Posts tonen met het label Recensies van Hans Knegtmans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Recensies van Hans Knegtmans. Alle posts tonen

24 oktober 2020

Robert Harris - V2 ( 2020)

Brein achter V2 is ook een good guy  



(Door Hans Knegtmans)

De thriller V2 heeft twee hoofdpersonen. Dat gebeurt wel vaker. Wat het bijzonder maakt, is dat de twee personages elkaar niet kennen. Ze weten zelfs niet van elkaars bestaan. Pas vijf bladzijden voor het eind ontmoeten ze elkaar. Dat lijkt misschien wat geforceerd, maar ster-auteur Robert Harris heeft er geen moeite mee. De lezer evenmin, al is het even wennen aan deze constructie. Het ene hoofdstuk gaat over persoon A, het volgende over persoon B, enzovoort. Niets aan de hand.

De romanpersonages zijn verzonnen. Op twee na, maar die vervullen geen hoofdrol in het verhaal, en de niet-ingevoerde lezer merkt het verschil niet.

Dr. Rudi Graf, 'technisch verbindingsofficier' bij het Duitse leger, wordt in november 1944 naar de Hollandse kust gestuurd. Graf is het brein achter de beruchte superbommenwerper V2, (een afkorting van Vergeltungswaffen 2) waarmee de Duitsers hoopten Londen van de kaart te kunnen vegen. Uiteindelijk bleek dat te hoog gegrepen, al bracht de eerste V2-aanslag onherstelbare schade en vielen er 160 doden.

De tweede persoon is een buitenstaander, wier leven tot dan toe weliswaar niet onbesproken is - zo heeft ze een relatie met een getrouwde man - maar haar feitelijke rol in de oorlog is van vreedzame aard. Dat Kay Caton-Walsh toch bij de vijandelijkheden betrokken raakt, heeft een praktische reden. Zij heeft een scherp oog voor fotografie en de Engelse geheime dienst beschouwt haar als bruikbare kracht om te ontdekken waar aan de Hollandse kust de lanceerbasis van de gevreesde V2's zich bevindt.

Terug weer naar raketgeleerde Rudi Graf. Die was toch zo fout als maar mogelijk met zijn V2? Ja en nee. Want hij heeft op de eerste rang mogen zien waar de Wehrmacht toe in staat is, en dat laat hem niet onberoerd. Sterker nog, met gevaar voor eigen leven redt hij een Nederlandse verzetsvrouw van arrestatie en executie.

Deze transformatie van slechterik tot good guy vergt wel erg veel van de lezer. Maar afgezien van die ene faux pas maakt de auteur zijn reputatie van intelligent verteller meer dan waar. V2 is een boek dat je met een gerust hart cadeau kunt geven, zelfs aan vrienden die weinig op hebben met spannende boeken.

Robert Harris - V2. Uitgeverij Cargo, 368 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool. 

22 augustus 2020

Preston & Child - Gevaarlijke stroming (2020)

Jammer van die idiote fantasy-intrige  



(Door Hans Knegtmans)

Het Amerikaanse schrijversduo Preston & Child is vooral bekend geworden om de avonturen van Aloysius Pendergast, topagent bij de FBI. (De teller staat inmiddels op negentien delen.) De auteurs beogen zichtbaar hem te karakteriseren als 'een type'. In dit geval een super-individualist met een hoger dan gemiddelde intelligentie, eigenwijs (en niet een beetje zelfgenoegzaam) en extreem competent. Begrijpelijkerwijs werkt hij het liefst alleen, zodat hij geen rekening hoeft te houden met collega's die zich rigide - uit luiheid, kortzichtigheid of gemakzucht - aan de regels houden. In communicatie met zijn ondergeschikten is hij zo aimabel als zij zich maar zouden kunnen wensen.

Gelukkig heeft hij enkele collega's die net als hij ook niet achterlijk zijn, wat het politieleven dragelijk maakt. In Gevaarlijke stroming stuiten Pendergast en de zijnen op een bizar incident. Bij hun werkterrein aan de Golf van Mexico spoelen tal van sneakers aan, allemaal in dezelfde kleur groen met de afgesneden voet er nog in. De ene voet is de andere niet, maar desondanks is het moeilijk regelmaat te ontdekken in de lichaamsdelen.

Wel concludeert het onderzoeksteam dat er sprake moet zijn van zelfverminking, maar dan nog. De auteurs nemen de tijd (400 pagina's) om hun verhaal te vertellen.

Met wat meer zelfdiscipline hadden ze de helft hiervan - grotendeels gewijd aan technische beschouwingen over de zeevaart - kunnen besparen, zonder merkbaar kwaliteitsverlies. De vrijgekomen tijd hadden ze dan kunnen benutten door de idiote fantasy-intrige te vervangen door een plot met een volwassener karakter. Dan hadden ze ook de onvermoede reuzekrachten van de frêle Constance (tot dan toe geschetst als een grijze muis) minder breed hoeven uitmeten.

Want de schrijvers kunnen het wél, en hebben het nu eens getroffen met de vertaler, Marjolein van Velzen. Het boek telt tal van leesbare en zelfs spannende passages. Het hoofdstuk waarin het duo schetst hoe een van de personages ongewild bijdraagt aan zijn eigen ondergang is zelfs huiveringwekkend te noemen.

Soms verwijzen de auteurs zonder uitleg naar een eerder deel uit de serie. Een schoonheidsfoutje.

Preston & Child - Gevaarlijke stroming. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 400 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.  

12 juli 2020

Max van Olden - Het zwarte dossier (2020)

Moordopdracht als dichtbundel 




(Door Hans Knegtmans)


Het zwarte dossier is de derde thriller van jurist Max van Olden. Ook zijn nieuwe roman maakt duidelijk dat hij tot de Nederlandse top mag worden gerekend. Hoofdpersoon Riemke Pennings zit in de hoek waar de klappen vallen. Ondanks haar gedegen opleiding (belastingrecht) heeft haar carrière nog geen hoge vlucht genomen. Dat is deels haar eigen fout geweest. Zo jong als ze is, heeft ze enorme schulden opgebouwd, onder meer doordat haar ex-man zakelijk gezien een non-valeur was. Getrouwd in gemeenschap van goederen, dus dan weet je het wel.


Nu gaat het iets beter: door een gelukkige speling van het lot heeft ze zelfs een baan bemachtigd bij een chic kantoor aan de Amsterdamse Zuidas. Maar ook daar gaat het niet van een leien dakje. Door een paar blunders trekt haar werkgever haar geschiktheid in twijfel, waardoor haar huidige opdracht cruciaal zal zijn voor haar toekomst in de juristerij. En dat terwijl zij in haar eentje haar vijfjarige zoontje Nils moet opvoeden.

Haar taak is nogal vergezocht, en je moet goed lezen om door de bomen het bos te blijven zien. Versimpeld komt het hierop neer: Riemkes klant, een zekere Tervoort, heeft ontdekt dat een vroegere maat van hem over gecodeerde informatie beschikt die voor insiders onmiskenbare moordinstructies bevat. Ook Tervoort lijkt deel uit te maken van de beoogde slachtoffers.

De gecodeerde tekst is vermomd als, schrik niet, een dichtbundel. Die gedichten kunnen Tervoort gestolen worden, maar de moordinstructies zijn andere kost. Een praktisch probleem is dat de gelegenheidsdichter - de gepatenteerde crimineel Novak Petrović - op dit moment een celstraf uitzit. Hoe kan hij van nut zijn bij het vinden van het document?

Van huis uit beschikt de auteur over een heldere stijl en voorbeeldig taalgevoel. Soms zou je willen dat hij wat gas terugnam. Tot ver in het verhaal duiken nieuwe personages op, die alleen maar het geheugen belasten. Omgekeerd zouden andere romanfiguren gebaat zijn bij een wat diepgaandere behandeling. Riemkes belangrijkste rivaal op het kantoor is Margot, die fungeert als haar dagelijks begeleider. Over hun interactie valt vast wel meer te vertellen dan wat Van Olden prijsgeeft.

Max van Olden - Het zwarte dossier. Uitgeverij Ambo|Anthos, 284 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

20 juni 2020

Stephen King - Als het bloedt (2020)

'Dood' is bij King een rekbaar begrip  



(Door Hans Knegtmans)

Stel dat de lezer niets van Stephen King af weet en de verhalenbundel Als het bloedt begint met het titelverhaal. Dan zal hij waarschijnlijk denken dat hij per ongeluk een jongensboek heeft aangeschaft. Hoofdpersoon Craig zit op de lagere school van een gehucht in de staat Maine. Hij krijgt een bijbaantje aangeboden als parttime voorlezer in de kerk (daar is hij goed in).

Zijn steenrijke opdrachtgever, meneer Harrigan, is in een lang vervlogen tijdperk onfatsoenlijk rijk geworden zonder enige kennis van IT-verworvenheden. Dat is in deze branche niet gebruikelijk, maar nu kunnen leerling en docent profiteren van elkaars kennis, en wanneer Harrigan de clou van het beleggen ontdekt, is er geen houden meer aan. Harrigan is dan wel een relict uit vroeger tijden, achterlijk is hij allerminst.

Hun relatie intensiveert wanneer Harrigan hem aanbiedt de met een kraslot gewonnen hoofdprijs van wel 300 dollar voor hem te beleggen. Helaas komt reeds na 40 pagina's Harrigan om het leven. Hoewel: 'dood' is bij Stephen King een rekbaar begrip, en zo blijven de personages die Craig met Harrigans iPhone in het graf heeft achtergelaten met elkaar in gesprek, als daar een goede aanleiding voor is. En die is er bij herhaling.

Op de middelbare school krijgt Craig het aan de stok met een notoire pestkop. Hij slaat hem zelfs tegen de vlakte. Een dag later is de pester dood. Zelfmoord. Craig neemt aan dat hij schuld heeft aan het incident, al benadrukken mensen die het goed met hem voor hebben de kracht van het 'magisch denken'.

Is dat 'korte verhaal' dan nooit afgelopen? Jawel, bijna. Eerst wordt ons nog uitgelegd dat de charmante lerares op wie hij heel lang geleden een blauwe maandag verliefd is geweest, samen met haar huidige vrijer op de motor is doodgereden. En dat de dader met opzet heeft gehandeld. Zo zie je maar ...

Ja, wat eigenlijk?

Afronden is niet Kings specialiteit, en De telefoon van meneer Harrigan is daar een sprekend voorbeeld van. In de andere vier verhalen maakt de auteur het minder bont. Aldus geeft de bundel een rake demonstratie van de sterke en zwakkere kanten van Kings veelzijdigheid.

Stephen King - Als het bloedt. Uitgeverij Boekerij, 416 pag.


Deze recensie, met toestemming van de auteur hier geplaatst, verscheen eerder in Het Parool.

02 mei 2020

Robert Bryndza - Doods geheim (2020)

Ontknoping verdient beter verhaal   



(Door Hans Knegtmans)

De Britse thrillerauteur van Slowaakse origine Robert Bryndza debuteerde hier in 2018 succesvol met Het meisje in het ijs, zijn eerste roman met rechercheur Erika Foster in de hoofdrol. Uitgeverij Meulenhoff Boekerij bracht ook de volgende deeltjes rond de Britse speurder uit. Doods geheim (de spatie komt voor rekening van de uitgever) is alweer het zesde deel in de serie. Het verhaal begint met de messenmoord op de 22-jarige nachtclubdanseres Marissa Lewis. Haar burleske dans, die tegen het hoerige aan schurkte, was een doorslaand succes. Vanwege haar reputatie (bloedmooi en zonder enige remming) is het voor het onderzoeksteam een hele klus om geen verdachten over het hoofd te zien.

De dienstdoende rechercheur heeft zich wat verlaat, en bescheidenheid is collega Foster vreemd: 'Nou, hij is er nog niet en ik wel.' Erika heeft een dubbel gevoel jegens haar vak: afschuw en fascinatie strijden om de eerste plaats. Dat is mede te wijten aan een inval in een drugspand waarbij haar echtgenoot om het leven kwam.

Zoals vaak in politieromans komt het onderzoek maar moeizaam op gang. Enige tijd ziet het er bij volgende aanslagen naar uit dat de moordenaar zich schuilhoudt achter een ouderwets gasmasker. Vooralsnog echter blijft Marissa Lewis het enige dodelijke slachtoffer. De personen die in handen van de gasmaskerman vallen worden 'slechts' verkracht en anderszins gemolesteerd, maar de dader houdt ze wel in leven. Op één na, die zo wanhopig is door de stress en de doorstane vernederingen dat hij zichzelf verhangt.

Als om de lezer nog meer bij Erika's wereld te betrekken, grijpt de auteur herhaaldelijk terug op haar belevenissen in eerdere delen. Die komen de coherentie van het verhaal niet ten goede. Ook stipt hij geregeld de amoureuze verwikkelingen aan tussen de personages met een kuise vaagheid die de lezer noopt tot terugbladeren om het fijne van de zaak te bevatten.

Wanneer de lezer eindelijk denkt te weten wie de moordenaar is, schudt Bryndza een alternatief scenario uit zijn mouw dat meer doortimmerd en overtuigender oogt dan al het voorafgaande. Doods geheim is een ontknoping die een sterker verhaal had verdiend.

Robert Bryndza - Doods geheim. Uitgeverij Boekerij, 336 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

11 april 2020

Jens Vern - De macht van K. (2020)

Zesde zintuig voor plot 



(Door Hans Knegtmans)

De macht van K. is het romandebuut van thrillerjournalist Sander Verheijen. Voor deze gelegenheid noemt hij zich Jens Vern. Mijn pseudoniem zou het niet zijn, maar ieder zijn meug. De titel verwijst naar het romanpersonage Frank Keeler, die aan het hoofd staat van IT-bedrijf The Keeler Company in Washington.

De kersvers afgestudeerde Tim Turner wordt - tot zijn eigen verbazing, want zo riant waren zijn studieresultaten niet - aangenomen als veiligheidsexpert. Keeler heeft kennelijk een hoge pet van hem op. Misschien komt dat door de reputatie van zijn universiteit - de George Washington University School of Media and Public Affairs - maar iets zegt hem dat er meer voor nodig is om de IT-gigant te imponeren.

Hoe dan ook, de nieuwe functie biedt hem een astronomisch salaris en een riante huisvesting. Tim weet niet hoe hij het heeft. Is dit wel zuivere koffie? Het duurt even voordat hij beseft in welk wespennest hij terechtgekomen is.

Vern bouwt zijn verhaal uitstekend op, geholpen door een zesde zintuig voor welke plotwending optimale spanning creëert. Daarbij houdt hij de lezer op het goede spoor door met bewonderenswaardige regelmaat de datum van handeling te vermelden, evenals wiens perspectief in de desbetreffende paragraaf het duidelijkst doorklinkt. Dat is geen luxe: het verhaal is dermate complex dat verwarring op de loer ligt.

In de beste traditie van de actiethriller heeft de auteur de thema's geweld en seks hoog in het vaandel. De personages snijden en knallen er ongegeneerd op los, en met hun vleselijke lusten is het ook dik in orde. Wel moet de lezer erop bedacht zijn dat de schrijver zich verre houdt van platvloerse seks: 'Ze ziet er verbluffend goed uit in een zwart jurkje, extreem hoge hakken en met prachtig opgestoken haar, alsof ze op weg zijn naar een gala.'

Gegeven de ernst van de thematiek was het boek gebaat geweest bij wat humor hier en daar. Maar dat heeft duidelijk geen prioriteit. De kleine grapjes van de hoofdpersoon zijn meestentijds bijzonder flauw. Het aantal keren dat ik hartelijk moest lachen, bedroeg welgeteld één.

Jens Vern - De macht van K., uitgeverij Volt, 383 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

14 maart 2020

Karin Fossum - De verduistering (2020)

Nu eens geen chagrijnige rechercheur 



(Door Hans Knegtmans)

Sylvie Roos en haar man Madani Miele logeren in een Stockholms hotel. Daarheen zijn ze uitgeweken omdat ze een aantal dingen moesten regelen voor hun aanstaande echtscheiding. Een daarvan is wie de voogdij over hun zoontje Elias (15 maanden) zal krijgen.

Dit scenario kan echter de eerste de beste nacht al de prullenbak in, want tijdens een spelletje op het balkon kukelt Elias over de balustrade van de zesde verdieping. Dood.

De rechercheurs - Karin Fossums vaste duocommissaris Konrad Sejer en zijn rechterhand Jacob Skarre - kunnen hun borst nat maken. De reddingwerkers hebben de ouders zwaar toegetakeld aangetroffen - ze zijn elkaar te lijf gegaan. Sylvie Roos is een zuipschuit zonder weerga en Madani Miele is helemaal een lastig geval: van Servische afkomst (dus zijn er taalproblemen) en bovendien is hij onderhevig aan depressies, waarvoor hij meermalen behandeld is geweest. Geen van hen zegt ook maar iets met de tragedie uitstaande te hebben.

Bij gebrek aan getuigen komen de onderzoekers geen stap verder. Uiteindelijk grijpt Konrad Sejer naar het ultieme zwaktebod: seponeer beide zaken, en geef daardoor beide partijen de kans in vrijheid een noodlottige fout te maken.

Inderdaad grijpen beide echtgenoten elke gelegenheid aan om elkaar het leven zuur te maken, en tegenover derden hun liefde voor hun overleden zoon te belijden. Alsof het een wedstrijd is, bieden zij tegen elkaar op bij de verzorging van het graf.

Nee, dan zijn hun gedragingen zonder evident eigenbelang interessanter voor zowel de lezer als commissaris Sejer. Zo bezorgt de chef van het vrachtbedrijf waarvoor Miele werkt hem een prestatieprijs, terwijl hij zelf - indachtig zijn depressieve geaardheid - al op ontslag rekende.

De veelvuldig onderscheiden Fossum heeft een superieure thriller geschreven, met een speurder die nu eens geen chagrijnige inborst heeft, of dronken is, of gebukt gaat onder zelfbeklag (dat kun je niet van alle Scandinaviërs zeggen). En de schrijver verdient bonuspunten voor de doordachte intrige.

Karin Fossum - De verduistering. Uitgeverij Boekerij, 384 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

21 december 2019

Lee Child - Blauwe maan (2019)

Jack Reacher knalt alsof het kermis is 



(Door Hans Knegtmans)

Blauwe maan, de nieuwe thriller met Jack Reacher, eindigt met een kwinkslag. Eerder heeft hij de slechterik in het verhaal wijsgemaakt dat die een vrije aftocht zal krijgen, maar nu verbreekt de hoofdpersoon deze belofte: 'Dat was nepnieuws.' Waarna Reacher de booswicht doodt met een kogel in het voorhoofd.

Het is niet de eerste keer dat de held dood en verderf zaait, en ook niet de laatste. 'Een schiettent op de kermis,' denkt hij met gevoel voor ironie.

Ja, er wordt wat afgeknald en, eerlijk is eerlijk, niet alleen door de hoofdpersoon. De belangrijkste vertellijn is het niet-aflatende conflict tussen twee rivaliserende bendes, ergens op het Amerikaanse platteland. De ene groep bestaat uit Oekraniërs, de andere uit Albanezen. Het lijkt mij dat de auteur Lee Child beide nationaliteiten als even onsympathiek wil afschilderen, en mijn lichte sympathie voor de Oekraniërs kan ik dan ook niet meteen verklaren. Maakt het iets uit dat ik - net als de schrijver - het ene land sterker associeer met lang, blond en lekker? Dat zou een literair discutabele overweging zijn.

Hoe dan ook, de sympathieke senior Aaron Shevick en zijn vrouw Maria hebben een woekerlening afgesloten, en hij beseft dat er een serieuze boete bestaat op wanbetaling. Als man van de wereld begrijpt medebuspassagier Jack Reacher dat de uitstappende bejaarde invalide er bijna om vraagt beroofd te worden, en hij brengt hem veilig naar huis. Van het een komt het ander, en al gauw beseffen de malafide geldschieters dat de nieuweling (die ze consequent beschrijven als 'lang' en 'lelijk') beslist niet op hun hand is.

Het onderscheid tussen de bendes krijgt, afgezien van hun namen, op geen enkele manier gestalte. Oekraïne of Albanië, in het boek blijft het één pot nat. Als er al sprake is van een buitenstaander, is dat het barmeisje Abby. Zij is zo scherp, sympathiek en geestig, dat je even vreest dat de verstokte vrijgezel van zijn geloof zal vallen. Maar nee, Reacher blijft Reacher. Ook al laat hij dit keer moreel gezien de lezer lelijk in de kou staan.

Lee Child - Blauwe maan. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 356 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool. 

24 november 2019

Michael Berg - Ik zie je (2019)

Als de hersens zijn ingeslagen begint het verhaal echt 



(Door Hans Knegtmans)

Carol Brodie, de hoofdpersoon van Ik zie je, heeft besloten er twee maanden tussenuit te piepen. Dat is, in haar eigen woorden, 'om de accu op te laden en een eind te maken aan jaren somberen'. Dit klinkt als een serieuze kwestie en terecht.

Om me te beperken tot het topje van de ijsberg: na drie succesvolle romans kampt Brodie al vijf jaar met een onvervalste writer's block. Keer op keer moet ze erkennen dat de paar pagina's van gisteren rommel zijn om je diep voor te schamen.

Ook op andere fronten is haar leven geen succes. Haar (gehuwde) vrijer Simon is een middelbare zelfvoldane kwast, en moeder een benepen zeur. Vader was een schat, maar is veel te vroeg aan kanker overleden. De psychotherapeut die ze bezoekt, sleept met wisselend succes het ene medicijn na het andere aan. Brodie lijkt niet voor het geluk geboren te zijn.

De schijterige onzekerheid van de antiheldin is voor de lezer geen pretje.

Het hoeft geen betoog dat zo iemand niet een-twee-drie 'de accu opgeladen' heeft. Vakantie houden is een kunst die ze nauwelijks beheerst, zelfs als de omgeving - de prachtige Mont Ventoux in de Provence - daar uitdrukkelijk toe noodt.

Niet dat ze zich opsluit in haar riante huurvilla, maar haar bezorgdheid speelt haar parten in de sociale omgang. Zo wordt een onbekende leeftijdgenote die ze aanvankelijk slechts kent als een aantrekkelijke jonge vrouw die naakt baantjes trekt in het zwembad, zonder goede reden iemand waarover ze zich zorgen moet maken. 'Wie is de vrouw? Is ze alleen? Wat doet ze voor de kost of hoeft ze niet meer te werken?'

Voor de lezer is die schijterige onzekerheid geen pretje, maar het laat zich raden dat Brodie vooral haar eigen leven verpest. De auteur doet er nog een schepje bovenop door zijn antiheldin met ongeloofwaardige regelmaat naar de rosé en sigaretten te laten grijpen. 'Morgen stop ik.' Zei de vrouw die ons ook heilig beloofde morgen met haar nieuwe roman te beginnen.

Het duurt meer dan honderd pagina's tot het verhaal eindelijk op gang komt. De zwemster, die zich Ilse Graf noemt, slaat een ongenode man met een beeldje de hersens in. Carol kent de werkelijke toedracht, maar praat zichzelf aan dat het incident te wijten was aan 'een ongeluk, zelfverdediging of noodweer'. Niet iedereen deelt haar mening.

Opmerkelijk genoeg stijgt in de resterende hoofdstukken niet alleen de spanning, maar ook de kwaliteit van het verhaal. Dan zien we ook - eindelijk - dat Michael Berg in ieder geval niet zijn vermogen verloren heeft een spannende intrige te bedenken.

Michael Berg - Ik zie je. Uitgeverij The House of Books, 336 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

26 oktober 2019

Robert Harris - De tweede slaap (2019)

Nieuwe jaartelling van een routinier



(Door Hans Knegtmans)

De tweede slaap van Robert Harris begint met het overlijden van pastoor Thomas Lacy. Die is, in een dorpje op het Engelse platteland, van een hoge rots afgekukeld en daarbij om het leven gekomen. De nieuwbakken pater Christopher Fairfax krijgt de opdracht de begrafenis en bijbehorende ceremonieën tot een goed einde te brengen.

Op het eerste gezicht lijkt De tweede slaap een historische roman, ook al vanwege het jaartal (1468) van de gebeurtenissen. Later blijkt dat dit jaartal niet klopt. Nadat zich ooit een - niet in detail uitgelegde - ramp heeft voltrokken, is de katholieke kerk met een nieuwe jaartelling begonnen. Het is een hele puzzel die herziene datering te begrijpen.

Interessanter is dat de machthebbers het verleden nadrukkelijk verzwijgen, zodat vrijwel niemand de feitelijke stand van zaken kent. Onder regie van de corrupte overheid zijn eeuwenlang wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen van vroeger verzwegen, zodat de huidige bevolking het nog steeds doodnormaal vindt zich te voet of met paard en wagen te verplaatsen en 's avonds kaarsen te ontsteken.

Gelukkig blijkt Pater Fairfax een ondernemende natuur te hebben. Het helpt dat hem langzaamaan duidelijk wordt dat de verongelukte pastoor bij leven ook geen fan was van zijn machtige superieuren. Met assistentie van nog een paar daadkrachtige dorpelingen - de geëmancipeerde weduwe Sarah Dunston en de politiek nogal rechtlijnige wolfabrikant John Hancock - binden zij de strijd aan met de corrupte machthebbers. Voorzichtigheid is geboden, want hun godvruchtige tegenstanders kijken niet op een paar slachtoffers meer of minder.

Harris is een geroutineerd verteller met meer dan voldoende invallen om de lezer scherp te houden. Creatief is zijn idee om een wetenschapsexpert op te voeren die tot verbijstering van zijn publiek het concept elektriciteit in de praktijk brengt. Hiermee zet hij zijn eigen veiligheid op het spel, maar door een kras staaltje van omkoping weet zakenman Hancock het gevaar te bezweren.

De lezer vraagt zich af of in een zo doortrapte maatschappij de nette mensen überhaupt enige kans hebben aan het langste eind te trekken. Dat moet u zelf maar ontdekken.

Robert Harris - De tweede slaap. Uitgeverij Cargo, 364 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in  Het Parool.

21 september 2019

Stephen King - Het instituut (2019)

Deze King is wel érg ongeloofwaardig



(Door Hans Knegtmans)


Misschien is het een kwestie van smaak. Ik kan een roman van Stephen King probleemloos doorkomen, zolang ik me maar kan voorstellen dat de personages werkelijk bestaan. Tot nu toe heb ik geluk gehad, maar nu keert het lot zich tegen mij.

In Het instituut beschrijft hij tal van gebeurtenissen die op zijn zachtst gezegd ongeloofwaardig zijn. Kinderen die gedwongen worden te kijken naar intens infantiele films die hun een barstende hoofdpijn bezorgen. Of blootgesteld worden aan onheilspellend gegons, waardoor ze volledig van slag raken. Dit nog afgezien van passages waarin de auteur zijn geheel eigen sciencefiction over de lezer uitkiepert.

De hoofdpersoon van Het instituut is de twaalfjarige Luke. Een doodnormale jongen, aardig en betrouwbaar. Hij zeikt zelfs zijn ouders niet af. Het enige persoonskenmerk waar hij een beetje mee moet uitkijken, is zijn opzichtige genialiteit.

Het leven van dit wonderkind is zoals je elke twaalfjarige jongen zou toewensen. Totdat op een kwade nacht twee penozefiguren zijn ouders doodschieten, en hun zoon meenemen naar een kamer die eruitziet als een wat slordige versie van zijn kamer thuis.

Gelukkig heeft Luke in zijn gevangenis enkele tientallen medebewoners, van wie sommigen hem bijpraten hoe het er daar toegaat. Erg rooskleurig ziet zijn toekomst er gezien hun ervaringen niet uit. Nu zitten ze nog in de vleugel die toepasselijk Voorkant wordt genoemd. Na een kort verblijf aldaar zullen ze worden overgebracht naar Achterkant. De officiële versie is dat ze na korte tijd weer mogen vertrekken, zij het dat eerst hun geheugens worden gewist.

Lukes medegevangenen denken dat 'vertrekken' een eufemisme is voor iets akeligs. Dit vermoeden wordt bevestigd als hij in een krant leest dat zijn ouders zijn vermoord, en wel op de dag dat hij zelf van de aardbodem verdween.

De intrige en de sfeer van het boek spreken meer tot de verbeelding dan de personages. Met uitzondering van de tienjarige, bedeesde Avery. Die neemt tijdens een periode waarin Luke noodgedwongen elders vertoeft de teugels strak in handen. Op zulke momenten besef je dat het boek veel beter had kunnen zijn.

Stephen King - Het Instituut. Uitgeverij Boekerij, 544 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

31 augustus 2019

Geir Tangen - Hartenbreker (2019)

Wakker worden naast een dode vriendin



(Door Hans Knegtmans)


De Noor Geir Tangen is in zijn land vooral bekend als crime blogger. Sinds 2016 beoefent hij ook het thrillergenre, toen hij in eigen beheer Het meesterwerk uitgaf. De gerenommeerde uitgeverij Gyldendal nam hem op in haar stal, en met succes. Zojuist verscheen in Nederland zijn tweede roman, Hartenbreker. Daarin treden tal van personages op met wie we in zijn debuut al kennis konden maken, al is het nauwelijks een vervolg in de letterlijke zin.

De 17-jarige hoofdpersoon Alexander wordt wakker in de slaapkamer van een huis waar hij gisteren een feest heeft bezocht. Hij is niet alleen. Naast hem ligt een vriendin van hem, Emilie Sand Vormedal. Ze is dood.

In paniek belt hij zijn vader op, de journalist Viljar Ravn Gudmunsson. Ook Lotte Skeisvoll, politie-inspecteur en huisvriendin van Viljar, verschijnt op het toneel. Niet dat Alexanders zorgen nu voorbij zijn. Veel van de feestgangers zijn na het partijtje blijven hangen, en sommigen zijn er getuige van geweest dat Alexander en de toen nog levende Emilie in de logeerkamer hebben overnacht.

Al gauw keert de stemming van de jongelui zich tegen Alexander - wie anders zou de dood van Emilie op zijn geweten kunnen hebben? Deze lijdt aan adhd, en in deze stressvolle omstandigheden weet hij niets beters te doen dan zich in zijn vaders auto uit de voeten te maken voor een chaotische autorit, die eindigt tegen een rotswand.

We zijn dan op pagina 36, van de ruim 400. Tangen heeft geen omslachtige schrijfstijl en bezondigt zich niet aan nodeloze uitweidingen. Het is eerder de veelheid aan thema's die qualitate qua de nodige ruimte opslokt. De belangrijkste slechteriken in het verhaal lijken een Noorse versie van de PVV, maar dan wat rechtser. Daarbij maakt de schrijver duidelijk dat deze splinterpartij aangestuurd wordt door individuen met macht en die maatschappelijk aanzien genieten.

Een enkele keer zou je wensen dat de auteur wat minder psychologiseerde, zoals bij zijn beschrijving van de dwangmatig ordelijke Lotte Skeisvoll. Anderzijds heeft hij wel erg veel geduld met de labiele Alexander. Daardoor duurt het nogal lang eer de positief gestemde lezer ten volle beseft wat een vreselijke klootzak dat is.

Geir Tangen - Hartenbreker. Uitgeverij The House of Books, 432 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

20 juli 2019

Peter James - Ultiem bewijs (2019)

Man met missie in geroutineerde plot 



(Door Hans Knegtmans)

Peter James is vooral bekend door zijn boekenserie over rechercheur Roy Grace. Zo nu en dan schrijft hij een standaloneroman. De meest recente is Ultiem bewijs. 'De beste what-if thriller sinds De Da Vinci Code', roept collega-auteur Lee Child blij op de voorflap.


Nou, zo'n vaart loopt het niet. Het uitgangspunt van het boek is ambitieus genoeg. Onderzoeksjournalist Ross Hunter wordt benaderd door de gepensioneerde hoogleraar kunstgeschiedenis Harry F. Cook. Deze zegt door toedoen van een tussenpersoon een oud manuscript in zijn bezit te hebben gekregen, waarin wordt verkondigd dat zeer binnenkort God levend en wel de aarde zal bezoeken. (De precieze uitleg is complexer, maar mag de lezer zelf ontdekken.)

Cook geeft hem het manuscript te leen, plus de coördinaten van de drie plekken waar het bewijs zich zou bevinden. Al snel moet Ross het zonder zijn tipgever stellen, die in koelen bloede vermoord wordt. Voorts blijkt de geruchtenmachine tientallen belangstellenden te genereren die, afhankelijk van hun maatschappelijke positie en levenswandel, de terugkeer van de Heiland te eigen bate willen gebruiken of juist dwarsbomen.

Alleen al met overleven maakt Ross vele overuren. En dan moet hij ook zijn gevoelens tegenover de dames kanaliseren. Hij mag dan met de lastige Imogen getrouwd zijn (zij verwacht zelfs een kind van hem), zijn hart gaat eigenlijk uit naar de spontane en goudeerlijke tv-presentatrice Selly. Anderzijds is hij geen versierder, zodat hij niet zonder meer de relationele oversteek maakt.

De auteur toont zich een geroutineerde plotter, en voor in het vliegtuig en/of het vakantiehuisje is dit boek geen slechte keus. Tenzij de lezer hecht aan doordacht en creatief taalgebruik, dan moet hij niet bij James wezen: 'Ik zal mijn neef bellen. Ik weet niet waarom je daarheen gaat, en daar wil ik ook niet naar vragen, maar ik voel aan dat het belangrijk is. Ik hoor het aan je stem, Ross, je bent een man met een missie.'

Ten slotte: de lezer die zich oprecht afvraagt of God nu wel of niet leeft, wordt in het ongewisse gelaten. Weliswaar suggereert de auteur dat een van de personages geen gewone aardbewoner is, maar dan nog. We kunnen niet iedereen tot God bombarderen.

Peter James - Ultiem bewijs. Uitgeverij De Fontein, 495 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in het AD.

06 juli 2019

Blake Crouch - Reset (2019)

De slagman die een werper werd



(Door Hans Knegtmans)


Reset van het nieuwe Amerikaanse thrillerfenomeen Blake Crouch vertelt twee verhalen die in elkaar grijpen. Politieman Barry Sutton stuit op een vrouw die zich op de veertigste verdieping van een kantoorgebouw ophoudt. Zij lijdt aan het False Memory Syndrome. Dat heeft in de Verenigde Staten van 2018 een hoge vlucht genomen. De slachtoffers lijden aan waanvoorstellingen die nauwelijks van echt zijn te onderscheiden. Het enige waarin de nepvoorstellingen afwijken is de kleur. Je kunt ze opvatten als de beelden van een zwartwitfilm vergeleken met de technicolor van de werkelijkheid. Hoe dan ook, haar suïcidale aanvechtingen krijgen de overhand en ze maakt de dodelijke sprong.

Het andere verhaal speelt zich elf jaar eerder af. De piepjonge Helena maakt zich zorgen om de voortschrijdende alzheimer van haar moeder. Haar geniale geest heeft een methode uitgedokterd om een futuristische stoel te bouwen waarmee iemand (lees: haar moeder) haar geheugen kan opfrissen. Natuurlijk kost dat een lieve cent, maar ze treft een puissant rijke weldoener die bereid is dit goede doel te sponsoren.

Deze verhalen zijn niet zonder meer verenigbaar, maar je kunt het wel aan Crouch overlaten ze kunstig naar elkaar toe te schrijven. De hoofdpersonen blijft geen tegenslag bespaard. De spectaculairste mislukking in het verhaal is dat de experimentele stoel niet slechts mensen helpt herinneringen te herbeleven, maar hen ook in staat stelt fysiek terug te keren naar het verleden.

Door het 'wetenschappelijke' karakter van de roman ziet de schrijver zich genoodzaakt tot het gebruik van potjeslatijn. In vertaling ziet dat er soms nogal amateuristisch uit. Ik zou graag zeggen dat dit de schuld van Crouch is, maar zo simpel is het niet.

De lakmoesproef voor foute vertalingen is zoals zo vaak een onzinnige beschrijving van een baseballwedstrijd, dit keer tussen de Boston Red Sox en de Colorado Rockies. In het begin lijkt er niets aan de hand. Soxwerper Curt Schilling neemt het op tegen de gevreesde slagman Todd Helton. Maar: één pagina verder is dezelfde Helton ineens de werper van de Rockies geworden. Hij gooit zelfs een slagman uit! De twee vertalers hebben tot deze exegese besloten - in goed overleg?

Blake Crouch - Reset. Uitgeverij The House of Books, 352 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

22 juni 2019

Linwood Barclay - Niemand hoort het (2019)

Een typemachine met een eigen wil



(Door Hans Knegtmans)


Wie uit haast of ongeduld het voorwoord van Niemand hoort het overslaat, mist de helft van het verhaal. Dat is dus niet verstandig.

Op een rustige avond in Connecticut ziet professor Paul Davis zijn bevriende collega Kenneth Hoffman voor zich uit tuffen. Hoffmans stationcar slingert over de weg en verandert voortdurend van tempo. Dichterbij gekomen ziet Paul wat het probleem is. Uit de kofferbak steken twee paar vrouwenbenen, verpakt in plastic. Als Davis hem benadert, slaat Hoffman zijn collega met een spade buiten westen.

Acht maanden later. Een patrouillerende politieman heeft Hoffman aangehouden en al doende Davis' leven gered. Hoffman zit in het gevang voor meervoudige moord, Davis wordt geplaagd door een posttraumatisch stresssyndroom. Gelukkig heeft hij het getroffen met zijn therapeute: Anna White kent haar vakliteratuur en is prettig in de omgang.

Maar psychotherapie lost de aanleiding van de dubbele moord niet op. Waarom vermoordde Hoffman twee onschuldige vrouwen? En waarom liet hij hen (ongetwijfeld onder dwang) een groteske 'schuldbekentenis' ondertekenen?

Bij wijze van therapie bedenkt Paul dat het geen kwaad kan alles wat hem van de recente gebeurtenissen te binnen schiet, op te schrijven. Zijn vriendin Charlotte ondersteunt dit initiatief door hem een fijne ouderwetse Underwood-schrijfmachine cadeau te doen, dat moet het typen extra voldoening geven.

Deze surprise blijkt echter geen succes. De Underwood lijkt een eigen wil te hebben en tikt en ratelt dat het een aard heeft. Daarnaast heeft het ding de hebbelijkheid alleen in actie te komen als er geen getuigen aanwezig zijn. Wanneer het apparaat ook nog in machineschrift begrijpelijke zinnen gaat produceren, lijkt Paul een nieuwe inzinking nabij.

Lezers die een hekel hebben aan bovennatuurlijke rimram houden hun hart vast. De anders zo oordeelkundige auteur zal zich toch niet onverhoopt met het fantasygenre hebben ingelaten? Wees gerust. Niemand hoort het is geen griezellectuur.

Linwood Barclay - Niemand hoort het. Uitgeverij Boekerij, 320 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

08 juni 2019

Philip Kerr - Metropolis (2019)

Moorden in het Berlijn van 1928



(Door Hans Knegtmans)


Op 23 maart 2018 overleed de Schotse auteur Philip Kerr, amper 62 jaar oud. Op foto's oogt hij als de vitaliteit zelve. Zijn laatste twee romans - Transfermaand en De hand van God - spelen zich af in de wereld van het Engelse profvoetbal. Dat is geen onderwerp waarmee je massaal de lezers naar de boekwinkel trekt, althans niet in Nederland. Goddank blijkt de productieve schrijver op de valreep nog een 'echte' Kerr te hebben geschreven.


Metropolis is grotendeels gesitueerd in het Berlijn van 1928, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Hoofdpersoon is als zo vaak de Duitse politieman Bernie Gunther. Aan het begin van het boek wordt de jeugdige rechercheur gepromoveerd tot bemanningslid van 'de moordwagen'. Dat is een soort rijdend laboratorium.

Bernie is vereerd maar ook verrast. Niet alleen omdat hij een betrekkelijk groentje is, maar ook omdat bij zijn weten inspecteur Kurt Reichenbach de belangrijkste gegadigde voor deze functie was. Maar nee: zijn Joodse chef Bernard Weiss en de sterrechercheur Ernst Granat (in de wandeling ook wel De Buddha genoemd) lijken te weten waar ze aan beginnen: 'Je bent ijverig en je weet wanneer je je mond moet houden.' Dat eerste is zeker waar, maar de lezer merkt snel genoeg dat Bernie niet uitblinkt in tact en subtiliteit.

Kerrs thrillerreeks over de wereld van Bernie Gunther is verre van chronologisch. De eerste drie delen - gepubliceerd in 1989 tot en met 1991 - worden tezamen wel aangeduid als De Berlijnse trilogie. Daarna belandde Bernie op een zijspoor, en het duurde tot 2006 tot het vierde deel van de serie uitkwam.

In De een van de ander runt Bernie na een tussendoortje in, waarom ook niet, het Duitse leger, een detectivebureau in München. Het is dan 1949. De schrijver springt dus lustig heen en terug in de tijd. Dat zou bij een mindere auteur een compositorische warboel kunnen opleveren, maar Kerr houdt de teugels strak. Daarom is er voor nieuwkomers niet de minste reden om met een ander deel dan Metropolis te beginnen.

De hoofdpersoon krijgt nauwelijks tijd om zich in te werken in zijn nieuwe positie. Recentelijk zijn vier prostituees vermoord. Moorden zijn nooit leuk, en dat is hier al niet anders. De dader heeft al zijn slachtoffers gescalpeerd en wordt daarom in de pers met Winnetou aangeduid. (Vandaag de dag zou niemand dat begrijpen maar voor de krantenlezers van toen is het Indiaanse opperhoofd, ontsproten aan de geest van boekenschrijver Karl May, een begrip.)

Bernie weet maar al te goed dat in het Berlijn van die tijd nette mensen weinig of geen begrip hebben voor dames van lichte zeden. En niet alleen voor hen. Ook andere bevolkingsgroepen zijn niet bijster populair. Kerr noemt in één adem drugsdealers, prostituees, pooiers, travestieten, flikkers, Joden en communisten. Je vraagt je af waarop Bernie in de proloog zijn opvatting baseert dat hij 'voor geen goud ergens anders zou hebben willen wonen'. Dat klinkt als een Jordanees die zijn liefde voor Amsterdam betuigt.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over een tweede reeks moorden die hij moet zien op te lossen. Die vermoorde meisjes is één ding, maar tot overmaat van ramp telt Berlijn nog een andere seriemoordenaar. De man noemt zich dr. Guadenschuss. Die heeft niet zozeer problemen met prostituees als wel met invalide ex-militairen die, verminkt en wel, hun vaderland te schande maken. Inmiddels heeft de dokter drie moorden op zijn geweten. De autoriteiten wachten op de volgende uitbarsting. Op instigatie van zijn chef neemt Bernie deel aan - het nieuwste van het nieuwste - een undercoveroperatie. Alweer geen succes.

Voor de authenticiteit voert de auteur enkele bestaande kunstenaars uit die periode op. Zo krijgt de stad bezoek van de visionaire filmregisseur Fritz Lang, die historie schreef met zijn meesterwerk Metropolis. De filmmuziek (Mackie Messer) bevalt Bernie maar matig. Hij permitteert zich een botte grap aan het adres van zangeres Lotte Lenya. 'Prima stem. Goede muziek ook. Geschikt als geheugensteuntje dat ik de pianostemmer moet opbellen.'

Daar heeft hij een punt. Ik word ook nog steeds wat nerveus als ik die evergreen op de radio hoor.

Philip Kerr - Metropolis. Uitgeverij Boekerij, 352 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

27 mei 2019

Harlan Coben - De ontdekking (2019)

Coben vertroebelt het water al te zeer



(Door Hans Knegtmans)


Je moet thrillerschrijver Harlan Coben één ding nageven: spannende boeken schrijven is hem wel toevertrouwd. Over de beperkingen hebben we het straks nog. Hoofdpersoon van De ontdekking is Simon Greene, financieel adviseur met een kantoor in hartje Manhattan. Hij is getrouwd met kinderarts Ingrid en houdt veel van zijn drie kinderen. Hoewel, het ligt iets ingewikkelder. Paige, de oudste van de drie, is door Ingrid al maanden terug het huis uitgezet vanwege algehele onhandelbaarheid.

Wanneer Simon en Paige elkaar op straat ontmoeten, breekt zijn vaderhart. Zij brengt als straatzanger zo vals als een kraai Beatlessongs ten gehore, en is zo vermagerd en verslonsd dat hij haar bijna niet herkent.

Hun samenzijn is van korte duur. Een oudere jongere, kennelijk haar vriend, ontfermt zich ruw over haar. Het draait uit op een handgemeen, dat Simon beslecht met een rake uithaal. Uiteraard heeft iedereen de confrontatie met zijn telefoon gefilmd, en op sociale media wordt zijn wandaad breed uitgemeten. Simon hoopt vurig dat hij geen klacht aan zijn broek krijgt.

Het enig positieve aan dit incident is de wetenschap dat Paige nog leeft en dat het dus zin heeft te zoeken naar haar huidige verblijfplaats. Tot dan is het boek onderhoudend, maar zeker niet bloedstollend. Dat verandert als Aaron, de vriend van Paige, wordt vermoord. Simon prijkt bovenaan de verdachtenlijst, en moet dus niet alleen zijn dochter vinden, maar ook uitzoeken hoe haar schimmige sociale leven in elkaar steekt.

In de beste traditie van het privédetectivegenre vertroebelt Coben de wateren hoe en waar hij maar kan. Ook andere kennissen van Paige komen om het leven. Voorts dient zich een tweede onderzoeker aan, die om haar eigen redenen in het wereldje van Paige geïnteresseerd is. De ontelbare personages en vertellijnen maken het lezen niet tot een onverdeeld genoegen.

Cobens keus om alle gebeurtenissen vanuit het perspectief van Simon te schetsen, lijkt een trucje om de leesspanning te optimaliseren. In het laatste hoofdstuk blijkt dat ook Ingrid een cruciale rol speelt in de intrige. Door deze onthulling op de valreep beseft de lezer eens te meer dat Coben een thriller vooral opvat als een ingenieuze puzzel.

Harlan Coben - De ontdekking. Uitgeverij Boekerij, 416 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

13 april 2019

Emma Viskic - Resurrection Bay (2019)

Te veel bijrollen bij Australisch talent 



(Door Hans Knegtmans)

Sinds de dood van de fenomenale Australische thrillerauteur Peter Temple in 2018 moesten we het hier stellen met Michael Robotham en Jane Harper. Nu lijkt ook Emma Viskic zich serieus te hebben gemeld als toptalent. In 2016 kreeg ze voor haar debuutroman Resurrection Bay de prestigieuze Ned Kelly Award voor Best First Fiction. Ook haar tweede roman, And Fire Came Down (2017, hier nog niet uit), viel in de prijzen. Op dit moment legt ze de laatste hand aan Darkness for Light.


Hoofdpersoon van Resurrection Bay is Caleb Zelic, die samen met voormalig politiebrigadier Frankie Reynolds in Melbourne een onderzoeksbureautje runt. Na een paniekerig sms'je van zijn oude vriend Gary rijdt hij naar diens huis. Te laat. Gary is doodgestoken. Politie erbij. Die ontdekt dat Caleb nog maar enkele dagen geleden Gary heeft ingehuurd voor wat administratieve klusjes. Dat lijkt geen reden om iemand te vermoorden, maar je moet ergens beginnen. Kennelijk heeft ook de moordenaar onder het motto 'die vent weet te veel' zijn zinnen op Caleb gezet. Wanneer Caleb twee gevaarlijk ogende mannen in zijn huis aantreft, moet hij rennen voor zijn leven.

Hij besluit naar zijn geboorteplaats Resurrection Bay af te reizen. Niet alleen uit veiligheidsoverwegingen, maar ook vanwege de vertrouwde nabijheid van zijn ex-vrouw Kat. Hoewel hij dat niet zal toegeven, verlangt hij terug naar haar kalmerende optreden en - eerlijk is eerlijk - haar beeldschone lichaam.

Gelukkig blijft dit weeïge zijspoor nog net binnen de perken, zodat wij ons op de hoofdzaken kunnen concentreren. Zo is Caleb zo doof als een kwartel, maar legt hij dit uit valse schaamte niet uit eigen beweging uit aan zijn gespreksgenoten. Het hoeft geen betoog dat dit de helderheid van de communicatie lelijk in de weg kan staan. Die doofheid is functioneel, maar dat kun je van de talloze bijfiguren die Caleb in de latere hoofdstukken ontmoet niet zeggen.

Wie was Anton ook al weer? Of Kathryn? Het lijkt wel of Viskic het actiedrama wil combineren met het belegen genre van de klassieke puzzelroman, waarbij de speurder alle zestien verzamelde verdachten toespreekt alvorens de schuldige te ontmaskeren. Dat zou geen goede ontwikkeling zijn.

Emma Viskic - Resurrection Bay. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 252 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.

16 maart 2019

Sebastian Fitzek - Stoel 7A (2019)

Een duivels dilemma in het vliegtuig 



(Door Hans Knegtmans)

Wie een hekel heeft aan literaire spoilers moet de proloog van Stoel 7A beslist overslaan.

Die bevat namelijk in bedekte termen het slot van het boek, en daar kunt u beter nog even mee wachten.


De zwangere Nele is op weg naar een ziekenhuis in Berlijn, waar ze een keizersnede zal ondergaan. Maar de taxichauffeur die haar naar het ziekenhuis zou rijden, levert haar af bij een vervallen gebouw, dat duidelijk geen dienst meer doet als ziekenhuis. Ze is gevangen, maar waarom?

Dan is er psychiater Mats Krüger, de vader van Nele. Die woont sinds de dood van zijn vrouw in Buenos Aires en moet het vliegtuig nemen om zijn dochter en kleinkind te ontmoeten. Mats lijdt aan een extreme vliegfobie en sterft duizend doden, nog voor hij daadwerkelijk in het toestel stapt.

Alsof de reis al niet spannend genoeg is, wordt hij gebeld door iemand met mechanisch vervormde stem. De boodschap is glashelder: hij moet het toestel voor het zijn bestemming bereikt laten verongelukken, waarbij de meer dan 600 inzittenden zullen omkomen. Het alternatief is dat de reizigers ongemoeid blijven, maar dat Nele wordt gedood, met baby en al.

Je kunt je afvragen hoe een vreedzame psychiater een vliegtuig kan laten verongelukken, maar auteur Sebastian Fitzek componeert schijnbaar spelenderwijs. De telefoonstem herinnert Mats eraan dat hij lang geleden een patiënte, die leed aan 'posttraumatisch-bitterheidsyndroom' zodanig wist op te lappen dat ze met haar agressieve gevoelens kon omgaan. Dan moet het ook mogelijk zijn om het effect van die therapie ongedaan te maken. Toch? En laat nu uitgerekend deze voormalige patiënte purser zijn van het vliegtuig! En zo bevat het boek meer toevalligheden, die de lezer met een pietjeprecieskarakter misschien niet zullen bevallen.

Anderzijds beijvert Fitzek zich om tussen de regels duidelijk te maken dat Mats geen heilige is. Zijn zieke vrouw deed tevergeefs een beroep op hem om de laatste minuten van haar leven bij haar door te brengen. Hij kon de aanblik letterlijk niet verdragen en dat neemt hij zichzelf nog steeds kwalijk. Hoe reageert iemand die toch al gebukt gaat onder schuldgevoelens op een duivels dilemma? Voor verstrooiingsliteratuur is dit zware kost.

Sebastian Fitzek - Stoel 7A. Uitgeverij The House of Books, 384 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool. 

16 februari 2019

Phoebe Locke - Schaduwman (2019)

Een thriller die wat aandacht vraagt 



(Door Hans Knegtmans)

Een enkele keer moet ik na lezing van een thriller erkennen dat ik onderweg de draad ben kwijtgeraakt. Ik kan dan het boek terzijde leggen. Wat niet weet, wat niet deert. Soms vermoed ik dat ik met wat meer inspanning het verhaal voldoende zou kunnen doorgronden om er iets zinnigs over te schrijven. Dan moet er een tweede ronde komen.


Schaduwman van de Engelse auteur Phoebe Locke valt in deze categorie. De jonge moeder Sadie verdwijnt als een dief in de nacht, amper een week na de geboorte van haar dochtertje Amber. Net zo makkelijk keert ze zestien jaar later terug bij haar man Miles, en de inmiddels jongvolwassene Amber. Die is onderwijl een veelbesproken mediapersoonlijkheid geworden. Ze is net vrijgesproken van moord, en wordt belaagd door een meute verslaggevers, van wie roddeljournalisten Frederika en Greta een hoofdrol krijgen.

Maar we zijn er nog niet. Ten eerste weet de lezer nog niet wie de vermoorde persoon is. Bovendien: als Amber het niet heeft gedaan, wie dan wel? Meer aandacht nog krijgt een mysterieuze figuur die als 'de lange man' wordt aangeduid (The Tall Man van de oorspronkelijke titel, niks Schaduwman, wat heeft de Nederlandse uitgever bezield?). Deze griezel staat erom bekend dat hij jonge meisjes steelt, al zijn er geen ooggetuigen die dat kunnen bevestigen.

De geoefende lezer vermoedt al snel dat hij geen horrorachtige creep zal ontmoeten, en dat het kwaad in dit verhaal een prozaïscher karakter heeft. Het ontbreken van een klassieke engerd doet geen afbreuk aan de spanning die de schrijfster weet te genereren. We willen maar al te graag geloven dat minimaal de moord waarvan Amber aanvankelijk werd beschuldigd, bevredigend zal worden uitgelegd. Wie moest er dood? En waarom?

Het is een goede zaak dat de auteur de ontknoping bewaart tot het laatste hoofdstuk. Al te vaak wordt dat gevuld met het vastknopen van losse eindjes. Na afloop zullen lezers zich afvragen of de personages met wie het slecht afloopt, dit lot verdiend hebben. En omgekeerd, of de romanfiguren die de dans ontspringen, werkelijk in aanmerking komen voor een happy end. Schaduwman is geen makkelijk boek, maar wie doorbijt, wordt ruimschoots beloond.

Phoebe Locke - Schaduwman. Uitgeverij HarperCollins, 320 pag.

Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.