10 maart 2021

Met de kennis van nu #12 (interview, 2021)



Elvin Post: 'Het kwam met horten en stoten tot stand'  



Welk literair genre je ook beoefent, je debuut blijft een bijzonder iets. Vrij van de druk van uitgevers, recensenten en lezers is ineens jouw eerste proeve van bekwaamheid daar. De Spanningsblog vroeg thrillerauteurs met een aantal boeken op hun naam een 'trip down memory lane' te maken en hun debuut met de kennis van nu eens tegen het licht te houden. Vandaag: Elvin Post. 'Ik dacht vaak: het lukt me nooit om dit af te maken.'


Wanneer heb jij voor het laatst een blik geworpen in jouw thrillerdebuut Groene vrijdag?
Elvin Post: 'Daarnet, vanwege deze vragen. Leuk om het weer eens in handen te hebben, al voel ik me ook meteen best oud... het is al zo lang geleden.'

Hoe verliep destijds de reis van de eerste woorden op papier naar daadwerkelijke publicatie?

'Het kwam met horten en stoten tot stand. Ik begon eraan toen ik in Amerika woonde en werkte, in het Engels. Eenmaal terug in Nederland verdwenen de hoofdstukken die ik had in een la. Daar bleven ze totdat ik Nicci French interviewde en Nicci Gerrard vroeg of ik zelf ook schreef. Ik stuurde haar de hoofdstukken op en zij was er erg enthousiast over.'

'Met die aanbeveling heb ik toen bij Ambo/Anthos aangeklopt. Ik was heel blij toen ik hoorde dat ze het wilden uitgeven. Het schrijfproces besloeg zo'n vijf jaar, maar ik werkte er niet fulltime aan omdat ik ook de huur moest betalen. Dat deed ik vooral met journalistieke klussen.'

Weet je nog hoeveel je van je eersteling hebt verkocht?
'Ik meen zeven- of achtduizend.'

Wat waren destijds de reacties van pers en publiek?
'Groene vrijdag kreeg overwegend positieve kritiek. Dat was fijn, al was ik sowieso al dankbaar en tevreden omdat het werd uitgegeven.'

Met wat voor gevoel kijk je naar jouw eerste thriller? Wat vind jij de pluspunten van het boek?
'Het is lastig om mijn eigen boek te recenseren, maar de meeste lof kreeg ik voor de personages en de dialogen. Dat vind ik zelf ook de sterke punten. De personages bepaalden het verhaal, ik had het niet vooraf helemaal uitgedacht en heb dus ook heel veel weggegooid omdat ik regelmatig een verkeerde afslag nam en dan vastliep. Op die momenten dacht ik vaak: het lukt me nooit om dit af te maken. Maar uiteindelijk ging ik er dan toch weer voor zitten, net zolang totdat het af was.'

Zou je, met de inmiddels opgedane kennis en schrijfervaring, nu een ander debuut hebben geschreven? Zo ja, wat zou je er aan veranderen?
'Ik denk het niet. Ik herlees mijn eigen boeken niet en weet niet meer alle details, maar ik heb niet jaren later gedacht: dit of dat had ik anders moeten doen. Dat had ik eigenlijk alleen bij mijn vijfde boek, Dame blanche.'


Over Groene vrijdag: 

Elvin Post (Rotterdam, 1973) is behalve auteur ook journalist. In 2004 won hij, als jongste winnaar tot dan toe, de Gouden Strop voor zijn debuut, de misdaadroman Groene vrijdag. Met Roomservice won hij in 2011 de Diamanten Kogel.

Post begon zijn carrière na zijn stage bij het literaire agentschap Ralph Vicinanza in Manhattan. Aldaar schreef hij ook recensies van buitenlandse thrillers voor het Algemeen Dagblad. In Manhattan begon hij zelf met het schrijven van boeken.

In Groene vrijdag vindt Winston Malone dat het tijd is om de zaken anders aan te pakken. Hij woont met zijn vrouw Cordelia in een bouwvallig appartement op Staten Island, New York, hij is nauwelijks tevreden met zijn werk bij een geldkantoor en nog minder met zijn salaris. Als hij in de problemen komt met de afbetaling van de driezitsbankdie hij voor zijn vrouw heeft gekocht, besluit Winston de laatste wijze woorden van zijn overleden vader in de praktijk te brengen.


Lees ook: 

René Appel vertelt hier over zijn debuut Handicap
Loes den Hollander vertelt hier over haar debuut Vrijdag
Corine Hartman vertelt hier over haar debuut Schone kunsten
Peter de Zwaan vertelt hier over zijn debuut
 Dietz
Lieneke Dijkzeul vertelt hier over haar debuut De stille zonde
Bavo Dhooge vertelt hier over zijn debuut 
Spaghetti
Michael Berg vertelt hier over zijn debuut 
Twee zomers
Almar Otten vertelt hier over zijn debuut Verdwenen chemie
Charles den Tex vertelt hier over zijn debuut
 Dump
Rudy Soetewey vertelt hier over zijn debuut
 Inbraak
Jacob Vis vertelt hier over zijn debuut
Prins Desi

Met de kennis van nu #11 (interview, 2021)


Jacob Vis: 'Na tachtig pogingen had ik een proloog'  



Welk literair genre je ook beoefent, je debuut blijft een bijzonder iets. Vrij van de druk van uitgevers, recensenten en lezers is ineens jouw eerste proeve van bekwaamheid daar. De Spanningsblog vroeg thrillerauteurs met een aantal boeken op hun naam een 'trip down memory lane' te maken en hun debuut met de kennis van nu eens tegen het licht te houden. Vandaag vertelt Jacob Vis over de totstandkoming van Prins Desi. 'Tomas Ross gaf me zijn titel cadeau.'

'De voorgeschiedenis van mijn debuut begon in 1985. Ik had net een dik rapport geschreven over de omvorming van populierenbos in langlevend loofhout (eik, beuk, es, esdoorn) zonder kaalslag toe te passen. Ik had bedacht de tweede generatie loofhout onder de oude populieren te planten en daar in de luwte op te laten groeien tot de jonge bomen groot genoeg zijn om het stokje over te nemen.'

'Het lijkt voor de hand liggend, maar destijds was het een revolutionair idee dat lijnrecht tegen het heersende beleid in ging – kappen en opnieuw beginnen. Mijn baasjes waren zo beducht voor commentaar uit de hogere kringen dat ze mijn boek eerst niet wilden publiceren, uit angst dat ze teruggefloten zouden worden. Later is het gewoon uitgegeven en de methode wordt nog steeds toegepast, maar toen was ik zo kwaad dat ik geen letter meer voor de dienst (Staatsbosbeheer) wilde schrijven. Maar ik wilde wel schrijven en dus zei mijn geliefde: ‘waarom begin je niet voor jezelf?’'

Research
'En zo begon ik, in de vakantie van 1985 in Frankrijk aan Prins Desi, dat toen nog De leerling-terrorist heette. Na tachtig mislukte pogingen had ik eindelijk een proloog die stond als een huis en daarop bouwde ik verder, blaadje voor blaadje, gesteund door uitvoerige research over het Suriname van Desi Bouterse.'

'Anderhalf jaar later was het boek klaar: een dik pak papier vol typex dat ik op advies van een vriend die bij de Arbeiderspers werkte, naar twee uitgevers stuurde: Bruna en Het Spectrum. Bruna stuurde het na een week terug – 'past niet in ons fonds' – maar weer een week later kreeg ik een telefoontje van Tomas Ross, destijds adviseur van Het Spectrum: ‘Ik heb je boek gelezen. Ik vind het fantastisch en wil het graag uitgeven.’

'Ik legde de telefoon neer, sprong huizenhoog de lucht in en maakte de afspraak. Toen ik het vuistdikke manuscript bij de bureauredacteur inleverde keek hij me wanhopig aan en vroeg: ‘Heb jij geen computer?’
‘Nee', zei ik. ‘Ik heb een elektrische schrijfmachine, speciaal voor dit boek gekocht.’
‘Gauw doorverkopen', zei hij ‘En een pc aanschaffen.’
'Dat heb ik gedaan en daarop en op de talloze opvolgers van die eerste, zeer primitieve, maar wel geruisloze Joyce Schneider (er zat niet eens een harde schijf in!) heb ik mijn 26 andere boeken geschreven.'

Plot
'Prins Desi verscheen in april 1987. Het boek was al eerder klaar, maar we wilden wachten of Bouterse in de strijd met Brunswijk zou sneuvelen, zodat we de plot konden aanpassen. Dat gebeurde niet en dus sneeft Bouterse alleen in mijn boek. De titel is een cadeautje van Tomas Ross. Ik had het boek De leerling-terrorist genoemd, maar Ross had zelf een boek in de maak over Suriname, dat hij opzij zette voor mijn boek (wat ik nog steeds een groots gebaar vind) en gaf me zijn titel cadeau.'

'Af en toe lees ik er nog eens een stukje uit, gewoon voor de gein. Het boek is, uiteraard tot mijn vreugde, lovend ontvangen, terwijl het stikvol beginnersfouten staat, maar op een of andere manier had het iets bruisends waardoor erkende recensenten het leuk vonden. En het goedkeurende knipoogje van thrillerschrijver Joop van den Broek tijdens mijn eerste mystery dinner – ‘ben jij die jongen van dat Surinameboek?’ - was een groot compliment.'

'Het boek liep zo goed dat ik een plaatje van mijn moeder heb naast een stapel Prinsen Desi in de boekhandel die groter was dan zij. Nu was het wel een klein Indisch wijfje, maar toch. Ik heb er 3500 van verkocht, voor een eersteling een respectabel aantal, vond (en vind) ik zelf.'

'Ik kijk er met genoegen op terug, vooral op het schrijven en de research. Dat plezier vind je terug in het boek en dat is een mooie compensatie voor de al genoemde beginnersfouten die ik er bij de herdruk door mijn huidige uitgever, Larry Iburg (in 2007) uit heb gehaald. Dat zou ik dus veranderen als ik het opnieuw als eersteling zou schrijven, maar als je begint weet je van toeten noch blazen en schrijf je recht voor zijn raap wat in je geest opkomt. Ik heb geen seconde spijt van mijn debuut, integendeel, ik ben er nog steeds trots op. Vooral op die knipoog van Joop van den Broek.' 


