(Door Peter de Zwaan)
Een van de somberste gedachten die ik ken is: Heb ik dat al gehad?
Er schiet me iets te binnen.
Iets moois, iets waarvan ik denk: daar kan ik iets mee.
Ik begin te typen en de eerste alinea vliegt op het scherm.
Daarna slaat de vertraging toe. Mijn vingers willen wel, maar mijn hoofd weigert.
Het hoofd twijfelt.
Is dit niet oud? Is dit niet iets wat je al hebt opgetikt?
Het hoofd gaat te keer. Het duikt in archieven diep weggedrukt onder de schedel. Het vindt niets, maar het produceert ook geen gevoel van opluchting: iets niet vinden betekent niet dat het niet bestaat. Misschien is het er wel, maar klampt het zich vast aan een ander stukje archief.
Om mij in de luren te leggen.
En om u te laten schamperen: ,,Hé, schrijver, dat is ouwe koek hoor.''
Misschien wil mijn geheugen me dwarszitten, of me een lesje leren.
Een lesje in nederigheid misschien, of in twijfel, je weet het nooit.
Misschien wil het wel zeggen: hou eens op met het maken van die stukjes, wat heb je er aan, het leidt tot niets, ga een boek schrijven, het boek waar iedereen al decennia op zit te wachten.
Ik wou dat ik een weerwoord had.
Een weerwoord dat zijn weerga niet kent.
Het enige wat ik kan bedenken is: dat boek waar iedereen decennia op zit te wachten heb ik al geschreven. Ik schrijf er bijna elk jaar een. Ga maar naar de boekwinkel, doe eens wat.
Helemaal tevreden ben ik er niet over.
Misschien komt dat wel omdat ik u schamper hoor lachen.
(Deze column is ook te lezen op www.peterdezwaan.nl)
.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten