(Door Hans Knegtmans)

In het tweede verhaal strandt The New York Times-reporter Karen Hart met haar auto in de woestijn van Arizona. Een reddende engel dient zich aan in de persoon van pensionado George Witmers. Tijdens de autorit naar huis vertelt hij dat uitgerekend zijn vrouw Mary een fan is van de journaliste. Wat zal die morgenochtend opkijken als de onverwachte logee zich bekendmaakt! Garagehouder Ethan Quinn, die zich over haar auto ontfermt, blijkt al even aardig en correct te zijn als het bejaarde echtpaar.
Niemand hoeft Post uit te leggen hoe je een onderhoudend boek schrijft. Bedenken van plotwendingen lijkt zijn lust en zijn leven. Van de twee intriges zijn de belevenissen van de misdaadpartners het interessantst. Terry toont zich een angstaanjagende psychopaat, die het zeldzaam goed getroffen heeft met zijn goedgelovige vriendin. Zij slaagt er zelfs in een klap in haar gezicht te interpreteren als blijk van zijn ware liefde - haar sociale intelligentie schiet wel vaker tekort. Vergelijkenderwijs blijven de wederwaardigheden van Karen nogal braaf en kleurloos.
Posts proza doet meer dan ooit denken aan de Amerikaanse sterauteur Donald E. Westlake. Die maakte echter onderscheid tussen komedies en misdaadverhalen. Het eerste genre kreeg onder meer gestalte in de hilarische avonturen van bendeleider John Dortmunder. Maar zijn personages nemen - anders dan Terry - nooit hun toevlucht tot fysiek geweld. Omgekeerd is in zijn thrillers geen greintje humor te ontdekken. Westlake besefte dat het riskant was, de twee genres in één verhaal te combineren. Een wijs inzicht.
Elvin Post - Arizona Blues. Uitgeverij Ambo|Anthos, 357 pag.
Deze recensie, met toestemming van de auteur overgenomen, verscheen eerder in Het Parool.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten