen.

'De genezer', het debuut van Tuomainen, speelt zich af in de nabije toekomst. Als gevolg van klimaatverandering en onverantwoord omgaan met grond- en voedingsstoffen, is de wereld een desolaat oord geworden, vol overstromingen, epidemieën en egoïsme. Een onbekende, die zich de Genezer noemt, moordt in Finland ondertussen op meedogenloze wijze zakenmensen en bankiers plus hun gezinnen uit, omdat hij hen verantwoordelijk acht voor de crisis. In die troosteloze situatie proberen de dichter Tapani Lehtinen en zijn vrouw Johanna, een journaliste, gewoon door te leven.

Op een avond meldt Johanna haar man telefonisch dat zij voor haar werk nog even een paar uur weg moet. De volgende dag is zij nog niet terug. Tapani gaat op onderzoek uit en ontdekt dat er in het verleden nauwe banden geweest zijn tussen Johanna en de Genezer.
Tuomainen weet met zijn filmische beschrijvingen van een apocalyptisch land een uiterst beklemmende sfeer op te roepen. Tegen die grauwe achtergrond bouwt hij de spanning op, beetje bij beetje nieuwe informatie prijsgevend over de Genezer. Goed en fout blijken heel dicht bij elkaar te liggen.

Terwijl het in 'De genezer' onafgebroken regent, is de temperatuur in 'Engelen van sneeuw', dat zich in Fins Lapland afspeelt, tot meer dan 40 graden onder nul gedaald. In een dikke laag sneeuw wordt het naakte en gruwelijk verminkte lichaam gevonden van een Somalische filmster die jaren geleden als vluchtelinge naar Finland is gekomen. Het lijkt een eenvoudige zaak te zijn omdat aan de hand van zijn auto en zijn schoenen de waarschijnlijke moordenaar al snel geïdentificeerd kan worden. Maar dan duikt een tweede verdachte op en blijkt ook een streng gelovige jongen iets met de zaak te maken te hebben. En de spil in het drama lijkt Heli, de ex van rechercheur Kari Vaara, te zijn, hetgeen zijn onderzoek aanzienlijk ingewikkelder maakt.

Schrijver Thompson, een Amerikaan die al tien jaar in Finland woont, heeft veel oog voor de eigenaardigheden van zijn tweede vaderland en schildert met kleurrijk palet een tegelijk meedogenloos én liefderijk beeld van Lapland, waar ijzige kou, maandenlange duisternis en de gesloten volksaard ervoor zorgen dat alcoholisme, psychoses en zelfmoorden als de normaalste zaak beschouwd worden.


James Thompson - Engelen van sneeuw. Vertaling: Peter de Rijk. Uitgeverij Karakter, 280 pag.
Antti Tuomainen - De genezer. Vertaling: Annemarie Raas. Uitgeverij A.W. Bruna, 208 pag.

17 november 2012

Jo Nesbø - De kakkerlak (2012)

Van oprechte woede tot diep cynisme



(Door Wilko Voordouw)

Vraag: Wat hebben Harry Hole en Harry Bosch met elkaar gemeen? Antwoord: Michael Connelly, de Amerikaanse schepper van de roemruchte inspecteur uit Los Angeles. Connelly is een fan van zijn eigen gecompliceerde held en hij heeft ook een zwak voor de Noorse inspecteur die in alle boeken de strijd aangaat met de misdaad, maar vooral ook met zijn eigen demonen.

Wie wel eens een boek van thrillerauteur Jo Nesbø heeft gelezen, moet haast wel meevoelen met Harry Hole. De Noorse inspecteur zuipt zich te pletter – een gevolg van traumatische gebeurtenissen in zijn leven – maar hij weet zich desondanks steeds weer op te richten en een misdaad op te lossen. Nesbø, geboren in 1960, weet in zijn boeken het ritme aan te brengen dat hij als popmuzikant ook in zijn muziek legt. De tien boeken met inspecteur Hole zijn scherp geformuleerd, er zit kleur in, er is soms rust, dan gaat het crescendo en het werkt altijd naar een stevige climax toe. Ook kon hij in dit tweede deel van de saga een deel van zijn vroegere werk kwijt. In het boek voert hij enkele speculanten op. De afgestudeerde econoom zat zelf enige tijd in de aandelenhandel.

De boeken met Hole doen het goed in Nederland. Ze worden sinds 2004 uitgegeven. Dat wil zeggen: het eerste boek Vleermuisman uit 1997 werd in hetzelfde jaar al op de markt gebracht, maar was toen geen succes. De succesreeks van Nesbø en zijn held Hole begon in ons land 2004 met Wraakuur. Het was zijn derde boek. Sinds dat jaar is de hele reeks in het Nederlands uitgebracht, behalve het tweede boek, Kakerlakkene (De kakkerlak). De fout is nu gerepareerd. Want De kakkerlak ligt sinds oktober in de boekhandel.

Het verhaal van De kakkerlak speelt zich vooral af in Thailand. Daar wordt in een kamer van een groezelig hotel in Bangkok het lichaam gevonden van de Noorse ambassadeur. Hij is neergestoken. Tot op het hoogste niveau wordt in Noorwegen gekeken hoe deze moord zo discreet mogelijk onderzocht kan worden. Het lot valt op Harry Hole. Hij moet samen met zijn Amerikaans-Thaise collega Liz Crumley de zaak discreet tot een oplossing brengen. Het onderzoek brengt Hole al snel tot in de diepste krochten van de Thaise samenleving. Maar hoe verder het onderzoek gaat, hoe verder er gedoken wordt in zaken die het daglicht absoluut niet kunnen verdragen. Zeker niet in het nette Noorwegen, een land dat hoog staat op de lijst van niet-corrupte landen. Hoe groter de mestvaalt, hoe meer Harry zich vastbijt in zijn missie om de zaak ondanks alles op te lossen.

Voor de lezer die al meerdere latere delen van de Hole-serie heeft gelezen is het even wennen bij het terugschakelen. Immers, kennis die opduikt in deel 10 is nog niet bekend in deel 2. Wie eenmaal over deze kleine handicap heen is gestapt leest weer een boek dat klinkt als een klok. Ook de 'jonge' Nesbø heeft zijn held en diens avonturen goed in de hand. Hole gaat van oprechte woede tot diep cynisme en de beschrijving van Bangkok en vooral de zelfkant van die stad is goed getroffen.

Daarom is het jammer – maar dat heb je met boeken die veertien jaar oud zijn – dat er soms wat gedateerde elementen in het boek voorkomen. Een voorbeeld? Op pagina 259 staat te lezen in de monologue intérieur van politiecommissaris Bjarne Møller: 'En misschien werd het ook tijd die pc te kopen waar ze (zijn kinderen, red.) al zo lang om zeurden.' Dat mocht misschien zo zijn in 1998 toen De kakkerlak werd geschreven, anno 2012 hebben die kinderen al lang ieder een eigen pc en waarschijnlijk nog wat andere elektronische apparatuur. Maar goed, dat is een kleinigheid, een gevolg van het feit dat in die periode Nederland nog niet – zoals Michael Connelly wél – was gevallen voor de verhalen van Harry Hole.

Jo Nesbø - De kakkerlak. Vertaling: Annelies de Vroom. Uitgeverij Cargo, 352 pag.

17 oktober 2012

Håkan Nesser - Een heel ander verhaal (2012)

Nesser doet stapje terug


(Door Maarten Moll)

De Zweedse thriller is populair in Nederland. Camilla Läckberg, Henning Mankell, Stieg Larsson, Håkan Nesser, Åke Edwardson, Roslund en Hellström, Liza Marklund, Leif G.W. Persson; hun boeken worden verslonden.

En de nieuwe thrillerschrijvers uit Zweden blijven opstaan. Jens Lapidus met zijn harde Stockholmtrilogie, waarin de kant van de misdadigers werd belicht. En het schrijversechtpaar dat onder de naam Lars Kepler zijn inspecteur Joona Linna-thrillers publiceert. Hjort Rosenfeldt met de Bergmankronieken.

En waar Henning Mankell na zijn laatste Kurt Wallander-roman De gekwelde man uit 2010 stopte met het schrijven van thrillers, pakte Håkan Nesser na voltooiing van zijn tiendelige reeks rond politieman Van Veeteren, de draad weer op. Hij bedacht een nieuwe inspecteur, Gunnar Barbarotti, en schreef rond hem vijf thrillers.

De tweede Barbarotti, Een heel ander verhaal, is net uit. Waar Nesser in zijn eerste Barbarotti, het prachtige De man zonder hond, nog tot pagina 189 wachtte voor hij Barbarotti introduceerde, is Barbarotti nu vanaf pagina 21 van de partij. Hij krijgt te maken met een moordenaar die hem uitdagende brieven stuurt vlak voor iemand vermoord wordt.

Wat de romans van Nesser zo goed maakt is zijn stijl. Nesser schrijft mooi en wil de lezer daar ook van laten genieten. Het lijkt hem meer om dat schrijven te doen te zijn, dan het speurwerk van zijn hoofdpersoon.

Helaas schrijft Nesser in dit deel van de Barbarottireeks niet zo mooi, al kan dat ook aan de vertaling liggen. Ronduit zoetsappig zijn de passages die Barbarotti met zijn nieuwe geliefde doorbrengt. Bouquetreeksachtig schrijven is dat, en dat ben je helemaal niet van Nesser gewend. Ook een woord als 'prakkeseren' detoneert. Lelijk is ook, als Barbarotti iets denkt: 'Waarom uitgerekend deze gedachte bij hem opkwam kon je je afvragen.' Nesser had deze aan de lezer gerichte zin moeten schrappen, zoals hij veel uit deze te dikke, 598 pagina's dikke roman had moeten schrappen.

Omdat je toch geïnteresseerd bent in hoe Barbarotti de zaak denkt te gaan oplossen, lees je verder, maar afgezet tegen 'De man zonder hond' is 'Een heel ander verhaal' een stapje terug in kwaliteit. Heel erg jammer.


Verpleegster
Anders, en heel goed, is Vuurdoop, de debuutthriller van Alexander Söderberg. Söderberg is van de nieuwe lichting Zweedse thrillerschrijvers.

Hoofdstukken waarin voortdurend van perspectief wordt gewisseld waardoor er een enorme vaart in het verhaal wordt gebracht, en de bijna vijfhonderd pagina's bijzonder snel en prettig weglezen.

Vuurdoop is het eerste van drie delen rond de Stockholmse verpleegster (dat klinkt wat suf, maar is het niet) Sophie Brinkmann. Zij komt in het ziekenhuis in contact met Hector Guzman. Guzman doet zich voor als uitgever, maar blijkt verantwoordelijk te zijn voor de drugsdistributie in Zweden.

Een speciaal politieteam met verregaande, bijna oncontroleerbare bevoegdheden, rekruteert Brinkmann, die in het ziekenhuis bevriend is geraakt met Guzman. Zij moet hem bespioneren en verslag uitbrengen bij het team.

Söderberg moet het vooral hebben van de actie en de vaart, maar zijn manier van schrijven is bijzonder aangenaam. Bovendien verrast hij de lezer op een aantal momenten, momenten die bij de veel bedachtzamer, meer psychologiserende Nesser bijna niet te bespeuren zijn.

Het is vooral uitkijken naar de tweede thriller van nieuweling Söderberg. Is die ook zo goed als zijn debuut? Oudgediende Nesser kan zich alleen maar revancheren, maar heel erg naar het derde deel uit de Barbarottireeks kijken we niet uit.


Håkan Nesser - Een heel ander verhaal. Vertaling: Ydelet Westra. Uitgeverij De Geus, 608 pag.
Alexander Söderberg - Vuurdoop. Vertaling: Edith Sybesma en Neeltje Wiersma. Uitgeverij Cargo, 400 pag.

(Bron: Het Parool)

16 oktober 2012

Tess Gerritsen - De laatste sterft (2012)

De kinderen die de dodendans ontsprongen




(Door Hanneke Keultjes)

Ze hadden al dood moeten zijn, maar drie tieners weten – afzonderlijk van elkaar – op miraculeuze wijze twee keer een moordpartij te overleven: eerst die op hun ouders en later zijn hun pleegouders het slachtoffer. De zaken lijken ogenschijnlijk niks met elkaar te maken te hebben: Claire Wards ouders worden vermoord in Londen, het vliegtuig van de ouders van Will Yablonksi wordt opgeblazen boven de Amerikaanse staat Maryland en de ouders van Teddy Clock worden doodgeschoten als hun boot bij de Amerikaanse Maagdeneilanden dobbert.

Als op klaarlichte dag in een welgestelde wijk in Boston de pleegouders en drie pleegzusjes van Teddy worden afgeslacht, is de verlegen, iele veertienjarige jongen
de enige die het drama overleeft. Rechercheur Jane Rizzoli ontfermt zich over Teddy en is de eerste die denkt dat het wel een erg groot toeval is dat de tiener twee moordpartijen weet te overleven. Is hij het doelwit?

Bij goede thrillers, waarin niets is zoals het lijkt, zou de lezer het liefst tot in het oneindige door willen blijven lezen. De teleurstelling over het feit dat het einde – en dus de ontknoping – bereikt is, is dan een goede graadmeter voor de kwaliteit. 'De laatste sterft' van Tess Gerritsen is zo’n boek. Na 'Het stille meisje', het tegenvallende negende deel uit de Rizzoli & Isles-reeks (inmiddels ook een succesvolle tv-serie) waarin Gerritsen voor het eerst haar Chinese afkomst verwerkte, is het tiende boek van de voormalig internist die dankzij haar man een Nederlandse achternaam draagt, weer terug op het vertrouwde niveau.

Rechercheur Jane Rizzoli werkt in deze zaak zoals altijd weer samen met patholoog-anatoom Maura Isles. Een klein beetje voorkennis is voor de lezer wel handig, want er wordt gretig teruggegrepen op eerdere boeken in de serie en met name het verleden van Isles. Hoe zij nog altijd worstelt met haar verboden liefde voor priester Daniel Brophy en hoe er iets broeit tussen haar en de mysterieuze historicus Anthony Sansone, met wie ze in 'De Mefisto Club' (Rizzoli & Isles boek 6) bevriend raakte. Maar vooral hoe ze in het geweldige 'Sneeuwval', het achtste boek uit de Rizzoli & Isles-serie, in de besneeuwde wildernis van Wyoming weet te overleven dankzij de hulp van de zestienjarige Julian 'Rat' Perkins en diens hond Bear. Isles neemt Julian onder haar vleugels en hij wordt de zoon die ze nooit had. Dankzij de hulp van de vermogende Sansone, die zijn leven met zijn Mefisto club wijdt aan de analyse van Het Kwaad, wordt Julian geaccepteerd op de bijzondere kostschool Evensong in de bossen van Maine.

Gerritsen weet zoals in veel van haar boeken haar thuisstaat in 'De laatste sterft' te verwerken. Het bewaakte kasteel ligt in een afgelegen deel van de Amerikaanse staat, daar waar mobiele telefoons geen bereik hebben. Bezoekers – gewenst en ongewenst – worden aangekondigd door bewegingssensoren op de lange oprijlaan. Als Isles haar vakantie op de school van Julian doorbrengt, merkt ze niet alleen iets vreemds aan de school en de kinderen, maar komt ze er ook achter waarom Claire, Will en Teddy er onderdak hebben gevonden en welke rol van Sansones Mefisto club daarbij speelt. Met behulp van Rizzoli en Julian ontdekt ze hoe de levens van de tieners onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en waarom iemand het op hen heeft gemunt. Die persoon lijkt niet te rusten voordat de kinderen dood zijn. Of zijn de kinderen niet het werkelijke doel van de meedogenloze moordenaar?

Tess Gerritsen – De laatste sterft. Uitgeverij House of Books, 368 pag. Verschijnt op 30 oktober 2012.

(Hanneke Keultjes is correspondent in de Verenigde Staten. Klik hier voor meer werk van haar hand)

18 juli 2012

Michael Crichton en Richard Preston - Micro (2012)

'Micro' zorgt voor kippenvel



(Door Wilko Voordouw)

Michael Crichton is al ruim drie jaar dood. Toch ligt er sinds enkele weken een nieuw boek van de sciencefictionschrijver in de Nederlandse winkels en het is weer een verhaal dat bij velen voor kippenvel zorgt. 'Micro' was bijna voltooid toen de schrijver van 'Jurassic Parc' in 2008 aan kanker overleed. De erven gaven aan de Amerikaanse schrijver Richard Preston (1954) de opdracht om het verhaal af te maken.

Laten we beginnen met de vaststelling dat het goed is geweest dat de erven-Crichton besloten hebben om het manuscript niet in een diepe la op te bergen. 'Micro' is een bloedstollend spannend verhaal. Bij vlagen adembenemend en telkens verrassend. Een van de betere 'Crichtons'.

'Micro' draait om zeven studenten in de natuurwetenschappen. Ze worden uitgenodigd door het bedrijf Nanigen om in Hawaï met de allerbeste apparatuur te gaan werken aan de meest vooruitstrevende experimenten in hun vakgebied. Beter dus dan wat ze op de universiteit gewend zijn.
Inderdaad is Nanigen een bedrijf dat werkt aan medicamenten, verkregen met nieuwe micro-biotechnologie. Maar het zevental ontdekt ook dat er méér aan de hand is bij het bedrijf. Nanigen - en dan met name de directeur - heeft een geheel eigen agenda.

Tegelijkertijd onderzoekt inspecteur Dan Watanabe van de politie in Hawaï de dood van drie mannen. Aanvankelijk denkt men aan zelfmoord, maar Watanabe vermoedt dat er meer aan de hand is. Alle sporen leiden naar Nanigen, waar ook nog eens twee andere directieleden verdwijnen.

Ondertussen zijn de zeven studenten doende om heel andere problemen op te lossen. De directeur van Nanigen wil hen uit de weg ruimen. Ze hebben in hun 'nieuwe dimensie' 48 uur de tijd om het raadsel op te lossen en hun vege lijf te redden. Daarvoor moeten ze wel afrekenen met heel bijzondere vijanden.

Een bloedstollende pageturner. Zo kan deze roman van ruim 400 pagina's het beste worden genoemd. Een ideaal boek voor een zonovergoten strand in een ver, zonnig land. Het knappe van dit boek is verder dat het duo Crichton/Preston heel veel wetenschappelijke kennis verwerkt op de bladzijden. Maar zelfs op een ligbed op het strand wordt dat op geen enkel moment onverteerbaar. Er wordt met vaardige hand en juist gedoseerd gelaveerd tussen het spannende verhaal en de wetenschappelijke verhandeling. Dat er veel studiewerk is verricht om het verhaal geloofwaardig te houden moge blijken uit de literatuurlijst, die maar liefst vier pagina's omvat. Maar de hoofdmoot blijft het verhaal, zoals altijd bij Crichton. Hij weet zo consequent de spanning op te bouwen dat je zelfs op een zonovergoten strand af en toe kippenvel krijgt. En dat is razend knap.

Michael Crichton en Richard Preston - Micro. Vertaling: Gert van Santen. Uitgeverij Luitingh, 448 pag.

02 juli 2012

Keigo Higashino - De fatale toewijding van verdachte X (2012)

Topthriller uit Japan



(Door Wilko Voordouw)

Knap. Je laat in de eerste pagina's een moord plegen, je vertelt precies wie het heeft gedaan en hoe die moord in z'n werk is gegaan. Daarna schrijf je een boek dat ruim 300 pagina's lang spannend blijft en dat een verrassende ontknoping kent. Hoe dat te doen?

Dames en heren literaire thrillerauteurs: ga eens in een leer bij de Japanse schrijver Keigo Higashino. Zijn 'De fatale toewijding van verdachte X' is zo'n boek dat je bij de strot grijpt en niet meer loslaat. Dat uitgeverij De Geus net als alle andere uitgevers een ronkende
tekst op de voorplaat zet - 'De nieuwe thrillersensatie uit Japan' - is voor één keer geen grootspraak en al helemaal geen plat verkooppraatje.

De laatste tijd zijn we helaas gewend geraakt aan mensen die - ter zake kundig of niet - vaststellen dat er een nieuwe Stieg Larsson is opgestaan. In het geval van Keigo Higashino gaat het om de verder best respectabele krant The Times. Maar dit dagblad slaat de plank volledig mis. Want het eerste boek dat van Higashino in het Nederlands is vertaald, laat zich niet vergelijken met de Zweedse auteur. Simpelweg omdat het om onvergelijkbare grootheden gaat. Stieg is Stieg en Keigo is Keigo...

In 'De fatale toewijding van verdachte X' wordt het leven verteld van alleenstaande moeder Yasuko Hanaoka. Ze werkt in het Japanse equivalent van een broodjeswinkel, dacht verlost te zijn van haar ex-man, maar op een kwade dag staat die ineens voor haar deur. Hij valt haar opnieuw lastig en dus slaan bij Yasuko alle stoppen door en vermoordt ze
haar ex.

Buurman Ishigami, een briljante wiskundeleraar hoort door de dunne muren van de huurflat alles. Hij biedt haar aan om het lichaam weg te werken en voor een waterdicht alibi te zorgen. De politie staat voor een raadsel maar heeft - via de net zo briljante natuurkundige Manabu Yukawa - een troef in handen.

Het is een steekspel, een partij floretschermen op het hoogste niveau, dat zich in de roman van Higashino afspeelt. Dat alles tegen de achtergrond van het voor ons redelijk ondoorgrondelijke Japan. In Westerse thrillers weten we al snel veel over het leven van de diverse hoofdrolspelers. Een beetje rechercheur laat van alles doorschemeren over zijn bemoeizuchtige vrouw, zijn drankzucht of zijn iets te losse handjes. Het bekende stramien wordt hier compleet doorbroken. De ontroering zit hier in een totaal andere hoek.

Ook is de spanningsboog anders, in ieder geval voor het gevoel. Dat bij elkaar - en de verbijsterende ontknoping - maakt dat het boek van Higashino een heerlijke ontdekkingsreis is.

De schrijver zelf is in Japan een bekendheid. De elektrotechnicus werd geboren in 1958 en is sinds 1985 fulltime schrijver. Hij publiceerde tot nu toe twaalf boeken, waarvan 'De fatale toewijding van verdachte X' (waarvoor hij in eigen land de Naoki Prijs kreeg, vergelijkbaar met de Man Booker Prize) het eerste is dat in ons taalgebied verschijnt. Als de andere boeken van Higashino net zo goed zijn kan de Times-recensent een nieuw superlatief gaan verzinnen zodra hij een toppertje van zijn boekenstapel heeft gelezen: 'De nieuwe Keigh Higashino'. En dan is er geen woord van gelogen.

Dat dit boek niet de maximale score haalt van vijf sterren maar 'slechts' 4,5 krijgt heeft te maken met een storend elementje uit de vertaling van Luk Van Haute. Iets te vaak gebruikt hij - wanneer hij de politie bedoelt - het woord 'speurders'. Alsof het om padvinders gaat.

Jammer.

Keigo Higashino - De fatale toewijding van verdachte X. Vertaling: Luk Van Haute. Uitgeverij De Geus, 320 pag.

24 juni 2012

Leon de Winter - VSV (2012)


Speels divertissement



De nieuwe roman van Leon de Winter vraagt de lezer alle ongeloof op te schorten, maar als dat lukt, is 'VSV' een prikkelende roman vol actueel straatrumoer.

(Door Theo Hakkert)

Leuk voor BN'er-watchers. In de nieuwe roman van Leon de Winter (1954) draven allerlei mensen op die we minimaal wekelijks op televisie zien, maar meestal vaker.

Bram Moszkowicz en Eva Jinek - alleen gaat het niet zo best binnen hun relatie, waarna Eva iets begint met Ruud Gullit.

Job Cohen is in het boek nog altijd burgemeester van Amsterdam, hij heeft de lokroep van Den Haag weerstaan.

Leon de Winter voert ook een personage op dat Leon de Winter heet. Deze is gescheiden van Jessica Durlacher, terwijl de echte Leon de Winter nog altijd met haar is getrouwd.

En Theo van Gogh komt in de roman voor. Hij is vermoord door Mohammed Bouyeri, maar hij kan naar de aarde terugkeren in de rol van... beschermengel.

Aan het eind van de roman verschijnt hij 's nachts aan Leon de Winter. ,,De Winters hart bonkte van schrik.'' Zeg dat wel.

Rollen zijn er ook voor Piet Hein Donner, Bernard Welten en Geert Wilders.

Literatuurwetenschappers zullen er op wijzen dat personages in romans nooit samenvallen met bestaande mensen, ook al hebben ze dezelfde namen, karakters en functies, maar er is ook zoiets als lekker een boek lezen en gewoon genieten van het krankjorumme verhaal dat de schrijver uit zijn duim heeft gezogen. Het is juist prikkelend dat een roman zo dicht langs de werkelijkheid scheert.

VSV - met als ondertitel 'Daden van onbaatzuchtigheid' - is een 'what if'-roman. Wat als er een hiernamaals is waarin Theo van Gogh een engel wordt en terug kan keren op aarde? Wat als een (voetbal)elftal jonge Marokkanen een terroristische aanslag pleegt op de Stopera, een vliegtuig kaapt en een school bezet?

Leon de Winter heeft op hem - vanaf zijn roman 'Kaplan' - kenmerkende wijze een razend en razendsnel boek geschreven. Hij doet een enorm beroep op de lezer om alle ongeloof 430 pagina's lang op te schorten, maar doe dat vooral. Lukt het, dan is VSV een prikkelende roman vol actueel straatrumoer.

Ingenieus hoe De Winter de persoonlijke relaties in elkaar heeft gevlochten. Theo van Gogh komt almaar niet verder dan de receptiebalie van het hiernamaals. Daar krijgt hij een coach toegewezen. Het hart van deze zwarte Franciscaan Jimmy is na diens hersendood uitgerekend overgeplant in Max Kohn, een Nederlandse topcrimineel van Joodse komaf met een slecht hart - ja, ook deze Max zou zo maar eens op iemand kunnen lijken.

Net op het moment dat Kohn voor het eerst in tien jaar weer naar Nederland komt, om zijn oude liefde Sonja Verstraete naar Jimmy te vragen, blazen de Marokkaanse terroristen de Stopera op. Overigens: Sonja Verstraete, dochter van een vermoorde onderwereldmakelaar, heeft ná Max iets gehad met Jimmy en is nu met Leon de Winter. En dan is er ook nog een relatie tussen Kohn en de Marokkaanse terroristen.

Amsterdam in de greep van het terrorisme. Het kan zo maar, zo blijkt. Natuurlijk is dat een verontrustend idee en de roman is ook spannend, maar om de een of andere reden heeft De Winter besloten het moment van de explosie in de Stopera niet te beschrijven. Iedereen heeft opeens een knal gehoord. De echte spanning zit dan ook niet zozeer in de terroristische dreiging, maar eerder in de relaties tussen de karakters.

De Winter is snoeihard in zijn beschrijving van de 'bestaande' personages, met name Van Gogh, maar hij spaart zichzelf niet. De zelfspot druipt eraf.

De roman is niet zonder fouten ook. Van Gogh kan op de ene pagina niet kijken en op de volgende vraagt hij: ,,Mooi hemd? Zijde?'' Voor de hoofdstukken rond Nathan, het 10-jarig zoontje van Sonja, gebruikt hij de ik-vorm, maar het wil maar geen kinderstem worden.

'VSV' is vooral geinig. Speels divertissement en vaardig geschreven leesvoer. Mocht Leon de Winter een serieuze, verontrustende actuele what if-thriller hebben willen schrijven met de onderliggende boodschap dat Nederland kwetsbaar is voor terrorisme? Dan is de roman mislukt.

Leon de Winter -VSV. Uitgeverij De Bezige Bij, 464 pag.

(Bron: Twentsche Courant Tubantia)

06 juni 2012

Deon Meyer - 13 uur (2012)


Zuid-Afrika is het nieuwe Scandinavië



(Door Marjon Kok)

Goede thrillers, die komen uit Scandinavië, toch? Kijk ook eens naar Zuid- Afrika, het land met de vele gezichten. Deon Meyer situeert '13 uur' in zijn land dat nog maar nauwelijks is bekomen van apartheid en kampt met misdaad, corruptie, stroomstoringen, onderdrukking, onbegrip en onkunde. In die chaos heeft inspecteur Benny Griessel een halve dag om twee moorden en een verdwijning op te lossen.

Kaapstad, 2008. In het jaar dat Deon Meyer zijn thriller 13 uur plaatst, gaat Zuid-Afrika gebukt onder het recente verleden. Een land in verwarring, dat opkrabbelen wil. Aan de oppervlakte staat de rijkdom in schril contrast met het leven in de townships. Wie het land als toerist bezoekt, wordt gewaarschuwd voor de misdaad. Wie niet voor die angst bezwijkt, ziet in ieder geval de chaos, krijgt te maken met stroomstoringen, talloze etnische groepen die met elkaar moeten leren leven en flarden van racisme. Een prachtig land, ook. De steden, de oceanen, de lucht, de natuur, ongekende schoonheid. Een land dat dient als een magneet voor toeristen, die zich er - raadselachtig - onmiddellijk thuis voelen.

Benny Griessel is al 25 jaar bij de politie. Zijn carrière is tot stilstand gekomen en zijn leven is een rotzooi. Om zijn weggelopen vrouw terug te krijgen, probeert hij angstvallig van de drank af te blijven. Op het moment dat hij de taak krijgt om de mentor te worden voor jonge politieagenten met een andere achtergrond, wordt een jonge Amerikaanse rugzaktoeriste dood gevonden. Zij is vermoord. Haar vriendin Rachel is verdwenen.

Terwijl Benny Griessel aan de haastklus begint om de Amerikaanse jonge schone levend te vinden, wordt het lijk van een platenbons aangetroffen in de slaapkamer van zijn alcoholistische vrouw. Niets lijkt er in eerste instantie op dat deze moord te maken heeft met de jonge toeristes. Alsof dat allemaal niet ingewikkeld genoeg is, wordt de politieke druk vanuit de Verenigde Staten flink opgevoerd om de vermiste Rachel, dochter van een
hooggeplaatste Amerikaan, terug te vinden. Zuid-Afrika kan zich geen internationaal schandaal veroorloven.

Het is veel, om dit allemaal binnen 13 uur en één boek op te lossen. Maar Deon Meyer doet het met verve. Hij weet de spanning tot het laatste moment op te voeren. Hij springt van het ene perspectief naar het andere en laat de vele gezichten van Zuid-Afrika in recordtempo zien. Daarbij raakt hij aan de gevoeligheden van het land, dat nog vele generaties nodig zal hebben om een eenheid te worden. Zoveel betrokkenheid en liefde voor het land in een boek dat niet kan worden weggelegd voordat Rachel is teruggevonden... Deon Meyer is hard op weg om van Zuid-Afrika het nieuwe
Scandinavië te maken.

Deon Meyer - 13 uur. Vertaling: Martine Vosmaer en Karina van Santen. Uitgeverij A.W. Bruna, 376 pag.

(Bron: Twentsche Courant Tubantia)

Jan Costin Wagner - Licht in een donker huis (2012)


Zoeken naar Larissa



(Door Maarten Moll)

'De beste Scandinavische thrillers worden geschreven door een Duitser', staat op het achterplat (citaat uit Der Tagenspiegel) van 'Licht in een donker huis'. Dat is zeer chauvinistisch en overdreven gesteld, maar wat wel waar is, is dat de politieromans van Jan Costin Wagner veel meer zijn dan de vluchtige, doorsnee 'literaire thrillers'die bij bosjes verschijnen.

'Licht in een donker huis' is de vierde roman in de reeks die draait rond Kimmo Joentaa, de wat dromerige en flegmatieke inspecteur bij de politie in de Finse stad Turku. 'IJsmaan' was het eerste deel in de serie, waarna uitgeverij Cossee er merkwaardig genoeg voor koos daarna het derde deel, 'Voor de leeuwen', uit te brengen, en vorig jaar deel twee, 'Het laatste zwijgen'.

Dus zien we in 'Licht in een donker huis' Larissa weer terug, die in 'Voor de leeuwen' haar opwachting maakte in het leven van de treurende weduwnaar Kimmo Joentaa. Larissa is een raadsel. En een prostituee. Ze komt en gaat wanneer het haar uitkomt. Als Joentaa 's avonds thuiskomt is het maar de vraag of ze er is. Als er licht brandt, is ze er niet. 'Als het donker was, zat ze met haar benen opgetrokken op de sofa en lachte als hij vroeg waar ze de hele dag was geweest.'

Kimmo Joentaa verkeert sinds de dood van zijn vrouw Sanna in een diffuse staat. Het is een steeds terugkerend gegeven in de romans. Alsof er een waas over de werkelijkheid ligt. In 'Licht in een donker huis' staat hij stil bij een emmer die in zijn sauna staat, een zinken emmer 'die Sanna had gekocht toen ze nog leefde en alles in orde was'. Larissa maakt Joentaa aan het lachen, en trekt hem langzaam uit zijn isolement.

In het begin van de roman neemt Joentaa Larissa mee naar het verjaardagsfeest van Nurmela, de korpschef van de politie van Turku. Als Larissa Nurmela ziet, zegt ze: 'Hé, August.' Het is onmiddellijk bij allen die dit horen duidelijk dat de voornaam van Nurmela natuurlijk niet August is.

Niet lang daarna, als Joentaa bij de zaak van een in het ziekenhuis vermoorde vrouw die in coma lag, betrokken raakt, verdwijnt Larissa. Opnieuw dreigt hij een vrouw te verliezen, en hij raakt in paniek. Hij kan zijn gedachten niet goed bij de zaak houden. Een opvallende zaak, want wie vermoordt er een vrouw die in coma ligt en laat op de dekens traanvocht achter? Joentaa wil de moordenaar vinden, maar tegelijkertijd ook Larissa opsporen. Als hij eindelijk iets van haar verneemt, stelt dat ook het onderzoek naar de moordenaar, die inmiddels meer slachtoffers heeft gemaakt, in een ander licht.

Jan Costin Wagner is een heel goede schrijver. Hij is wars van spierballentaal, wilde achtervolgingen en schietpartijen. Hij is een man die met woorden treft, niet met kogels. De politieromans over Kimmo Joentaa moeten het hebben van de goed en mooi geformuleerde zinnen, die overigens nergens tot krullentrekkerij leiden. Bedachtzaam is het wat stijve, maar passende woord. Verstild, ook. Wagner probeert bovendien, door vaak van perspectief te wisselen, inzichtelijk te maken waarom we - politie, dader, omstander - doen wat we doen. Zonder dat in pasklare mallen te gieten. (Al zijn zijn boeken geen psychologische romans.)

Komt Larissa terug? En hoe zit het met die moordenaar? In een rustige, soms poëtische stijl - wat niet wil zeggen dat er niets gebeurt! - zuigt Jan Costin Wagner de lezer zijn verhaal in. In deze gejaagde, van complottheorieën vergeven tijden een verademing én een formidabele prestatie.

Jan Costin Wagner - Licht in een donker huis. Vertaling: Gerda Meijerink. Uitgeverij Cossee, 336 pag.

(Bron: Het Parool)

01 juni 2012

Michael Berg - Nacht in Parijs (2012)

Slordig, slordig, slordig


(Door Wilko Voordouw)

Wat moet je met een boek dat omschreven wordt als literaire thriller, maar waarbij je na lezing achterblijft met het gevoel dat het niet genoeg literair en ook niet voldoende thriller is? 'Nacht in Parijs' van Michael Berg is zo'n boek. De vlag dekt de lading niet en er zijn nogal wat opmerkingen te maken bij de wonderbaarlijke avonturen van hoofdpersoon Chantal Zwart.

'Nacht in Parijs' is een boek met leuke ideeën. Het enige probleem is dat er blijkbaar bij uitgeverijen geen redacteuren meer zijn die een auteur eens confronteren met aantoonbare fouten en inconsequenties in de tekst. Of die gewoon eens waarschuwen dat auteurs hun boeken soms nodeloos gecompliceerd willen maken. 'Joh, schrap eens een subplot en kort je tekst eens pakweg honderd pagina's in'.

The House of Books ontbeert in ieder geval zo'n redacteur. Of - als die er wel is - was deze op de dag dat Berg zijn manuscript inleverde met vakantie.

Aangestoken door ronkende flapteksten als 'indringend verhaal', 'sterk uitgewerkte constructie' en 'in de top van thrillerschrijvend Nederland' begon ik aan 'Nacht in Parijs', de vijfde thriller van Berg met zijn hoofdpersoon, journaliste Chantal Zwart. Het grappige is, dat het in beginsel best een aardig verhaal is, maar dat het boek mank gaat door een aantal zwakke plekken. Zo probeert Berg de Franse actualiteit in zijn boek te verwerken. Dus lijkt de seksbeluste burgemeester erg veel op Dominique Strauss-Kahn. En als in Frankrijk schandalig wordt opgetreden tegen Roma-zigeuners, dan komen die in het verhaal terug als de ideale zondebokken. Alleen wordt dat dan op zo'n politiek-correcte manier gedaan, dat het bijna tenenkrommend is. Het zijn steevast geheimzinnige, raadselachtige mensen met heel veel geheimen. Degene die dan uitgroeit tot een belangrijker persoon in het verhaal wordt dan ineens beschreven als een soort van edele wilde.

Oké, een paar clichés mag best, maar je moet niet overdrijven.

Uit de beschrijving moet ik verder opmaken dat Michael Berg al lange tijd in Frankrijk woont. De vele beschrijvingen moeten de lezer dat ook laten geloven. Soms rijdt Chantal op haar scooter door de stad en wordt de route beschreven alsof Google Maps nauwlettend wordt gevolgd. Hier springt Berg nogal slordig om met de Franse namen en begrippen. Zo laat hij de Parijse voetbalclub PSG op pagina 181 voetballen in het Stade de France in Saint-Denis. Nee dus. Die club speelt in het Parc des Princes. De Parijse voorstad Villejuif wordt in het boek opgevoerd als 'Ville Juif' (pagina 255). Ook spreekt hij abusievelijk van het departement 'haute-Rhin' (Haut-Rhin) en van de in Parijs toch niet onbekende boulevard Magente (is Magenta). Zo zijn er nog wel meer slordigheden.

Dan is er nog iets. Er is een lid van de Assemblée Nationale vermist en hoofdpersoon Chantal Zwart is op z'n minst bekend met een getuige. Zou het dan werkelijk zo zijn dat dat de hoofdcommissaris besluit om die getuige te horen via de telefoon? Ik geloof het niet.

Met andere woorden: er schort nogal wat aan deze 'sterk uitgewerkte constructie' en als Michael Berg zich met dit boek in 'de top van thrillerschrijvend Nederland' nestelt, dan heb ik op voorhand geen hoge dunk van de rest.

Twee sterren voor de moeite.

Michael Berg - Nacht in Parijs. Uitgeverij The House of Books, 414 pag. (Winnaar van de Gouden Strop 2013)

16 mei 2012

Arnaldur Indriðason - Verdwijnpunt (2012)

Graven in de oostfjorden



(Door Maarten Moll)

Erlendur is terug! Goed nieuws voor de liefhebbers van de politieromans van de IJslandse schrijver Arnaldur Indriðason. 'Verdwijnpunt' heet de 'literaie thriller', waarin we de inspecteur uit Reykjavik weer tegenkomen. Alleen is het decor niet de IJslandse hoofdstad, maar de geboortestreek van Erlendur; de oostfjorden.

In de laatste politieromans, van Indriðason, 'Onderstroom' (2010) en 'Doodskap' (2011) speelden rechercheurs uit het team van Erlendur de hoofdrol. Erlendur was in die boeken afwezig. In 'Verdwijnpunt' zijn die rechercheurs afwezig.

Erlendur is naar de oostfjorden gegaan om eindelijk uit te zoeken wat er is gebeurd met zijn broertje Bergur. Die is op achtjarige leeftijd samen met de twee jaar oudere Erlendur, in een poging schapen van het hoogland te halen, in een sneeuwstorm terecht gekomen. Erlendur raakte zijn broertje kwijt, en overleefde. Bergur werd nooit teruggevonden.

In alle voorgaande policiers met Erlendur denkt deze terug aan die verschrikkelijke dag. Hij lijdt, voelt zich schuldig. ,,Die sneeuwstorm achtervolgt hem, kwelt hem. Vanuit dat gevoel begrijpt hij slachtoffers, voelt hij hun pijn. Het maakt hem menselijk. Hij roept sympathie op. Hij is vooral geïnteresseerd in mensen die zijn verdwenen. Erlendur trekt zich het lot van de achterblijvers aan, omdat hij, in meerdere opzichten, ook een achterblijver is'', zei Indriðason in een interview.

In 'Verdwijnpunt' moet Erlendur eindelijk in het reine zien te komen met dat verleden. Hij verblijft in de ouderlijke boerderij, waar hij 's nachts, in sluimertoestand, wordt bezocht door een 'reiziger'. Overdag doolt hij rond.

Omdat hij niet precies weet hoe hij meer te weten kan komen over de verdwijning van zijn broertje, doet hij tegelijkertijd onderzoek naar een andere verdwijning, die van een jonge vrouw in 1942. Erlendur graaft letterlijk en figuurlijk in het leven en de verledens van de stugge, wantrouwige bewoners van de oostfjorden. De beschrijving van de mensen, het landschap en de sfeer zijn prachtig.

'Verdwijnpunt' is geen klassieke politieroman. Erlendur onderzoekt op eigen houtje, buiten de officiële instanties om, een verdwijning. Indriðason weet dat, omdat hij zo goed opbouwt en schrijft, bijzonder spannend te maken. Ook omdat op de achtergrond zijn zoektocht naar zijn broertje blijft meespelen. Dat is heel knap. Nu maar hopen dat Indriðason nog niet klaar is met zijn inspecteur.

Arnaldur Indriðason - Verdwijnpunt. Vertaling: Adriaan Faber, uitgeverij Q, 272 pag.

(Bron: Het Parool)

25 april 2012

Eriksson & Sundquist - Het kraaienmeisje (2012)

Zinnen als vuistslagen



(Door Wilko Voordouw)

Jerker Eriksson en Håkan Axlander Sundquist zijn twee nieuwe namen aan het firmament van de Zweedse misdaadroman. Hun debuut 'Het kraaienmeisje' is een boek dat je, eenmaal begonnen, niet meer kan neerleggen. Spannend? Nee, beklemmend. Geschreven met een scalpel. Zinnen die aankomen als vuistslagen.

Het boek draait om Jeanette Kihlberg, hoofdinspecteur bij de politie van Stockholm. Deze energieke kostwinster - haar echtgenoot is een kunstenaar die nog niet is doorgebroken - wordt in korte tijd geconfronteerd met een aantal bijzondere lijken. De lichamen zijn als gemummificeerd, het gaat steeds om jonge jongens waarvan de identiteit niet valt vast te stellen. Al snel wordt duidelijk dat het gaat om illegaal in Zweden verblijvende jongens, die langdurig zijn mishandeld en misbruikt. Er zijn sporen te vinden van een verdovend middel dat tandartsen bij hun behandelingen gebruiken. Verder zijn er eigenlijk geen aanknopingspunten.

Bij de speurtocht naar de dader zoekt Kihlberg het in de richting van seksueel geperverteerden. Maar daarbij werkt het Openbaar Ministerie bepaald niet mee. De mogelijke verdachte die ze wil verhoren krijgt ze niet in de verhoorkamer. Uiteindelijk vindt ze steun bij psychotherapeut Sofia Zetterlund, die belangstelling lijkt te hebben voor dezelfde verdachten. Deze Zetterlund is op haar beurt weer geobsedeerd door een van haar patiënten, Victoria Bergman. Deze vrouw gaat gebukt onder de gevolgen van seksueel misbruik in haar jeugd. De verhoren zijn op bandjes opgenomen. De therapeute luistert deze op gepaste tijden af. Zetterlund is ook betrokken bij hulpverlening aan voormalige kindsoldaten.

Al deze lijntjes grijpen in de roman langzaam in elkaar. De permanente spanning die het schrijversduo weet op te wekken is zodanig, dat het moeilijk wordt het boek terzijde te leggen. De mannen begrijpen iets van psychologie, hebben waarschijnlijk gedegen onderzoek gedaan naar de werkwijze in de psychotherapie en bij de politie in een grote metropool als Stockholm. In ieder geval krijg je als lezer geen enkel moment het gevoel dat er iets aan het verhaal is gekunsteld. Sterker: het ene gruwelijke moment vloeit logisch voort uit het vorige. Briljant.

Gezien de grote belangstelling van het Nederlandse lezerspubliek voor dit soort thrillers is het aannemelijk dat er snel nieuwe drukken van 'Het kraaienmeisje' zullen komen. Dan verdient het aanbeveling dat ze bij uitgeverij Cargo nog eens zorgvuldig kijken naar de tekst op de achterflap van het boek. Want hoewel de hele roman zich in Stockholm afspeelt, stelt de tekst dat bij een 'een metrostation in Oslo' het eerste lichaam wordt gevonden. Dat staat nogal knullig, vooral bij een thriller van een schrijversduo waar we in de toekomst - als de voortekenen niet bedriegen - nog veel van zullen horen.

Eriksson & Sundquist - Het kraaienmeisje. Vertaling: Elina van der Heijden en Wiveca Jongeneel. Uitgeverij Cargo, 381 pag.

25 februari 2012

Urban Waite - Bloedrood is de nacht (2011)

Met een knettergekke huurmoordenaar



(Door Maarten Moll)

Als na een bijna veertig pagina's Grady Fisher wordt geïntroduceerd, gaan de gedachten meteen uit naar een man uit een ander boek. Een personage uit het formidabele 'Geen land voor oude mannen' van Cormac McCarthy.

Naar de nogal aperte huurmoordenaar Anton Chigurh. Even apart is de huurmoordenaar Grady Fisher. Waar Chigurgh met een schietmasker over straat wandelt, sleept Fisher een tas vol messen met zich mee.

'Bloedrood is de nacht' van de Amerikaan Urban Waite heeft meer overeenkomsten met 'Geen land voor oude mannen'. Een zaak die om drugs draait, sheriffs die achter de verantwoordelijken aanzitten, een knettergekke huurmoordenaar die heel strikt alleen zijn opdracht uit wil voeren.

Maar er zijn ook verschillen. De locatie is in beide boeken weliswaar een grensgebied, maar bij McCarthy speelt het verhaal zich af bij de Mexicaans-Amerikaanse grens, en bij Waite bij de Amerikaans-Canadese grens.
'Bloedrood is de nacht' is een debuut, 'Geen land voor oude mannen' was McCarthy's negende boek. Bij Waite staat er 'literaire thriller' op de cover, bij McCarthy 'roman'.

De stijl van Waite sluit enigszins aan bij die van McCarthy. Waite schrijft
iets minder diepzinnig en filosofisch, maar prettig recht toe recht aan. Geen mooischrijverij. Ook hij benoemt de dingen zoals ze zijn. Zijn dialogen zijn scherp, soms humoristisch, en houden de vaart in het verhaal.

Het verhaal. Ex-bajesklant Phil Hunt heeft geld nodig voor zijn noodlijdende paardenranche. Af en toe smokkelt hij drugs. Op een zo'n transport in de bergen gaat het mis. Hij krijgt sheriff Bobby Drake achter zich aan, en een huurmoordenaar die Hunt wil 'opruimen' voor hij gaat praten over zijn opdrachtgevers. Die drie zijn gedurende het verhaal tot elkaar veroordeeld.

Dat levert schitterende, filmische achtervolgingen en afrekeningen op,
afgewisseld met verstarde ogenblikken vol bespiegelingen. Urban Waite heeft goed zijn McCarthy gelezen, maar is toch geen kloon. 'Bloedrood is de nacht' is een spannende, heel goed geschreven misdaadroman, die meer dan benieuwd maakt naar zijn tweede.

Urban Waite - Bloedrood is de nacht. Vertaling: Riek Borgers en Laura van Campenhout. Uitgeverij A.W. Bruna, 280 pag.

(Bron: Het Parool)

24 februari 2012

Lars Kepler - Getuige (2012)

Lars Kepler heeft geleerd



(Door Monique Brandt)

'Getuige', alweer het derde boek van het gevierde Zweedse schrijversechtpaar Ahndoril dat schuilt achter het pseudoniem Lars Kepler, draait om het soms fatale gesol met kwetsbare kinderen. Zoals ook in hun eerdere boeken 'Hypnose' en 'Contract' jongeren het kind van de rekening zijn. ,,We schrijven over wat we het meeste vrezen en verafschuwen'', zo verklaart het duo hun betrokkenheid bij jongeren die over de rand vallen.

In 'Getuige' zijn dat de jonge vrouwen met destructief gedrag, die in een internaat wonen. In een kwade nacht worden twee moorden gepleegd, bovendien is een van de meisjes spoorloos verdwenen. De door geheimzinnige zielenroerselen gekwelde inspecteur Joona Linna reist, onofficieel want nog steeds het onderwerp van onderzoek door Interne Zaken, af naar het afgelegen internaat om poolshoogte te nemen. Daar begeeft hij zich in een zaak die aanvankelijk simpel lijkt, maar als hij aan één touwtje trekt ontrafelt zich een wijd vertakt kluwen van verborgen ellende. Linna kan de zaak niet loslaten, al krijgt hij daarbij ook nog eens een lading vrijwel ondraaglijk persoonlijk leed op zijn bordje.

'Getuige' kreeg in Zweden lovende recensies toebedeeld, en bepaald niet ten onrechte. Lars Kepler heeft geleerd; de eerdere breedsprakigheid en wirwar aan verhaallijnen die scherpte in de weg zaten, ontbreken gelukkig in 'Getuige'. Het is een prettig strak gecomponeerde thriller over een actueel thema: een door bezuinigingen falende jeugdzorg die onvermijdelijk slachtoffers maakt. Het feit dat Joona Linna's eigen heftige verleden in zijn nek komt hijgen, geeft het boek een extra dimensie. 'Getuige' is een meer dan uitstekende thriller en een absolute aanrader voor de liefhebbers van Scandinavische misdaadliteratuur.

Lars Kepler - Getuige. Vertaling: Jasper Popma en Clementine Luijten. Uitgeverij Cargo, 543 pag.

27 december 2011

Harlan Coben - Ontwricht; Vermist (2011)

Bolitar is gewoon een slechte detective



(Door Wilko Voordouw)

Als liefhebber van spannende boeken hoef je je geen zorgen te maken voor de dag van morgen. Altijd zijn er voldoende nieuwe uitgaven om de leeshonger te stillen.

Nadeel van die almaar nieuwe boeken uitbrakende drukkerijen is dat je - zelfs al lees je 24 uur per dag - wel eens een ontwikkeling of een schrijver mist. Het Cruijffiaanse voordeel daarvan is weer wel dat je de achterstand op een zeker moment kan inhalen. Voor de verstokte liefhebbers van die 'gemiste' schrijver ga je dan door voor een ongelooflijke barbaar, maar dat moet dan maar even.

Tot voor kort had ik nog nooit een boek van Harlan Coben gelezen. Ik weet niet hoe ik er nu op sta bij de lezers van dit blog, maar veel erger dan een stuk of twintig zweepslagen kan mijn gerechte straf niet worden, mag ik hopen. Immers, als verzachtende omstandigheid kan ik al die andere thrillerauteurs aanvoeren waarvan ik het complete oeuvre heb verslonden. En dan heb ik het nog niet over de non-fictie en de literatuur die ik tot me heb genomen.

Enkele weken terug was er een uitgelezen moment om eens kennis te nemen van het werk van die schrijver, die ik zo slonzig had verwaarloosd. Uitgeverij Boekerij gaf twee van de vroege boeken met Myron Bolitar, de privédetective die een belangrijke rol speelt in de boeken van Coben, voor het eerst in Nederlandse vertaling uit. Leuk, denk je dan.

Want met Vermist (Fade Away, 1996) en Ontwricht (Back Spin, 1997) dook ik voor de feestdagen van 2011 in het universum van Coben - zodat vrienden, bekenden en familie de komende tijd zich het hoofd niet hoefden te breken wat schrijver dezes te schenken. De bestellingen waren bijna de deur al uitgedaan: wat een geluk dat ik daarmee heb gewacht. Want ik vond in ieder geval deze twee boeken van Coben geen reclame om de winkelvoorraad eens fors te gaan plunderen.

'Coben gaat ten koste van je nachtrust', zou Vrij Nederland volgens een van de flapteksten ooit hebben geschreven. In mijn geval klopte dat in zoverre, dat ik me tijdens slapeloze nachten wel eens afvroeg hoe die Molitar zo'n slechte privédetective kan zijn en tegelijkertijd een bloeiend sportagentschap kan bestieren. Want dat doet deze voormalige, gemankeerde profbasketballer. Iedereen die wel eens met professionele sporters is omgegaan weet dat dit bijzondere wezens zijn. Hun belang staat voorop, hun ego gaat voor alles. Als hun sportagent - zeker in zeer geprofessionaliseerde sporten als basketbal, honkbal en golf - niet bij ieder gescoord punt aanwezig is maar in plaats daarvan de speurder uithangt, dan heb je de poppen aan het dansen.

De rol van de vriend 'Win' was ook goed voor enkele spontane nachtmerries. Het gaat hier om een puissant rijke man, die een fors aantal trauma's met zich meesleept. Dat resulteert er in dat hij in het ene boek wel, in het andere niet mee jaagt op de slechteriken. Dat hij in Ontwricht past voor deelname heeft te maken met een sinistere familiaire affaire, die er met de haren bij is gesleept. Overigens laat Molitar zich assisteren door een tweetal vrouwen die in het voorbije verleden hun brood verdienden als worstelaars. Een vreemd samenraapsel. Dat zou op zich geen probleem hoeven te zijn, ware het niet dat die personages nauwelijks worden uitgediept. Het blijft allemaal angstvallig aan de oppervlakte.

Dat deze papieren kloon van Jerry Maguire in ongeveer 300 pagina's zijn zaken tot een oplossing brengt, mag een heus wonder genoemd worden. En dan heb ik het nog maar niet over zijn sporters waarmee hij te vriend moet zien te blijven.

De kennismaking was dus geen ondubbelzinnig succes. Sterker, het is me zwaar tegengevallen. Daar waar schrijvers als Michael Connelly, Ian Rankin en ik weet niet hoeveel andere auteurs inderdaad voor slapeloze nachten zorgen, vind ik de twee eerder genoemde Harlan Cobens eerlijk gezegd nogal slaapverwekkend, redelijk onverteerbare kost. En dan lees ik dat deze goede man zo'n beetje alle Amerikaanse thrillerprijzen heeft mogen ontvangen. Mijn God, wat is er mis met mij? Moet ik nu ernstig aan mezelf gaan twijfelen? Of kan ik met een gerust hart mijn portie Coben aan de Fikkies geven die het wel hapklare brokken vinden en ga ik mezelf laven aan al die andere thrillers, die met de regelmaat van de klok worden uitgegeven. Ik denk dat ik dat maar doe, maar dat is natuurlijk puur persoonlijk.

Harlan Coben - Ontwricht. Vertaling: Iris Bol. Uitgeverij Boekerij, 336 pag.

Harlan Coben - Vermist. Vertaling: Nienke van der Meulen. Uitgeverij Boekerij, 352 pag.