06 december 2010

Peter James - Doodskus (2010)



RAMMELENDE INTRIGE

(Door Arno Ruitenbeek)

De zesde Peter James-policier met het woord 'dood' er in. Niet vanwege de hang naar goedkoop succes of het mogelijke gebrek aan creativiteit is dit voorlopig de minste van de Brit.

'Doodskus' heeft in de eerste plaats een rammelende intrige. Opvallend is dat de auteur in zijn nawoord zelf de vinger op de zere plek legt. Deze roman behandelt serieverkrachtingen. James geciteerd: ,,Verkrachtingen door vreemden zijn zeer ongebruikelijk. In Sussex, de gemeente waarin 'Doodskus' zich afspeelt, zijn aanvallen zoals ik die in mijn boek beschrijf gelukkig zeldzaam.''

In de voorafgaande 370 pagina's heeft hij ons nota bene geprobeerd wijs te maken dat in het werkgebied van inspecteur Roy Grace niet een, maar mogelijk drie of zelfs vier van deze verwerpelijke zedendelinquenten tegelijkertijd actief zijn. Onder de verdachten is een collega met wie de diender eerder al niet door een deur kon.

Sterkste punt in het boek is het mysterie dat de zogenoemde Schoenenman (vanwege zijn fetisj en de wijze waarop hij zijn slachtoffers vernedert) na een onopgeloste reeks misdrijven in de jaren negentig maar liefst twaalf jaar uit beeld verdwijnt en dan zijn smerige praktijken herhaalt. De suggestie dat een na-aper, met het verdwenen dossierdeel van destijds, rondwaart, is slechts om het verhaal gaande te houden. Het gezeur Sandy, de vrouw van Grace die een decennium eerder spoorloos verdween, is nog steeds niet voorbij.

Peter James - Doodskus. Vertaling: Sonja van Wierst. Uitgeverij De Fontein, 384 pag.

Geen opmerkingen: