25 augustus 2013

De vijf W's volgens... Ian Rankin (nieuws, 2013)



'DE STIJL MOET ONZICHTBAAR ZIJN' 

Op 4 juli 1985 voltooide de toen 25-jarige Schotse student Ian Rankin de eerste versie van zijn boek dat hij de titel 'Knots & Crosses' had meegegeven. Het was de eerste in een succesvolle serie thrillers over hedendaags Schotland met als hoofdpersoon de dwarse inspecteur John Rebus. De Spanningsblog legt Rankin langs de meetlat van de vijf journalistieke W's: wie, wat, waar, wanneer en waarom.

(Door Peter Kuijt)

- Wie denkt Ian Rankin wel dat hij is?
,,Ik ben een voyeur'', zei hij ooit in een interview. ,,Dat moet je ook zijn als schrijver. De ene helft van je tijd de wereld beschouwen om er de andere helft over te schrijven.''

Rankin was veertig toen hij deze uitspraak deed. Op 28 april 1960 werd hij geboren in het voormalige mijnwerkersplaats Cardenden in de graafschap Fife. Een stadje met uitsluitend wedkantoren, kroegen en kapperszaken, zo leek het wel. ,,Ik kan me niet herinneren dat er qua vogels iets meer exotischer rondvloog dan een spreeuw. Ja, misschien een roodborstje in de winter'', schrijft Rankin in het met zwart-wit foto's geĂ¯llustreerde boek 'John Rebus's Scotland: A Personal Journey'.

Op jonge leeftijd maakte Rankin al zijn eigen boeken. Op zijn vierde tekende hij stripalbums over astronauten. ,,Ik las al strips en dacht dat ik het beter kon. Strips in zeer gelimiteerde oplage: 1 exemplaar. Ik liet ze altijd aan mijn moeder zien, maar ze begreep het niet. 'Waarom is Ian niet blij met de albums die wij voor hem kopen?'. Zijn moeder overleed toen Ian negentien was. ,,Ik mis haar nog elke dag'', twitterde hij laatst.

Zijn familie is niet bijzonder literair ingesteld. ,,Mijn ouders lazen nooit. Ik heb geen flauw idee waar mijn interesse voor het schrijverschap vandaan kwam. Misschien heeft het wel te maken met het feit dat mijn vader vroeger veel verhalen vertelde. Hij verzon ze terwijl je bij hem op schoot zat. Mijn vader stierf toen ik dertig was en vier boeken had geschreven. Hij was trots op me, maar kon er met zijn pet niet bij. Hoe kun je je brood verdienen met het vertellen van leugens, zei hij altijd.''

Na de strips raakte Rankin in de ban van de popmuziek. Op zijn twaalfde schreef hij teksten voor een niet-bestaande groep, The Amoebes. ,,De zanger heette Ian Kaputt. Dat was ik dus.'' Een blauwe maandag speelde hij in de punkband The Dancing Pigs, voor hij allerlei andere baantjes vervulde. Hij was druivenplukker in Frankrijk en varkenshoeder. Dat laatste klusje hield abrupt op toen hij de varkens druivenschillen voerde. ,,Er stierf er een aan alcoholvergiftiging.'' Ook was hij enige tijd alcoholresearcher en deed hij onderzoek naar het drinkgedrag naar mensen.

- Wat inspireert Rankin?
Dat moet wel de Schotse hoofdstad Edinburgh zijn. De stad zelf is een personage, even dreigend en wilspelturig als inspecteur John Rebus. Een belangrijk karakter, deze politieman, maar eerst en vooral gaan zijn boeken over de stad waar Rankin in oktober 1978 naartoe verhuisde. ,,Rebus komt op de tweede plaats. Het zijn boeken waarin Edinburgh ons vertelt over het Schotse karakter. Maar je leest er ook over hedendaagse kwesties, die niet aan de orde komen in literaire romans. Vaak gaan literaire romans alleen maar over literaire romans, of over schrijvers die boeken proberen te schrijven.''

Rankin noemt Edinburgh een vreemde en gecompliceerde stad, al hoewel je volgens hem nauwelijks van een stad kunt spreken met 'slechts' een half miljoen inwoners. ,,Soms kan de stad je een claustrofobisch gevoel bezorgen. Zoals in Cowgate, een straat in het lagere gedeelte van de Old Town, waar het lijkt alsof je door een ravijn loopt. Ook ademt de stad soms een koude en onwelkome sfeer uit.'' Aan de andere kant is Edinburgh ook een stad met een groeiend zelfvertrouwen, volgens Rankin niet in de laatste plaats door de toenemende populariteit van het jaarlijkse festival.

- Waar haalt Ian Rankin graag en regelmatig een biertje?
The Oxford Bar in Young Street is de favoriete hangplek van de schrijver. Regelmatig stapt hij er 's avonds binnen, bestelt een pint van zijn geliefkoosde Deuchars IPA en nestelt zich met een stapel boeken in een hoekje van de onooglijke pub. Daar signeert hij de thrillers die door Rankins fans zijn achtergelaten en door de eigenaar in de kelder worden bewaard totdat ze van een handtekening zijn voorzien. ,,Een Australische lezer stuurde ooit een boek hiernaartoe met alleen maar 'Ian Rankin, The Oxford Bar, Edinburgh' op de envelop'', aldus de auteur. ,,Het kwam nog aan ook.''

'The Ox', die al honderdtwintig jaar als zodanig dienst doet, mist alles wat een pub aantrekkelijk maakt., maar door Rankin houdt de zaak wel mooi stand. De pub trekt lezers die nu wel eens met eigen ogen willen zien voor welke kroeg Rebus te graag en te vaak een omweg maakt. En de bar is een stop tijdens The Rebus Tours, een rondleiding langs herkenningspunten uit de thrillers van Rankin.

The Oxford Bar wordt het eerst genoemd in 'Mortal causes' ('Vuurwerk'). Rebus heeft het er naar zijn zin, vooral omdat ze er sterke drank in grotere hoeveelheden dan elders voorzetten. Ter ere van de man die de kroeg een tijdje runde werd een karakter in Rankins thrillers naar hem vernoemd: de patholoog professor Gates.

- Wanneer ruimt John Rebus nu echt het veld?
Met de publicatie van 'Exit Music' in 2007 kwam er een eind aan Rebus' arbeidzame leven als inspecteur bij de Lothian and Border Police. Immers, Rebus kwam twintig jaar eerder als veertiger de thriller 'Knots And Crosses' binnenwandelen, dus werd het tijd om de inspecteur met functioneel leeftijdsontslag te sturen.

Toen Rankin dat besloten had, wees zijn vrouw hem ero p dat hij nu alles kon doen wat hij maar wilde. ,,Ze zei: Je kunt historische romans gaan schrijven, kinderboeken, noem maar op. En dat deed ik: het libretto voor een opera, een stripalbum en een serie voor de New York Times. Maar toen ik aan een roman wilde beginnen, wilde ik toch weer schrijven over misdaad en ook nog steeds over Edinburgh.''

Na een afwezigheid van vijf jaar keerde Rebus weer terug en wel in 'Standing in Another Man's Grave' (hier in maart 2013 verschenen als 'Cold Case'). Naast Rebus is er ook een rol voor Malcolm Fox, rechercheur van de afdeling Interne Zaken en figurerend in de thrillers 'Interne Zaken' en 'De onmogelijke dood'.

Toen Rebus vorig jaar de terugkeer van zijn protagonist bekendmaakte op het Hay Festival in Wales, klonk er een luid gejuich op. Hij zei dat het bekijken van Fox door de ogen van Rebus hem deed besluiten zijn oude held weer van stal te halen. ,,Ik voelde dat we nog wat zaken hadden af te ronden'', aldus Rankin. ,,Echt weg was Rebus niet, want hij werkte als burger voor een cold-caseteam in Edinburgh. En ik wist dat ik een verhaal voor hem had, dat hem perfect zou passen.'' Met net een nieuw avontuur voor Rebus in de boekwinkel, zullen we het voorlopig nog met hem moeten blijven doen. .

- Waarom voelt Rankin niets voor het schrijven van een literaire roman?
Het schrijven van thrillers biedt meer mogelijkheden dan beperkingen, is de stellige overtuiging van Rankin. ,,Ik voel me niet ingesloten door het thrillergenre'', zei hij vorig jaar op het Tanpinar Literature Festival in Istanbul. ,,Ik keer er juist altijd weer naar terug.''

Voor hij zijn eerste thriller had uitgebracht, publiceerde Rankin de roman 'The Flood'. ,,Als ik mijn debuut nu bekijk, Jezus, dan is het alsof er een literatuurstudent aan het werk is geweest'', vertelde hij in een interview met het tijdschrift The Word. ,,Er staan woorden in die ik niet eens begrijp. In thrillers is geen ruimte voor dergelijk bombastisch proza.''

Dertig boeken, een koninklijke onderscheiding en vele literaire prijzen later zegt Rankin dat hij nu de taal anders benadert. ,,De stijl moet onzichtbaar zijn. Als er iets schuurt, of een zin is te bloemrijk, dan is de lezer zich er ineens van bewust dat er iemand een boek probeert te schrijven. Schrijvers zoals ik zijn onderdeel van de entertainmentindustrie. Wij winnen geen Nobelprijzen voor boeken die moeilijk leesbaar zijn.''

De thrillers van Ian Rankin verschijnen bij uitgeverij Luitingh-Sijthoff.

Geen opmerkingen: