
REDELIJKE PRIJS
(Door Peter de Zwaan)
De Gouden Strop, is dat eigenlijk iets? Of denken wij, misdaadschrijvers, dat het iets is, maar is het niets, een vliegenpoepje van 11.000 euro, een aardigheidje voor jongens en meisjes die ook maar wat aan punniken en, als ze onder elkaar zijn, doen of wat ze schrijven enige betekenis heeft.
Ik moest hier aan denken toen ik in Volkskrant magazine een interview las met Tim Krabbé, schrijver van het boekenweekgeschenk van dit jaar.
Het schrijven van het geschenk is 'geweldig voor een schrijver die nooit ook maar een stapje in de buurt van een redelijke prijs is gekomen'.
Nooit ook maar een stapje. Redelijke prijs.
Het komt uit de mond van een winnaar van de Gouden Strop. Oké, hij had de prijs niet moeten winnen en als er niet een tijdperkje was geweest waarin jury’s vonden dat ze de Gouden Strop konden opstoten in de vaart der volkeren door een 'echte auteur' uit te zoeken dan had hij ook niet gewonnen (evenmin als Maarten ’t Hart), maar ja, hij won wel en hij accepteerde.
Misschien heeft hij van dat accepteren diepe spijt. Zou best kunnen. Als iets uit interviews met hem blijkt dan is het dat hij een man is met weinig zekerheden. Een twijfelend, weifelend mens die er hartstochtelijk naar verlangt om serieus te worden genomen. En dat word je in boekenland, in zijn ogen, niet als je met een Gouden Strop aan komt kakken.
Toen er een paar jaar geleden een boek op de markt kwam met verhalen van winnaars van de Gouden Strop stond er niets van Krabbé in.
Hij wil niets meer met de prijs te maken hebben, praat er liever niet over, bant het uit zijn geheugen.
Mag allemaal, wat mij betreft. Wie een geweldig boek als 'De Renner' heeft geschreven en (na Hans Ree) de beste schaakrubriek van Nederland heeft gemaakt, kan bij mij een potje breken.
Maar een tikkeltje overdreven is het wel.
Zo erg is een Gouden Strop ook weer niet.
Je komt er niet door in de boekenhemel, maar ook niet in de boekenhel.
In de boekenhel kom je juist als je een boekenweekgeschenk hebt gemaakt. Dan moet je namelijk naar het boekenbal.
Daar ben ik een keer geweest, in het jaar waarin Lenette van Dongen van het podium werd gehoond, en ik heb plechtig met mezelf afgesproken dat ik nooit meer hoef. Wat een avond. Als er in Dantes tijd een boekenbal was geweest zou zijn beschrijving van de hel pittiger zijn geworden.
Krabbé als eregast op het boekenbal. Als hij de Gouden Strop had omarmd en zijn romans misdaadboeken was gaan noemen dan was die ellende hem, de introverte schrijver, de eenling, toch maar mooi bespaard gebleven.
(Deze column is ook te lezen op www.peterdezwaan.nl)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten