(Door Hans Knegtmans)
In de eerste roman van de Australische auteur Jane Harper, De droogte, vielen de mussen van het dak. Haar tweede boek, Wildernis, speelt zich overwegend af in een modderig regenwoud, waar een zonnetje meer dan welkom zou zijn voor de vijf medewerksters van een exclusief accountantskantoor. Ze ondernemen een vierdaagse voettocht, waarbij het de bedoeling is dat ze onderweg aan teambuilding doen. Met de finish in zicht verdwijnt een van de deelnemers echter als een dief in de nacht.

Zodra zij van Russels verdwijning horen, reizen Falk en Cooper naar de fictieve Giralang Ranges, ten oosten van Melbourne, waar ze de vier overgebleven werknemers ontmoeten. Het onderzoek wordt geleid door brigadier King van de federale politie, terwijl Falk en Cooper de verhoren voor hun rekening nemen.
Harper hanteert een slimme verteltechniek, waarbij we in flashbacks de lotgevallen van de - dan nog voltallige - wandelgroep volgen, afgewisseld door fragmenten in het heden waarin Falk en Cooper de hoofdrollen hebben. Door deze aanpak hebben we de helft van de tijd een kennisvoorsprong op de speurders. Het voelt alsof wij naar een sneak preview kijken van een film waar de rest van Nederland nog enkele weken op moet wachten.
Vergeleken met haar stilistisch wonderschone debuut De droogte is de stijl van Wildernis onverwacht gewoontjes. De schrijfster maakt rijkelijk gebruik van cliffhangers - alsof de lezer anders zou insukkelen. Verder strooit Harper met achtergrondditjes en -datjes die weinig of niets met de thematiek uitstaande hebben. Een miskraam, abortus, pesten op school, eetproblemen, kinderporno op het net - het wordt er allemaal met de haren bijgesleept. Je vraagt je af wat de auteur bezielde.
Jane Harper - Wildernis, uitgeverij A.W. Bruna, 368 pag.
Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, is eerder verschenen in Het Parool.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten