15 oktober 2007

Ton Theunis (interview, 2007)



Ton Theunis stelt de onnozelaars gerust



(Door Arno Ruitenbeek)

ALMERE - 'We moeten met die Marokkaanse jongens en meiden anders omgaan. We moeten met ze praten.'

Dat is schrikken. Heeft Ton Theunis, bekend om zijn harde uitspraken over linkse politici en beleidsbepalers, zich aangesloten bij diezelfde gemeenschap der softies? Hij, enfant terrible van het ministerie van Justitie, wil praten? Dan is de titel van zijn nieuwste thriller wel heel treffend: In Gods naam.

Dat boek ligt nu in de winkel. Maar voor het zover was, hadden lieden die de bel hadden horen luiden en niet wisten waar de klepel hing, al weer boze mails gestuurd naar huize Theunis in Almere. Hoe hij het in zijn hoofd haalde om 'dat zooitje' het idee aan de hand te doen om de sluis bij Nederlands snelst groeiende stad op te blazen en zo de hele Flevopolder onder Markermeerwater te zetten. 'Ik wil bij dezen die onnozelaars geruststellen: de door mij beschreven terroristische daad kan in werkelijkheid niet worden uitgevoerd.'

Laat het echter wel een waarschuwing zijn. 'Al jaren roepen deskundigen dat de dijken slecht zijn en het land een tweede watersnoodramp, in het kwadraat, te wachten staat. Naar goede Nederlandse traditie doet men niets, maar gaan er stemmen op om de 'dure' waterschappen maar op te heffen. Instituten met een macht aan kennis en ervaring, die ik volkomen vertrouw. Het geld voor de dijkverzwaring gaat vervolgens naar de zoveelste onderwijsverandering. En 28 miljoen euro, hou me vast, naar de campagne tegen 'radicalisering onder jongeren'. Het duurste Postbus 51-spotje ooit.''

Hét bewijs, zegt Theunis, dat dit land is vergeven van lieden die op de verkeerde plaats zitten. 'Ik noem een Tjibbe Joustra die omhoog valt tot hoogste baas van de terrorismebestrijdingsclub. Iemand die feilloos aantoont dat de overheid geen vooruitziende blik heeft.'

Zo kennen we Ton Theunis weer. Eind veertiger (geboren in Deventer), strijdbaar als een jonge hond. Die in zijn non-fictieromans De toren, 146 schoten en De pion zijn toenmalige werkgever voor zeventien jaar, het ministerie van Justitie, links en rechts om de niet op luisteren ingestelde oren sloeg. Om dat in zijn vorige spannende boeken Nordica, De executeur en Onder N.A.P. dunnetjes over te doen.

In toenemende mate kreeg Theunis van de critici open doekjes voor de wijze waarop hij onze samenleving weegt en te licht bevindt. Vooruit, nog eentje: 'Het getuigt van weinig historisch besef om 1500 Nederlandse militairen naar Afghanistan te sturen met de opdracht te slagen waar 275.000 Russen jammerlijk hebben gefaald.'

Maar, hoe zit dat met dat praten met die Marokkaanse jeugd? In In Gods naam laat Theunis een groepje Marokkaanse pubers, geïndoctrineerd door foute imams en video's van martelaren en onthoofdingen, een terreurdaad plegen in Almere. 'De wijze waarop in het boek de overheden reageren op die kinderen, is fout. Ik stel voor om met hen te praten. Nee, ik vergis me niet. Eerst haal je ze uit elkaar, en zet ze vast. Jaren desnoods. Maar praat met ze, overtuig ze er van dat ze in hun naïviteit te ver zijn gegaan. Dat ook zij een kans in onze maatschappij hebben, als ze maar willen. Dat geweld niets oplost. Denk aan de Molukse treinkapers, die 25 jaar na datum oud en wijs genoeg zijn om in te zien dat dit nooit de methode kan zijn om je doel te bereiken.'

'Marokkaanse pubers zijn niet anders dan hun Nederlandse lotgenoten. Marokkaanse ouders hebben net zoveel verdriet over hun ontsporende kinderen als Nederlandse vaders en moeders. Maar helaas weigeren de meeste Nederlanders dat te zien. Die geloven liever in het Postbus 51-sprookje dat terrorisme de grootste bedreiging van Nederland is. Omdat ze er, net als de Marokkanen, de grootste moeite mee hebben dat de wereld verandert.'

Ton Theunis - In Gods Naam, Uitgeverij De Boekerij, 338 pag.

1 opmerking:

Ton Theunis zei

Welk een loftuitingen... Tenminste, dat heb ik nog steeds als mensen me de luis in de pels van Vrouwe Justitia noemen.
Een scherpe weergave van ons gesprek, zo scherp dat ik er geen goed compliment voor kan bedenken, anders dan 'vakwerk'.