02 augustus 2010

Plaat van de maand (4)

GEESTELIJK VADER VAN KETELBINKIE √ČN PULPSCHRIJVER

De Spanningsblog besteedt met recensies, interviews en nieuws voornamelijk aandacht aan de hedendaagse thriller en de auteurs daarvan. De vroege Nederlandse misdaadroman is op deze site een ondergeschoven kindje. Daar moest maar eens verandering in komen, vindt verzamelaar Wim van Eyle. Uit zijn rijke collectie richt Van Eyle eens per maand de schijnwerper op het omslag van een - wellicht al weer vergeten - spannend Nederlands boek uit vroeger tijden. Vandaag de vierde aflevering uit de serie Plaat van de Maand. Over veelschrijver Anton Beuving.



Anton Pieter Arie Oliemans werd op 17 april 1902 in Rotterdam geboren en overleed in Loenen op 29 januari 1977. Onder de naam Oliemans kent niemand hem, maar ook onder zijn schrijversnaam Anton Beuving (naar de naam van zijn vrouw Jentje Beuving, 1908) is hij niet erg bekend. Toch schreef hij 48 politieromans, 20 pulpblaadjes (ook over de politie) en zo tegen de 2000 teksten van liedjes.

Op jonge leeftijd verhuisde Anton naar Amsterdam waar hij het even op een kantoorkruk probeerde, maar dat was niks. In 1919 monsterde hij tegen de zin van zijn ouders aan voor de grote vaart. Hij werd aangenomen als messroomboy voor de bediening van de tweede en derde stuurlui en de machinisten. Toen hij schurft op zijn handen kreeg was dat snel afgelopen en ruilde hij zijn baantje voor ketelbinkie. Dat bleef zo tot 1924 maar toen drong heimwee hem toch naar de wal. Hij ging werken als kok op de binnenvaart (o.a. op de boot naar Marken). In 1936 koos hij definitief voor een schrijversloopbaan.

Beuving werd nu zijn naam, want Oliemans bekte niet. In 1938 trad hij in dienst bij de VARA als tekstschrijver. Met het zang(hoor)spel 'Vrouw aan boord' brak hij definitief door (1940). Aan zijn succes werd vooral bijgedragen door zanger Frans van Schaik die onder andere ''De straatjongen uit Rotterdam' op zijn repertoire zette. Het liedje werd beter bekend als 'Ketelbinkie', nota bene zijn oude beroep. Wim van Eyle weet nog hoe hij als kind samen met zijn leeftijdsgenootjes de eerste regel zongen:
'Toen wij uit Rotterdam vertrokken,
Vertrokken wij uit Rotterdam'

Dat was niet helemaal juist, want het moest zijn:
'Toen wij van Rotterdam vertrokken,
Met de Edam, een oude schuit'

Wie kent het niet? Inmiddels was Beuving in Hilversum gaan wonen en gedurende de oorlog werkte hij bij de radio als tekstschrijver van hoorspelen, radio-operettes en cabaretliedjes. De pers was lovend. Vlak na de oorlog waren het al enige honderden liedjes, die Beuving op zijn conto kon schrijven.

In 1947 begon Beuving met het schrijven van jeugdboeken. 'Vuur aan bakboord' was een daverend succes. Het boek beleefde twaalf drukken. Er volgden nog diverse romans die de grote vaart tot onderwerp hadden ('De lading brandt' was ook al zo'n voltreffer). Maar nog steeds geen misdaadroman.



In 1953 was het zover, Beuving stapte over naar de politieroman met speurder 'Hakkie' Waaldijk in de hoofdrol (Hakkie omdat hij altijd op scheef gelopen schoenen liep). Als uitgever kwam hij terecht bij A.L. (Aat) van Kersen in Den Haag die de gewoonte had de hem aangeboden misdaadboeken niet eens te lezen maar ze direct naar zetter en drukker te sturen. Multon was ook zo'n schrijver bij van Kersen met tientallen uitgaven per jaar. Het fonds van van Kersen was niet bestemd voor de boekwinkel, maar voor de leesbibliotheken (een dubbeltje spanning). Dit is wel de belangrijkste reden dat de Beuving-boeken zo goed als onvindbaar zijn op de boekenmarkten en bij de antiquair. De Beuvings die op de verzamelaarsmarkt terecht kwamen waren vaak achterover gedrukt....

Beuving zette er flink de spurt in en schreef in de periode 1953-1964 28 politieromans en 20 pulpbladverhalen. Zijn boeken werden gezien als spannend en soms zelfs realistisch. Deze bibliotheeklectuur vloog als een warm broodje over de uitleenbalies.


In 1973 werd op de Wilhelminakade in Rotterdam een beeld van Ketelbinkie onthuld van de hand van beeldhouwer Huib Noorlander. In 1975 was Beuvings gezondheid zo teruggelopen dat hij naar een verzorgingshuis moest (Loenen) waar hij in 1977 stierf.

(Bronnen: collectie Wim van Eyle, Lectuur-Repertorium en Marcus van der Heide)

Geen opmerkingen: