24 april 2019

Boerengezin (nieuws, 2019)

'Magistrale reconstructie' opnieuw uitgebracht 




Uitgeverij De Arbeiderspers brengt vandaag een speciale editie uit van In koelen bloede, een klassieker van Truman Capote. Het wordt 'de magistrale reconstructie' van een gruwelijke moordzaak genoemd. Deze editie bevat een nawoord van Maarten 't Hart. 


In november 1959 leest Truman Capote in The New York Times een bericht over het boerengezin Clutter in Holcomb, Kansas, dat bruut wordt uitgemoord door twee jonge criminelen.  Het gezin bestaat uit de rijke boer Herbert William Clutter, zijn vrouw Bonnie, hun 16-jarige dochter Nancy en hun 15-jarige zoon Kenyon. Ze werden in 1959 op gruwelijke wijze vermoord.

Capote besluit naar Kansas af te reizen om daar, nog voordat de daders Richard 'Dick' Hickock en Perry Smith gepakt werden, over de moorden te schrijven. Capote reisde samen met zijn jeugdvriendin Harper Lee (auteur van To Kill a Mockingbird).

Samen interviewden zij lokale bewoners en de recherche. Capote en Lee maakten duizenden pagina's aantekeningen en Capote was vele jaren bezig om het boek te schrijven. Het boek werd eerst in vier delen gepubliceerd in The New Yorker. In januari 1966 werd het boek als één geheel uitgegeven. Er werden over het verhaal theaterproducties gemaakt en het boek werd verfilmd. De gebeurtenissen in Capote's leven rondom het schrijven van het boek werden in 2005 verfilmd in de biopics Capote  (2005) en Infamous (2006).

Hij stort zich op de zaak en besluit deze tot het onderwerp te maken van een roman. Zes jaar lang doet hij onderzoek, hij interviewt alle betrokkenen en begeleidt de moordenaars tijdens hun laatste gang naar hun executie op 14 april 1965.

In In koelen bloede paart Capote de kunst van de romanschrijver aan de techniek van de journalist. Met vaste hand ontleedt Capote in dit boek een van de beruchtste moordzaken van de vorige eeuw.

Truman Capote (1924-1984) wordt gezien als een van de invloedrijkste Amerikaanse auteurs. Hij schreef fictie, non-fictie, korte verhalen en theaterstukken. Zijn bekendste werken zijn Breakfast at Tiffany's (1958) en In koelen bloede (1965). De verfilming van In Cold Blood ontving vier Oscar-nominaties.

Zie ook de column van Jacob Vis over In koelen bloede.

De Thriller Twaalfdaagse! #16 (column, 2019)











De redacteur heeft altijd gelijk




(Door Elvin Post)


‘Dit is een kort boek, omdat de meeste boeken over schrijven bol staan van de onzin. Romanschrijvers, ikzelf niet uitgezonderd, begrijpen niet erg veel van wat ze doen – niet waarom het werkt als het goed is, niet waarom het niet werkt als het slecht is. Ik dacht: hoe korter het boek, hoe minder onzin.’

Het was deze passage in een van de drie voorwoorden uit Stephen Kings Over leven en schrijven die mij vijftien jaar geleden uit de brand hielp nadat me na het winnen van de Gouden Strop was gevraagd een lezing te geven, mijn eerste ooit.

In eerste instantie was ik alleen maar blij geweest. Een lezing geven was natuurlijk een grote eer. Ik zou er nog voor betaald krijgen ook. De lezing moest gaan over hoe ik te werk was gegaan bij het schrijven van mijn debuut en dat was uiteraard eenvoudig. Ik had het geschreven, dus ik wist vast ook nog wel hoe.

Niet dus.

Toen ik een dag of wat voor de lezing probeerde iets zinnigs op papier te krijgen, bleek dat niet te lukken. Meer dan dat ik vijf jaar lang had zitten rommelen en schaven en waarschijnlijk zo’n drie volledige manuscripten aan tekst had weggegooid, kreeg ik niet op papier. En dat kwam natuurlijk niet professioneel over. Het koude zweet brak me uit. Ik overwoog zelfs even om af te zeggen.

Totdat ik me het voorwoord uit het boek van King herinnerde.

Als Stephen King het niet weet, dacht ik, dan is het geen schande dat ik het ook niet weet. De uiteindelijke lezing kan ik me niet herinneren, maar wel dat ik mijn angst om als een idioot over te komen kwijt was.

Inmiddels weet ik natuurlijk wel (iets) beter. Na een paar boeken zijn er punten van houvast. Goede personages zijn belangrijk; mensen die iets wíllen, wat dan ook, en - meestal daaruit voortkomend - een plot. Maar of ik inmiddels beter weet wat ik dóé terwijl ik een boek schrijf?

De realiteit wijst uit van niet.

Bij het schrijven van mijn laatste boek, Arizona blues, had ik het voor het eerst lastig met het label thriller, dat tot nu toe op al mijn boeken had gestaan. Na onder meer een goed gesprek met Renate Dorrestein (‘Ik heb er ook weleens over gedacht een van mijn boeken als thriller te laten uitbrengen’) besloot ik het label los te laten. Het verhaal dat je wilt vertellen, zo klonk de diagnose van Renate, daar gaat het om. En, zo zei ze: een goed verhaal is altíjd spannend. Stephen King zegt min of meer hetzelfde: laat de personages het verhaal vertellen. Ik was bevrijd, kon door en was blij met het eindresultaat, dat anders voelde dan mijn andere boeken. Fijn, want het laatste wat een schrijver wil, is zichzelf herhalen.

Ik stuurde het boek naar mijn vaste lezers. Algemene reactie: ‘Heerlijke thriller weer!’ Vervolgens kwam mijn redactrice: ‘Ik snap je overwegingen, maar ik vind het echt een thriller.’

Ik hield voet bij stuk. Er kwam (voor het eerst) geen label op mijn boek.

Een paar dagen geleden kreeg ik te horen dat Arizona blues op de longlist van de Gouden Strop staat.

Ik vierde het goede nieuws met mijn dochters en moest denken aan iets anders wat Stephen King zegt in zijn boek: ‘De redacteur heeft altijd gelijk.’ Tja, wat wil je ook, met al die schrijvers die niet weten wat ze doen.

++++++++++++

(c) Didier Cohen
Elvin Post (Rotterdam, 1973) won in 2004, als jongste winnaar tot dan toe, de Gouden Strop voor zijn debuutthriller Groene vrijdag. Met Roomservice won hij in 2011 de Vlaamse thrillerprijs, de Diamanten Kogel.

Elvin Post, de zoon van thrillerschrijver Jacques Post, begon zijn carrière na zijn stage bij het literaire agentschap Ralph Vicinanza in Manhattan. Daar begon hij ook met het schrijven van thrillerrecensies voor het AD. In Manhattan raakte hij geïnspireerd om zelf te beginnen met het schrijven van boeken. Met als gevolg de publicatie in 2004 van zijn eerste thriller Groene vrijdag.

Twee jaar later verscheen Vals beeld, dat ook een nominatie kreeg voor de Gouden Strop. Beide boeken waren tevens genomineerd voor de Diamanten Kogel. Vals beeld is gebaseerd op de brutale kunstroof in 1990 waarbij verschillende kunstwerken ontvreemd werden uit het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston. Vervolgens schreef Post de thrillers Geboren verliezers, Roomservice en Dame Blanche

Vorig jaar verscheen Posts jongste boek, Arizona blues. De illustratie hierboven is een gedeelte van de cover. Of het zijn beste boek tot nu toe is, kon hij in een interview met het AD niet zeggen. 'Ik heb na het voltooien van mijn vorige boeken ook nooit het gevoel gehad dat dit het beste was wat ik ooit heb geschreven. Ik ben er tevreden mee, het is anders dan de andere. En als ik mijn oudste dochter het met plezier zie lezen, dan is dat een moment dat je altijd zal bijblijven.'

De Thriller Twaalfdaagse! #15 (column, 2019)



De lezer wil sturing en verklaring 



(Door Anya Niewierra)


Een tijdje geleden volgde ik een webinar over toeristische storytelling. Ik werk bij VVV Zuid-Limburg en storytelling is het nieuwe dogma in ons vakgebied. Immers, door de digitale revolutie moet de hedendaagse mens zoveel informatie verwerken dat zijn geest blokkeert als we te veel data communiceren. De moderne mens onthoudt alleen nog verhalen. En die verhalen moeten we telkens volgens eenzelfde stramien opbouwen en vertellen anders zoeft de aandacht weg. Dat stramien is evolutionair in onze hoofden zo gegroeid en aldaar verankerd.

Terwijl ik voor Zuid-Limburg oefende op dat stramien en een story schreef over de rol van onze mergel in de geschiedenis van de mensheid, had ik een ‘aha-moment’. Ik ontdekte dat thrillers van alle literaire kunstvormen die ik ken het dichtst bij dat stramien van de evolutionaire storytelling blijven en dat ‘ordelijk’ volgen. Die ontdekking leidde bij mij tot twee conclusies:

1. Ik begreep waarom ikzelf voor de kunstvorm thriller had gekozen: de opbouw van thrillers sluit het beste aan bij de opbouw van de verhalen die ik beroepsmatig over mijn mooie Zuid-Limburg vertel.

2. Ik begreep waarom de mensen meer thrillers lezen dan ‘gewone romans’: thrillers blijven het dichtst bij het stramien dat ‘de mens’ door de millennia heen als standaard voor ‘een goed verhaal’ heeft geaccepteerd.

Wat is dan dat stramien?

Alle verhalen die wij mensen elkaar van oudsher vertellen, beginnen met een ‘gebeurtenis’. Met een ‘oorzaak’ dus. En die oorzaak heeft een ‘uitkomst’, een waarheid. Met die waarheid eindigt het verhaal. De gebeurtenis waar de meeste thrillers mee starten, is een moord of een ander incident waar dreiging van uitgaat. De thrillerlezer weet vanaf bladzijde één dat het verhaal naar de oplossing van die moord toewerkt. Er volgt een zoektocht naar de waarheid. Daarbij weet de lezer ook dat elke scène een rol heeft op de weg naar die waarheid. Dus de thrillerlezer blijft alert. Hij wil geen clou missen. Dit ‘weten dat er een aanwijzing kan komen’, zorgt voor concentratie bij de lezer en zorgt er daarmee voor dat hij loskomt van de werkelijkheid. De lezer ontspant en dat voelt fijn.

Daar waar een romanschrijver rustig kan uitweiden en zich scènes kan veroorloven die geen rol hebben in de weg naar de waarheid, moet een thrillerschrijver achteraf elke scène kunnen verantwoorden. Dat vraagt discipline én strakke planning.

Een ander belangrijk woord in de storytelling is ‘sturing’. De wereld van de mens was en is complex en vol onzekerheden. Daarom zoeken wij al van oudsher naar een wezen dat regie voert over de gebeurtenissen die wij waarnemen. Wij mensen willen verklaringen. En wanneer die er niet zijn, dan scheppen wij die verklaring zelf, in ons hoofd. De vele godsdiensten die we bedachten, zijn daarvan een voorbeeld. In de verhalen die wij mensen elkaar al millennia vertellen, zit daarom vrijwel altijd een wezen dat de zaken aanstuurt. Bij de verhalen over religie is dat bijvoorbeeld een God(in). Bij legendes is dat vaak een koning(in) of een prins(es). Bij thrillers is dat de persoon die de leiding neemt (of krijgt) bij de zoektocht naar de waarheid achter ‘de gebeurtenis’.

Dit ‘leiderschapsprincipe’ voert ertoe dat personages in een thriller een andere functie hebben dan personages in een roman. Romanschrijvers kunnen eindeloos meanderen door het voelen en denken van hun personages. Thrillerschrijvers kunnen dat niet. Zij moeten personages creëren die handelen, die de lezer leiden naar de verklaring (wie deed het) én naar de betekenis (waarom). De ruimte voor emotionele reflectie is beperkt. Het vinden van evenwicht tussen verdieping binnen de personages en de vaart houden in de story is misschien wel de grootste uitdaging voor een thrillerauteur. Hetzelfde geldt voor het taalgebruik. Thrillerauteurs moeten voorzichtig zijn met metaforen en mooischrijverij. De lezer wil immers via vlotte zinnen naar de waarheid gaan en heeft op de weg daarnaartoe ook geen behoefte aan diepgaande historische en geografische details. Die vermoeien alleen bij het zoeken naar de clous. Bij romans is dat tegenovergesteld. Daar is de weg het doel.

Thrillerauteurs moeten dus spannende en transformerende verhalen creëren binnen de beperking die het stramien van de thriller hen oplegt. Dat vraagt om creativiteit, analytisch inzicht en een goede kennis van taal. Je moet immers met weinig woorden veel zeggen.

En toch… Ondanks de aanzienlijke artistieke vaardigheden waarover je als thrillerauteur moet beschikken, wordt de kunstvorm thriller in Nederland vaak als ‘lager’ gezien dan de kunstvorm roman. Er wordt door sommigen zelfs gesteld dat thrillers ‘lectuur’ zijn en geen ‘literatuur’.

Aanhangers van die theorie komen vooral tot dit oordeel op basis van ‘de ontwikkeling van de personages’ in veel thrillers. Of beter: het gebrek aan die ontwikkeling.

Literatuurrecensenten stellen regelmatig dat de personages in thrillers vlak zijn. Deze recensenten nemen de romans als hun kader en negeren het gegeven dat binnen het storytellingconcept van de thriller niet de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon (de leider) centraal staat, maar de zoektocht naar de waarheid. Soms loopt die zoektocht synchroon met een catharsis bij die leider, maar meestal niet. Dat hangt helemaal af van rol die de leider heeft in het verhaal.

De transformatie van de lezer volgt bij thrillers meestal niet uit het analyseren van de karakterologische groei van de hoofdpersoon, maar uit de waarheid die volgt uit de zoektocht. Een beroemd voorbeeld in deze is de thriller De Da Vinci Code van Dan Brown. Niet de karakterverandering van de ‘leider’ professor Robert Langdon transformeert de lezer, maar de uiteindelijke waarheid dat Jezus een nog levende vrouwelijke nakomeling heeft en alles wat dat kan betekenen voor de Katholieke Kerk.

Ik vergelijk thrillers en romans daarom wel eens met de beeldende kunst. Daar heb je schilders en beeldhouwers. Schilders kun je vergelijken met thrillerauteurs. Schilders moeten vanwege de beperking van hun doek ééndimensionaal werken. Beeldhouwers kun je vergelijken met de romanschrijvers. Zij hebben de vrijheid om driedimensionaal te werken. In beide kunstvormen heb je goede en minder goede kunstenaars.

Net als in de wereld van de thrillerliteratuur.

++++++++++++

Anya Niewierra is ondernemer en Algemeen Directeur van VVV Zuid-Limburg. Ze debuteerde in 2013 met de literaire thriller Vrij Uitzicht. Deze werd genomineerd voor de Schaduwprijs, de Thriller Award en de Hebban Debuutprijs.

Haar tweede thriller Het Dossier verscheen in 2017 en werd door lezers overladen met vijfsterrenrecensies. Het boek belandde op de shortlist voor de Thriller Award. Het Dossier werd in 2018 zelfs de hoogst beoordeelde thriller van een Nederlandse auteur in de ‘Hebban Top 1.000 Mooiste Boeken Aller Tijden’. Tomas Ross zegt over Het Dossier: ‘Een parel binnen de Nederlandstalige misdaadliteratuur.’

De derde thriller van Anya Niewierra verschijnt in januari 2020 bij Luitingh-Sijthof. Titel: Het Bloemenmeisje. Anya Niewierra is lid van het collectief Moordwijven.
www.niewierra.com.

23 april 2019

De Thriller Twaalfdaagse! #14 (column, 2019)



Een forse man met hoed en zonnebril  



(Door Tomas Ross)


Onlangs publiceerde de Koninklijke Boekverkopersbond de stand van zaken in het Hollandse boekenland. Verdere ontlezing, weer minder zelfstandige boekwinkels, minder diversiteit van aanbod, et cetera., et cetera. Sombermans dus. En maar 55 van de bijna 20.000 (!) auteurs die een modaal of hoger inkomen aan het schrijven overhouden.

Dat ‘auteurs’ is overigens wel te relativeren, de meesten zijn hobbyisten met een vaak veel beter betaalde baan. Therapeuten, journalisten, koks, wetenschappers, cabaretiers. Desondanks slechts 55 schrijvers met een jaarlijks bruto inkomen van 36.000 euro bruto of meer. Fictie en non-fictie. Een momentopname, er zal vast een vinoloog, diëtiste of onbekende uitschieter tussen zitten, maar het draait natuurlijk om het rijtje bekende bestsellerschrijvers.

Dan is het toch bijzonder dat er, met de gestaag minderende verkoop van vaderlandse misdaadromans, spontaan elf namen bij me opborrelden van – vooral - vrouwelijke en mannelijke auteurs in het genre. Van wie er zeker zes of zeven méér dan 2.100 euro netto per maand beuren. Iedere trouwe lezer(es) van De Spanningsblog zal weten om wie het gaat. Verrassend dus, eenvijfde van de 55. Zeker, als ik het goed inschat dat we, afgaande op de vier laatste VN Detective en Thrillergidsen, maar zo’n 30 ‘vaste’ misdaadauteurs hebben. Je zou zeggen ‘Hoera!’ als er geen circa 100 anderen zouden zijn die af en toe wat leveren, of debutanten, en die niet meer dan zo'n 1.500 à 2.000 exemplaren verkopen. Als al. Niet van te leven en weinig motiverend.

Wat dat betreft viel het recente voorstel van de auteur Tjeerd Langstraat niet uit de lucht om schrijvers door hun uitgever te laten salariëren. Als werknemers dus. Sympathiek, maar natuurlijk volslagen irreëel. Want waarop zou je dat salaris anders dan op de royalty's van een gepubliceerd boek/boeken moeten baseren? En die ontvang je al, zij het achteraf en verrekend met het voorschot. Bij dat ‘achteraf’, april na het jaar van publicatie, kun je wel je vraagtekens zetten, de uitgever heeft zijn inkomsten uit jouw boek dan allang binnen. Dus kan ik me, ook uit ervaring, iets anders voorstellen.

Heere Heeresma
Lang geleden, jongens en meisjes, betrad ik met mijn tweede manuscript het pand van de uitgever. Daar zat een forse man met een hoed en zonnebril en gekleed in een overjas in de wachtkamer. De indertijd fameuze schrijver Heere Heeresma (onder andere van enkele beroerde detectives) die me bars het volgende vroeg: ‘Bent u auteur?’

‘Zoiets, ja.’

‘U gaat een contract tekenen?’

‘Dat hoop ik, ja.'

’Dan gaat u straks aan tafel en vraagt naar de verwachte oplage. Stel dat die 2.000 bedraagt. Dan vraagt u naar de verkoopprijs. Twintig gulden. Vervolgens wilt u weten wat men u biedt aan royalty's. Tien procent, twee gulden per verkocht boek. Dan eist u als voorschot tien procent over de totale oplage, 4.000 gulden, in plaats van de gebruikelijke, luizige duizend gulden. Risico voor de uitgever maar daar is zo’n man voor. Bij eventuele herdrukken hetzelfde.’

Nerveus als ik toch was, leek me dat fair en aldus geschiedde ook. 4.000 gulden was in die dagen zoiets als 20.000 euro vandaag. Nog geen modaal inkomen, maar wel stimulerend en als je er twee schrijft, wat sowieso al goed is voor je naamsbekendheid, heb je dus méér, ook vastigheid, zoiets dus als een salaris. Mits je vanzelfsprekend geen wanprestatie levert, doorwerkt en navenant verkoopt. Maar dat geldt ook voor die uitgever en zijn werknemers.

++++++++++++

(c) Ben Kleyn
Tomas Ross is het pseudoniem van Willem Pieter Hogendoorn (Den Bommer, 1944). Hij won driemaal de Gouden Strop, de prijs voor de beste Nederlandstalige spannende roman. Die prijs werd hem toegekend in 1987 voor Bèta, in 1996 voor Koerier voor Sarajevo, en in 2003 voor De zesde mei.

De vader van de schrijver, Pieter Gerardus Hogendoorn (1912-1971), was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de verzetsgroep Albrecht en werd na de oorlog gevraagd bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) te komen. Deze instantie komt in veel van Ross' boeken ter sprake.

Hogendoorn volgde het 'koninklijke'gymnasium Sorghvliet in Den Haag en deed in 1964 staatsexamen. Vervolgens studeerde hij korte tijd geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 1966-1969 deed hij de School voor Journalistiek in Utrecht en in 1975 studeerde hij af aan de Universiteit van Amsterdam in niet-westerse sociologie. Het pseudoniem Tomas Ross gebruikt hij sinds 1980. Aanvankelijk zou hij de naam Thomas Ross gebruiken, maar op de cover van zijn eerste boek ontbrak de 'h' en de schrijver heeft dat toen maar zo gehouden.

Hogendoorn werkte als journalist onder meer voor het dagblad Het Vaderland. Daarnaast was hij op televisie werkzaam voor de NOS en de TROS. Hij debuteerde in 1980 als schrijver van misdaadromans met De Honden van het Verraad, een politieke thriller over de vrijheidsstrijd van Zuid-Molukkers. Deze roman wordt al gekenmerkt door wat later zijn handelsmerk zou worden: spannende fictie, gebaseerd op feiten en grondige research, ook wel faction genoemd.

Tomas Ross is één van de initiatiefnemers van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs (GNM) dat in 1986 werd opgericht. De Gouden Strop werd door hem in het leven geroepen.

In een interview op De Spanningsblog vertelde Ross dat hij ooit zendeling wilde worden: het Woord verkondigen in Papoea Nieuw-Guinea. Dat was nadat hij een film had gezien over de goede werken van de arts-zendeling Albert Schweitzer in Afrika. 'Dat wilde ik ook. Met zo'n tropenhelm op. Ik wilde de wereld over en die negertjes vertellen over het geloof, zoals Jezus zijn discipelen aanspoorde om te doen.' Die gedrevenheid verloor hij toen hij van catechisatie werd gestuurd omdat hij gezegd had dat hij De Koperen Tuin van Simon Vestdijk het mooiste boek vond.

De schrijver wordt in september van dit jaar 75 jaar. Rond die tijd zal ook zijn vijfenzeventigste thriller verschijnen.

22 april 2019

De Thriller Twaalfdaagse! #13 (column, 2019)



Een heerlijke eerste zin 



(Door Simon de Waal)


Twaalf jaar roddel en achterklap in het Thrillerlandschap! Nooit te beroerd om er met een gestrekt been in te gaan, zelfs niet om de Grote Namen ter verantwoording te roepen. Ruzie links, een scherp stukje rechts, een sneer naar het middelmatige midden. Als ik zo de stukken eens teruglees, heeft Peter menig maal geschiedenis geschreven met zijn Spanningsblog.

Maar laten we buiten dit alles niet vergeten waar het bij de Spanningsblog eigenlijk om draait. Nee, niet Peter zelf (hè, zo flauw dit), maar de thriller. En kijk dan eens naar de enorme hoeveelheid lekkere recensies die hij heeft geschreven, ook weer van links naar rechts in het hele thrillerlandschap. En interviews. En analyses. Over spanning in het algemeen. Een indrukwekkend oeuvre waarmee hij nog wel een paar dozijn jaren door mag gaan, van mij.

Er zijn een paar iconen waar je de tijd voor neemt, in thrillerland. Dus dit stukje is, noodgedwongen, kort maar met liefde geschreven.

Noodgedwongen omdat ik momenteel onvoorstelbaar druk ben met de laatste hoofdstukken van mijn nieuwe boek dat in juni van dit jaar gaat – als ik die hoofdstukken ga redden, en er geen ramp tussendoor gebeurt natuurlijk; afkloppen – verschijnen.

Toen ik na Nemesis een nieuwe ‘grote’ thriller ging schrijven, was dat over een vrouw die haar dochter gaat redden. Dat is wel zo’n beetje waar het op neerkwam, in het kort. En wat gebeurt er in de zomer van 2018? Karin Slaughter, de vrouw die sneller schrijft dan haar schaduw, komt met een verhaal over… u raadt het al. Woeps… daar ging mijn boek, want je wilt niet dat iemand gaat zeggen, goh, dat boek lijkt wel erg veel op… en daar zal het ook wel niet op lijken, maar als je lol even weg is in het verhaal, moet je het wegleggen en wachten tot die lol er weer is. Dus dat boek gaat er nog wel een keer komen, alleen al omdat de titel te fantastisch was om te laten liggen.

En toen begon dus ik aan een ander boek, waarvan de titel (Systema) minstens even verrassend en goed is (vind ik dan, en vinden Roel en Oscar van de uitgeverij ook), en waarin ik evenveel lol had in het schrijven. En heb, want ik ben er nog steeds mee bezig dus.

Ik nader het spectaculaire einde en ik ben benieuwd hoe het af gaat lopen. Want ik hou er niet van om een gebaand pad te betreden en pas te beginnen met schrijven als alles al uitgeplot is en de karakters je niet meer kunnen verrassen. Nee, wat ik nodig heb is een stel fantastische karakters, een sensationeel en pakkend begin, en daarna begint het schrijven – als ik de eerste zin van het boek heb, tenminste. Want dat is een voorwaarde, misschien wel een gewoonte. Ik móét een heerlijke eerste zin hebben, anders ga en kan ik niet beginnen. Dat kan dagen, soms weken duren voordat die er is. En dan dáárna….

Maar goed, nu nader ik echt dat einde. Dus ik ben benieuwd wat die Russische Kolonel gaat doen. En die Schotse dochter wiens vader vergiftigd werd. En of Alex de kist van zijn moeder terugvindt. Ik ga snel verder. Heeft Peter straks ook weer wat te doen.

++++++++++++

Simon de Waal (Amsterdam, 1961) is naast schrijver en scenarist voor televisie en film werkzaam als rechercheur bij de Amsterdamse politie. Hij won in 2000 een Gouden Kalf voor Beste scenario voor de film Lek. Acht jaar later werd hij bekroond met de Diamanten Kogel voor de thriller Pentito, voor dit boek werd hij ook genomineerd voor de Gouden Strop. Ook zijn thrillers Cop vs Killer en Nemesis belandden op de shortlist voor de Gouden Strop.
Samen met Appie Baantjer schreef en bedacht De Waal drie politieromans over het Bureau Raampoort. Na het overlijden van Baantjer in 2010 schreef De Waal nog eens zeven romans in deze serie.
In september 2011 startten de opnamen van de telefilm Cop vs Killer naar het gelijknamige boek. De film zou oorspronkelijk geregisseerd worden door Hans Pos, maar toen die na enkele draaidagen ziek werd, werd De Waal gevraagd of hij de regie op zich wilde nemen. Deze telefilm is in 2012 uitgezonden en werd dit jaar herhaald. In juni verschijnt De Waals nieuwe thriller Systema bij uitgeverij Lebowski. De illustratie boven deze column is een uitsnede van de cover.
(Foto auteur: S.P. de Waal)

21 april 2019

De Thriller Twaalfdaagse! #12 (column, 2019)



Blonde Dolly 



(Door Roel Janssen)

‘Kreig nauh wat!’ riep de grondwerker. ‘Daar leg een leik.’

Leunend op zijn schop keek hij naar de ledematen die uit de rioolbuis staken. Twee voeten. Twee kuiten.

‘Kom es keikeh’, wenkte de man naar zijn maat, ‘We hebben een leik in de buis.’

Met zijn tweeën bogen ze zich over de lugubere vondst. ‘Dit kenne wij niet oplosseh. Daar moet Pim bij komen’, besliste de maat.

Al maandenlang waren de grondwerkers bezig met werkzaamheden om de riolering te vernieuwen in de Prins Bernardlaan, een brede straat met bomen in een voorname wijk van Den Haag. De straat was veranderd in een reusachtige zandbak en er werden nieuwe rioleringsbuizen aangelegd, waarop de afvoerbuizen van de woonhuizen aangesloten moesten worden.

De opzichter kwam erbij. Hij was een man van achter in de dertig die een rood hesje droeg en een hardplastic helm op zijn hoofd had. Op zijn jack zat een naambordje: Pim Fortuin. ‘Theo?’ zei hij in zijn mobiele telefoon. ‘Eh. Ja. Kom even kijken. Tegenover nummer 24.’ Theo van Goch was als ingenieur van de gemeente belast met het rioolproject.

‘Zullen we we hem er uit trekken?’ stelde Van Goch voor, nadat hij de wonderlijke situatie van de twee benen die uit de rioolbuis staken, van alle kanten bekeken had.

‘Haar, zul je bedoelen. Het zijn vrouwenbenen. Kijk maar naar wat er tussen zit’, reageerde Fortuin.

‘Wat weet jij van wat er tussen vrouwenbenen zit?’

Fortuin negeerde de opmerking. ‘We moeten de politie erbij halen. Of de AIVD’, zei hij.

‘Vergeet het. We lossen dit zelf op. Laat die jongens eerst nog wat graven’, zei Van Goch beslist. Hij wenkte de twee grondwerkers die leunend op hun schop stonden toe te kijken.

De mannen groeven de rioolbuis verder uit. Met een klap van een moker sloegen ze het betonnen uiteinde aan gruzelementen. Er kwamen meer lichaamsonderdelen tevoorschijn. Onmiskenbaar een vrouwenlichaam.

‘Heb jij gelijk’, zei Van Goch.

‘Wat doen we met haar?’

De gemeente-ingenieur keek Fortuin meewarig aan. ‘Heb jij wel eens een detectiefje gelezen? Ik lees graag van zulke boeken. Je hebt ze zo uit.’

Appie Baantjer, zeker. Die verdiende zo veel met zijn boeken dat hij in deze buurt een huis had kunnen kopen.'

‘Ja, maar Appie Baantjer is dood en hij woonde in Medemblik.’

Zwijgend stonden ze in het zand. Gebiologeerd keken ze naar de rioolbuis die bij stukjes en beetjes verder open gehakt werd.

‘Jezus Christus, ik moet een slok water hebben’, zei Van Goch. Hij maakte een gebaar alsof hij moest overgeven.

‘We kunnen er wel van uitgaan dat die vrouw niet vrijwillig in een rioolbuis is gekropen, maar dat er sprake is geweest van een ongelukje in huiselijke kring’, redeneerde Fortuin. Hij lachte sardonisch.

‘Moord op een vrouw. Typisch iets voor een plot van een van de Moordwijven’, zei Van Goch. Ter verduidelijking: ‘Zo heet een groep vrouwen die spannende boeken schrijven.’

Er kwam een man aanlopen over het plankier dat de opgebroken stoep verving. Een magere, wat oudere man met een hond aan de lijn en een sigaret in zijn mond. Borstelige wenkbrauwen boven priemende ogen.

‘Jij bent de kenner. Wie zou zo’n plot nou kunnen verzinnen?’ vroeg Fortuin.

‘Oh, genoeg. Er zijn best veel goede Nederlandse spannendeboekenschrijvers. ‘Ik heb gehoord dat hier ergens in de straat ook zo’n schrijvertje woont’, zei Van Goch.

‘Je meent het. Ik lees die rommel niet. Maar bij de Bruna op het station zie ik altijd boeken van Suzanne Vermeer liggen. Ken je haar?’

‘Suzanne Vermeer bestaat niet. Ze was een man en ze is al twintig jaar dood.’

‘Hoe kan dat nou?’

‘Ik heb gehoord dat een computer haar boeken schrijft.’

De man met de sigaret in zijn mond bleef stil staan bij de rand van de opengebroken straat. Hij was een rijzige gestalte en had een doorleefd gezicht. Het was duidelijk dat hij veel rookte en dronk.

‘Goedemiddag heren’, zei hij tegen Fortuin en Van Goch die een halve meter beneden hem in het zand stonden. Met zijn hand maakte hij een gebaar alsof hij salueerde. De hond trok aan de riem. ‘Hierrr, Bernard’, zei de man. Daarna, tegen de mannen met de rode hesjes: ‘Schiet het een beetje op? Ik kan godverdomme al weken niet fatsoenlijk mijn eigen huis in of uit en mijn auto moet ik aan de andere kant van de stad parkeren!’

‘Het is een klus, meneer, tot na de zomer zijn we bezig. De gemeente is niet scheutig met geld en daardoor hebben we te weinig mensen aan het werk.’

‘Ik kan niet de hele dag opgesloten in mijn huis zitten te schrijven.’

Van Goch nam de man onderzoekend op. ‘U bent toch niet…’, begon hij.

‘Ja. Ik ben het schrijvertje. En mijn uitgeefster zit me verdomme constant achter mijn broek, alsof ik een valse nicht ben.’

‘Dat wil zeggen’, probeerde Fortuin, ‘we hebben zojuist…’

De man onderbrak hem. ‘Eerst moest ik mijn trilogie over koningin Wilhelmina afmaken. Nu ben ik bezig met een zesdelige serie over generaal Spoor. Weet u wie dat was? Vast niet. Spoor was de Nederlandse generaal tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië. Gestorven, ik bedoel vergiftigd nadat hij een bord nasi had gegeten. Daarna…’

‘Mijnheer...’

‘… de Mabel-reeks, een variant in vier delen op de Bouquet-reeks, hahaha. En dan de Zorreguieta-papers.’

‘… we zijn gestuit op…’

‘Ja, lullen jullie maar. Lullen en poetsen. Schiet nou eens op met die klus in de straat. En ik maar schrijven. Wisten jullie dat prins Bernhard in de oorlog in Argentinië is geweest en gelogeerd heeft op een boerderij, of hoe heet zo’n ding daar, een estancia, van de minnaar van Eva Perón? Die man heette Zorreguieta. Afijn, Bernard logeert daar, god weet waarom, maar dat doet er niet toe, mijn vriend Gerard Aalders heeft dat uitgezocht.’

‘… in de rioolbuis…’

‘Hoe dan ook, de ouwe Zorreguieta ligt in Buenos Aires te neuken met Eva Perón en zijn vrouw is jaloers en dan komt Bernhard op bezoek. 1943, het was in 1943 en Bernhard had net de Stadhoudersbrief verstuurd aan Goebbels. Of Göring, dat moet ik nog eens aan Aalders vragen. Die heeft een kopie van die brief gezien waarin Bernhard zich bij Hitler aanbiedt om als stadhouder bezet Nederland te besturen. Dat wist u toch wel? Deze buurt was trouwens Sperrgebiet, ontruimd voor de bouw van de Atlantik Wall. Waarvoor Zwolsman… Verdomd, daar zit ook een verhaal in, maar ik dwaal af.’

‘MIJNHEER!’

‘Hoe dan ook. Mevrouw Zorreguieta is eenzaam en ongelukkig op haar veeboerderij. Tienduizenden hectares in de pampa’s. Weet je wat dat met je doet? Ze smacht naar gezelschap, maar natuurlijk niet van een van die ongelikte gauchos, zoals ze cowboys daar noemen. En dan duikt Bernhard op. Begrijpen jullie waar ik heen ga?’

‘ER LIGT EEN LIJK…’

‘Nee, geen lijk. Bernhard neukt met mevrouw Zorreguieta en vergeet zogenaamd zijn Fromm om zijn Hoogduitse pik te doen. Die heeft hij natuurlijk laten liggen op het nachtkastje bij een van die andere minnaressen van hem, Ursula von Pannwitz. Of Leonie Putz. Of Lady Ann Orr in Londen. Mooie karakters, trouwens.’

De man schiet de peuk van zijn sigaret in de zandbak waarin de straat voor zijn huis al maanden is veranderd. ‘Een asbak voor de deur, dat is dan weer een voordeel.’

Van Goch en Fortuin zijn uit de open gegraven straat geklommen en staan nu naast de man, die een nieuwe sigaret opsteekt. Hij praat ononderbroken door.

‘Ik bedoel maar. De kleinzoon van Bernhard kan maar zo met een kleindochter van hem getrouwd zijn. Incest is een bekend verschijnsel in adellijke families. Ik ga er een serie van zeven boeken van maken. Mijn uitgeefster denkt dat het te veel is, maar minder lukt me niet. Dit wordt de Zorro-reeks met zeven delen. Maar goed, u moet opschieten met die verdomde rioolbuizen, ik houd u niet langer van uw werk.’

‘Wacht even, meneer het schrijvertje’, zegt Van Gogh gedecideerd.

‘We hebben in de rioolbuis die uit uw huis komt een lijk gevonden. Het lijk van een vrouw’, vult Fortuin aan.

Geamuseerd draait de man met de hond en de sigaret zich een halve slag om. ‘Maakt u zich daar nou druk om?’

‘Het verstopt de rioolbuis. Zo kunnen we niet verder werken’, zegt Van Goch nijdig.

‘Wat doet een vrouwenlijk in een rioolbuis die uitkomt bij uw huis?’ vraagt Fortuin.

De hond rukt opnieuw aan de riem. ‘Wacht even, Bernhard, we gaan zo naar binnen, dan krijg je je bakje eten en neem ik een glas rode wijn.’

‘Dit is een plaats delict. We zien ons genoodzaakt de politie in te schakelen’, zegt Van Goch, in de ijdele hoop dat dit indruk maakt.

De man schudt zijn hoofd ‘Wel ja. Inspecteur Snuf. Laat me niet lachen. Heeft u het corpus delicti al bekeken? Gezien dat de vrouw een label met een merknaam om haar hals heeft? Trouwens, als u goed kijkt, ziet u dat het geen lijk is, maar een sekspop. Made in China. Daar kunnen ze lichamen maken met alles er op en er aan, een kut en tieten die niet van echt zijn te onderscheiden. Ik moet toch eens uitzoeken hoe ze dat voor elkaar krijgen, dat kan ik in een plot van me gebruiken.’

Van Goch en Fortuin kijken elkaar verbluft aan. Beschaamd stappen ze terug in de open zandkuil in de straat. ‘Schiet nou eens op met die buis aan stukken slaan’, haalt Fortuin uit naar de twee grondwerkers die de hele tijd zwijgend hebben staan wachten.

Na nog een paar slagen komt het complete lichaam tevoorschijn. Het is gehuld in een roze babydoll. Om de nek hangt een goudkleurig kettinkje met een naambordje. Fortuin stapt in de zandkuil en leest wat er op de label staat. ‘Blonde Dolly’.

‘Ik wilde weten of ze nadat ze was vermoord en haar lichaam was verdwenen, verstopt had kunnen worden in een rioolbuis’, zegt het schrijvertje. ‘Nu de straat toch open lag, kon ik dat eens uitproberen. Gisteren was het zondag. Een perfecte dag voor een moordscène. Een goedemiddag, heren, en nog een fijne dag gewenst.’

++++++++++++

(c) Keke Keukelaar
Roel Janssen (Enschede, 1947) is een financieel-economisch journalist en schrijver. Hij maakte zijn thrillerdebuut in 1997 met De struisvogelcode. Daarna volgden onder andere Het Mercatorcomplot (2000), De Kloonbaby (2003) en Karaktermoord (2005). Voor het in 2007 gepubliceerde De tiende vrouw werd hij bekroond met De Gouden Strop, de prijs voor de beste Nederlandstalige misdaadroman. Na De tiende vrouw volgden de thrillers De stem van het volk (2009), Fout goud (2014) en Alles verloren (2017).  Daarnaast schreef hij een aantal non-fictieboeken over (internationale) economie, waaronder Grof geld (2011), een kroniek van zeven eeuwen financiële schandalen en speculaties in Nederland.

Tot 2010 was Janssen financieel-economisch redacteur van NRC Handelsblad. Daarvoor was hij van 1978-1983 correspondent in Zuid-Amerika voor de NRC en NOS, met als standplaats Rio de Janeiro in Brazilië. Hij promoveerde op een proefschrift over krottenbuurten in Bogotá, de hoofdstad van Colombia. Daarna verbond hij zich als senior advisor aan het Haagse Centrum voor Strategische Studies (HCSS) en als lid van de advisory board van OMFIF, een financiële nieuwsbrief en denktank in Londen.

Onder het pseudoniem Menno Lindeman schreef hij de thriller De stijldanser (2004). De foto van de auteur en de biografische gegevens op de achterzijde van het boek berustten niet op de realiteit, evenmin als de bewering dat het om een debuut zou gaan. Dat Janssen de auteur is, werd kort na het verschijnen van het boek ontdekt en bekendgemaakt.

Eind augustus verschijnt bij uitgeverij Balans Janssens nieuwste boek, De afrekening. Daarin beschrijft hij hoe de Nederlandse overheid onder immense druk een operatie op van ruim 32 miljard euro op touw zette om ING van de ondergang te redden.

De Thriller Twaalfdaagse! #11 (column, 2019)



Waar houdt de werkelijkheid op? 




(Door René van Rijckevorsel)


Drie kogels uit een machinegeweer. Als die geen doel hadden getroffen op die laatste dag van de Golfoorlog, 27 februari 1991, had ik nu nooit thrillers geschreven. 

Mijn vrouw Rolien werkte in Tunis als jonge diplomaat. We woonden daar samen. De 40-jarige ambassaderaad Robert Jan Akkerman was in korte tijd een goede vriend geworden. Vlak voor het fatale moment hadden we hem nog aan de telefoon. En nog voor de Tunesische politie waren wij op de plaats delict. De moord is nooit opgelost. Voor zijn huis in Sidi Bou Saïd in koelen bloede doodgeschoten.

Jarenlang sleepte ik deze ingrijpende gebeurtenis mee. Ik móést er een keer iets mee doen. Als journalist wilde ik natuurlijk allereerst de waarheid achterhalen. Maar verder dan wilde speculaties, gevoed door uiteenlopende bronnen, kwam ik niet.

Wat dan? Een literaire roman? Totdat iemand zei: waarom maak je er geen thriller van, een faction-thriller. Ja, waarom niet? De grote Tomas Ross was bereid om me te begeleiden, Cargo zou het uitgeven. Ik kon in boekvorm de moord oplossen.

Thrillers las ik sinds mijn puberteit niet meer. Maar wat een feest, het schrijven ervan, niet gehinderd door te veel kennis van het genre. Tunis kwam in 2014 uit en won de Schaduwprijs. Daarna volgden Zim (2016) en Zwanenbroeders (2018). Alle drie faction-thrillers. Alle drie gebaseerd op echte gebeurtenissen.

Het moeilijke met faction: waar laat je de werkelijkheid ophouden? Historische en geografische feiten, vind ik, moet je in de mix niet fictionaliseren. In mijn boeken geen straat die niet bestaat. Google (Earth) is mijn beste vriend. Maar in het heden van het verhaal mag je gebeurtenissen en situaties fantaseren dat het een lieve lust is. Zo maakte ik van Tabarka, mooi havenstadje op de grens van Tunesië en Algerije, een IS-achtige enclave, van waaruit een professionele reisorganisatie Afrikanen overzet naar Europa.

Met personages ligt het lastiger. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om de naam Robert Jan Akkerman te gebruiken, zoals Tomas Ross – nota bene een pseudoniem – liefst zag. Hij werd Jan Willem Bouwman. Maar in mijn tweede thriller, over Zimbabwe, voer ik Grace Mugabe op. Sterker, ze is een van de vertellers. Simon Mann, een van de belangrijkste huurlingenleiders uit Afrika, is een belangrijke figuur. Enkele scènes spelen zich nota bene af in het huis dat koning Willem-Alexander bezat in het prachtige Machangulo, in Mozambique. Totdat hij zich gedwongen zag het van de hand te doen. In de krochten van internet had ik bij een chic Zuid-Afrikaans makelaarskantoor een verkoopbrochure met foto’s gevonden. Die heb ik zo nauwkeurig mogelijk beschreven.

Bij mijn laatste boek, Zwanenbroeders, was het gecompliceerder. Dit mysterieuze genootschap uit ’s-Hertogenbosch bestond in 2018 zevenhonderd jaar. Een mooi decor voor een thriller à la Dan Brown (nog nooit een letter van gelezen). Alleen: ik ben lid van die club. Wat was wijsheid?

Veel leden zagen er niets in, een thriller over dit eerbiedwaardige gezelschap. Toch zette ik door. Het bestuur kwam met een paar verlangens: geen namen en gelijkenissen (was ik niet van plan), niet de Koning (daar is hij weer) in compromitterende Dan Brown-sferen brengen (ook niet van plan; Willem-Alexander is Zwanenbroeder) en mag de slechterik alsjeblieft geen lid van de Broederschap zijn? Over dat laatste kan ik uiteraard geen mededelingen doen. Wel kan ik zeggen dat ik na publicatie van het boek niet ben geroyeerd.

++++++++++++

René van Rijckevorsel (Assen, 1961) is journalist en schrijver. Hij is sinds september 1994 in dienst bij Elsevier Weekblad. Eerst als chef van de redactie buitenland. Na een verblijf in Zimbabwe (1996-1999) chef van de redactie Nederland. In 2001 trad hij toe tot de hoofdredactie. Van 2004 tot 2017 was hij verantwoordelijk voor alle internetactiviteiten. Van 2013-2018 was hij ook hoofdredacteur van het maandelijkse magazine Juist.

Van Rijckevorsel studeerde Nederlandse Taal & Letterkunde in Utrecht en studeerde af op de geschiedenis van het literaire tijdschrift Groot Nederland. Daarna werkte hij als freelance journalist en als eindredacteur voor het tijdschrift Money. In periode 1990-1991 was hij freelance correspondent in Noord-Afrika (Tunis). Van Rijckevorsel is getrouwd en heeft drie kinderen.
Naast de drie thrillers heeft hij enkele non-fictieboeken geschreven. Met Rik Kuethe maakte hij het boek Verre Vrienden. Brieven tussen twee werelden (1998). In 2013 publiceerde hij Taalamuses. 126 x de woorden van het goede leven.

Van Rijckevorsel is oud-lid Raad van Toezicht Openbare Bibliotheek Amsterdam en onbezoldigd bestuurslid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. Hij is lid van de adellijke tak van de familie Van Rijckevorsel en een kleinzoon van burgemeester jhr. mr. Cornelis Thomas Jules van Rijckevorsel (1902-1975). 

20 april 2019

De Thriller Twaalfdaagse! #10 (column, 2019)




Het betere soort 




(Door Gerard Nanne)


Thrillers schrijven, ik doe het al achttien jaar. ACHTTIEN JAAR!! Belachelijk lang eigenlijk. In die jaren heb ik veel in het thrillerwereldje zien veranderen. Hard zien veranderen.

Ik debuteerde in 2002, naar wat later bleek een beroerde timing. Het was het jaar waarin een vrouwelijke misdaadauteur het thrillerlandschap voorgoed zou veranderen. Het mannenbolwerk in de Nederlandse misdaadliteratuur behoorde vanaf dat gedenkwaardige jaar voorgoed tot het verleden.

Een ontwikkeling die niet door al mijn mannelijke collega’s werd omarmd. En waar nu, anno 2019, nog steeds met enige scepsis over wordt geschreven.

Rumoer in thrillerland. Het is er altijd geweest. Zo ook over de zin en onzin van het predicaat literair of psychologisch als aanvulling op de aanduiding thriller of misdaadroman. Het volstond niet meer, was de gedachte. Deed geen recht meer aan de diepgang van de nieuwe generatie misdaadromans. Een terechte constatering? Of gewoon een kutsmoes om deze slimme marketingtruc te verdoezelen.

De meningen hierover zijn nog steeds verdeeld. Zoals er ook nog steeds verschil van mening bestaat over de kwaliteit van de Nederlandse misdaadroman. En dan niet te vergeten over het wel of niet handhaven van de Gouden Strop. Over de zin en onzin van deze prestigieuze prijs.

Rumoer in thrillerland. Het is er altijd geweest en zal er altijd blijven. Is dat erg? Welnee. Niets lijkt erg genoeg om thrillerschrijvend Nederland bij de les te houden.

Een man die dat als geen ander kan, is de beheerder van de site waar ik deze column voor in elkaar tik. De Spanningsblog, beheerd door Peter Kuijt, bestaat inmiddels alweer twaalf jaar. Binnen de wildgroei van gelijkgestemde sites geldt hij nog steeds als de meest stabiele factor in het rumoerige thrillerwereldje. Een plek waar alle ins en outs over het genre wordt besproken. Zonder voorbehoud. Uitvoerig. Kritisch. Streng, maar rechtvaardig. Waar nodig met enige kanttekeningen. Scherp. Soms op het randje. Maar nooit eroverheen.

Valt er dan niets op deze man aan te merken? Oh, jawel. Soms is hij ook gewoon een eikel, maar dan wel een van het betere soort. Je hoeft niet altijd vrienden te zijn om van elkaar te houden, leerde mijn moeder me ooit.

De Spanningsblog - I love it! Ga zo door, Peter. Ik zal je blijven volgen.

++++++++++++

Gerard Nanne (Velsen, 1949) verhuisde in 1972 met zijn vrouw naar Bovenkarspel, West-Friesland. Vanwege zijn kennis van de streek is West-Friesland dan ook vaak het decor van zijn verhalen. Na een aannemersstudie werkte hij zestien jaar als zelfstandig ondernemer. Vanaf 1998 is hij zich gaan toeleggen op zijn grote passie: het schrijven van misdaadverhalen, waarvoor hij een opleiding volgde bij Script+ in Amsterdam.

In 2002 debuteerde hij met Het lied van de Lijster, dat zo goed werd ontvangen dat hij besloot om het schrijven door te zetten. In zijn debuut en een aantal boeken daaropvolgend, speelt het politieduo Benders & Van Es de hoofdrol. In Nannes zevende thriller, Het stille kwaad (2008), introduceerde hij een nieuwe protagonist, de vrouwelijke rechercheur Jillian Blom. Buitenspel (2010), is zijn negende boek en een voetbalthriller. Hij schreef het samen met co-auteur Connie Harkema onder het pseudoniem Harkema Nanne.

Gerard Nanne heeft inmiddels bij uitgeverij Ellessy Crime zeventien misdaadromans gepubliceerd. De jongste dateert uit 2018 en is getiteld Vergelding.

C.L. Taylor - De angst (2019)

De vrouwen van Mike 



(Door Peter Kuijt)

Claustrofobisch en verslavend. Dat zegt bestsellerauteur Karin Slaughter over De angst, de nieuwe thriller van de Britse C.L. Taylor, die als Callie Taylor romantische comedy’s schrijft. Wie, geïmponeerd door Slaughters aanbeveling, aan het boek begint, zal zich echter bekocht voelen. De thriller maakt de verwachtingen niet waar. 

Taylor vertelt over drie vrouwen die allemaal iets met ene Mike Hughes hebben: Lou, begin dertig, die als tiener met Hughes, destijds haar karateleraar en liefde van haar leven, de wijk naar Frankrijk nam om daar te ontdekken dat hij een hufter van het ergste soort was, de mollige tiener Chloe die nu in de ban is van Mike en eindveertiger Wendy, een ex van Mike.

Lou ontdekt dat roofdier Mike nog steeds jaagt op jonge vrouwen en probeert als een moderne engel der wrake met Facebookaccount te voorkomen dat hij nieuwe slachtoffers maakt. Taylor beschrijft dat in korte hoofdstukken en steeds vanuit het standpunt van Lou, Chloe of Wendy.

Taylor schotelt de lezer een rechttoe rechtaan verhaal voor. Razend spannend wordt het allemaal niet, de lezer hoeft geen enkel moment te vrezen voor een verhoogde hartslag.

Wellicht is dat enigszins te wijten aan haar schrijfstijl, die nog sporen van haar romantische fictie vertoont, zoals in de zin Zijn ogen stonden zo liefdevol en bezorgd dat ik begon te huilen. Maar wie daar niet tegenaan hikt en dapper doorleest, heeft met De angst een doorsnee thriller in handen, die de lijntjes keurig met elkaar verbindt en in de finale nog ruimte heeft voor een aardige twist.

C.L. Taylor - De angst. Uitgeverij Ambo|Anthos, 368 pag.

Deze recensie verscheen eerder in het AD.

19 april 2019

In reactie op uw schrijven... (column, 2019)


Zielig zelfbeklag 



(Door Tomas Ross)


Je kon er op wachten, op de Calimero-reactie die schrijfster Mariska Overman op mijn Facebook plaatste over de longlist voor de Gouden Strop dit jaar. Zogenaamd ironisch verpakt, maar zinderend van de frustratie: Goh, niet slecht, 7 van de tien namen zijn man. En dat ondanks de grote schare pennende kwebbelkutjes. (Overman en Saskia Noort reageerden woedend op mijn stukje over de door Peter Kuijt gesignaleerde vertrutting van de Nederlandse thriller in de foutieve veronderstelling dat ik hen kwebbelkutjes noemde).

7 namen zijn man. Stilistisch al geen hoogstandje. Ondanks de grote schare pennende kwebbelkutjes. Ah, daar is-ie weer: Kwantiteit als ijkpunt. Zo ongeveer de gedachtegang van Noort; wanneer je 200.000 boeken of meer verkoopt, móét je wel goed zijn. (zie ook de verkoopcijfers van Mao’s Rode Boekje of die van Mein Kampf). Kortom, de jury van de Strop had de ingezonden boeken niet hoeven te lezen, alleen maar geblinddoekt à la Ezeltje Prik met 10 dartpijltjes naar de lijst van de auteurs moeten werpen. Statistisch zeker ‘7 namen zijn vrouw.’

Het is de bekende drogreden maar bovenal een belediging voor de jury die godmagweten hoeveel uur besteedde aan het doorploeteren van al die thrillers of wat daar voor doorgaat. Ik ben niet zo pro jury, zeker niet in het geval van de Strop waar bij gebrek aan keuze voortdurend dezelfde namen opduiken (en dus dezelfde voorkeuren) , maar dit jaar, zoals ook eerder, zijn het drie vrouwen en twee mannen die de keuze bepalen. En dan toch goddomme zeven mannen selecteren ! Die drie afvallige ‘zusters’ zullen dus wel onderdrukt en ‘niet weerbaar’ zijn.

Een mens wordt er doodmoe van. Van dat getalscriterium. De Grote Gemene Deler. En van dat zielige zelfbeklag. Het gaat natuurlijk maar om één ding, en dat is niet het aantal of het geslacht maar de kwaliteit, hoe subjectief daar onvermijdelijk ook over wordt geoordeeld. Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat er in sommige sectoren sprake is van een Glazen Plafond maar niet – zie de aantallen schrijfsters, redactrices, uitgeefsters en dus ook vrouwelijke juryleden – in het boekenwereldje.

Wat Kuijt en ik signaleerden valt echter evenmin te ontkennen, namelijk dat met méér thrillerauteurs, vrouwen én mannen, ook de hoeveelheid vertrutting en bagger toeneemt. Helemáál ongelijk had Connie Palmen (een vrouw) dan ook niet toen ze indertijd Saskia Noort (andere vrouw) aanviel dat thrillers géén literatuur zouden zijn. Al had ze dat genuanceerder kunnen brengen, sommige thrillerauteurs worden wel degelijk als literatoren beschouwd (Le Carré, Highsmith (een vrouw), Sjöwall (vrouw) & Wahlöö, Graham Greene), en veel zogenaamde literaire auteurs schrijven net zo hard bagger. (Sommigen beweren ook Connie Palmen). Wat dat betreft, lees Lieneke Dijkzeul (vrouw en prachtige thrillerschrijfster) in haar recente bijdrage op deze blog: En, laten we wel wezen, er verschijnt nog steeds een verdomde hoop pulp.

Zo is het. Van mannen en van vrouwen.

Overman verwijt mij niet meer gereageerd te hebben op haar stukje: Knuppel in het hoenderhok gooien en vervolgens zwijgen. Makkelijk.

Het leek mij eerder wijs . Tegen iemand die als argument aanvoert hoe goed haar boeken wel niet zijn en hoeveel sterren VN eraan gaf, is net zo min kruid gewassen als tegen het zelfbeklag van Calimero.

En wellicht ten overvloede: ik schreef samen met Karin Slaughter, met mijn goede vriendin Maj Sjöwall, met mijn andere goede vriendin Corine Hartman die ik onderbracht bij de Bezige Bij, ik begeleidde Anya Niewierra en wijlen Jackie Lourens-Koop, mijn uitgever is een vrouw met wie ik prima samenwerk, ik trek (figuurlijk) aan Nausicäa Marbe, ik ben een bewonderaar van schrijfsters als Lieneke Dijkzeul, Ruth Rendell en Patricia Highsmith, ik push tijdens workshops vooral ook vrouwen, én ik ben bevriend met Ciska Dresselhuys.

Need I say more?