Over Prins Desi: 

Jacob Vis (Haarlem, 1940) is schrijver sinds 1987. Hij heeft een kleine dertig boeken op zijn naam staan. Zijn thrillers werden meerdere malen genomineerd voor een prijs. Met De zwarte duivel won hij in 2015 de Diamanten Kogel, de Vlaamse prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek van het jaar. In 2020 won Vis de Gouden Vleermuis voor zijn omvangrijke oeuvre.

In december 1982 brengen juntaleider Desi Bouterse en zijn trawanten vijftien tegenstanders van het regime op beestachtige wijze om het leven. 

Prins Desi speelt zich af vijf jaar na de moord. Bouterse is op het toppunt van zijn macht. Nederland heeft de financiële steun ingetrokken, maar Bouterse vindt een nieuwe manier om zichzelf en zijn vriendjes te verrijken: hij maakt van Suriname het belangrijkste doorvoerland van Colombiaanse heroïne naar Europa en de Verenigde Staten. De helft van de Surinaamse bevolking is gevlucht naar Nederland waar hun leiders plannen smeden om de macht te heroveren.

Als de VS financiële steun belooft om de junta uit te schakelen laat Prins Desi twee handlangers een aanslag plegen op de leiders van het verzet. De moordpoging mislukt door heldhaftige zelfopoffering van een van die leiders. Voor de Nederlandse regering is de maat nu vol. Zij beraamt samen met de verzetsbeweging een gewaagd plan om een groepje Vietnamveteranen naar Suriname te sturen om de junta uit te schakelen.

De groep, onder leiding van David Quinn en Thijs Sanders,  is aangevuld met karate-expert Kaatje Postma die de juntaleider tijdens de bijslaap moet elimineren en de acteur Roy Paarhuis die zo'n geloofwaardige performance van Prins Desi neerzet dat zelfs diens getrouwen erin trappen.


Lees ook: 

René Appel
 vertelt hier over zijn debuut Handicap
Loes den Hollander vertelt hier over haar debuut Vrijdag
Corine Hartman vertelt hier over haar debuut Schone kunsten
Peter de Zwaan vertelt hier over zijn debuut
 Dietz
Lieneke Dijkzeul vertelt hier over haar debuut De stille zonde
Bavo Dhooge vertelt hier over zijn debuut 
Spaghetti
Michael Berg vertelt hier over zijn debuut 
Twee zomers
Almar Otten vertelt hier over zijn debuut Verdwenen chemie
Charles den Tex vertelt hier over zijn debuut
 Dump
Rudy Soetewey vertelt hier over zijn debuut
Inbraak

Wordt verwacht 484 (nieuws, 2021)

Naar Alabama  



Bij uitgeverij Cargo verschijnt op 22 april de thriller Dubbelspel van James Patterson. Het is het achtentwintigste deel in de serie rond psycholoog Alex Cross.


Wanneer in een auto de half ontblote lichamen van een socialite en een highschooldirecteur worden gevonden, wordt deze brute daad direct breed uitgemeten in de media.

Kay Willingham was rijk en beroemd, en de ex-vrouw van de Amerikaanse vicepresident. Randall Christopher was een gewaardeerd directeur vol politieke ambities, met een vrouw en kinderen. Alex Cross kende beide slachtoffers goed, vooral Kay, die ooit zijn patiënt was. En misschien wel meer.

Terwijl voormalig collega John Sampson het spoor van Randall Christopher volgt, worden Alex Cross en FBI-agent Ned Mahoney in het onderzoek naar Kay naar Alabama geleid. In een wereld vol corruptie en geheimen zal Cross een keuze moeten maken tussen het vertrouwen dat in hem gesteld wordt of het vertrouwen in zijn eigen gezonde verstand.

James Patterson (1947) is de succesvolste hedendaagse thrillerauteur ter wereld. Van zijn boeken zijn meer dan 240 miljoen exemplaren verkocht. Hij schreef de zeer succesvolle thrillerreeksen: Alex Cross en The Women's Murder Club. James Patterson woont en werkt in Florida.

09 maart 2021

Met de kennis van nu #10 (interview, 2021)



Rudy Soetewey: 'Het boek werd beschouwd als een one trick pony'  

\

Welk literair genre je ook beoefent, je debuut blijft een bijzonder iets. Vrij van de druk van uitgevers, recensenten en lezers is ineens jouw eerste proeve van bekwaamheid daar. De Spanningsblog vroeg thrillerauteurs met een aantal boeken op hun naam een 'trip down memory lane' te maken en hun debuut met de kennis van nu eens tegen het licht te houden. Vandaag: de Vlaamse schrijver Rudy Soetewey. 'De reacties waren weinig spectaculair.'


Wanneer heb jij voor het laatst een blik geworpen in jouw thrillerdebuut Inbraak?
Rudy Soetewey
: 'Dat moet vele jaren geleden zijn. Zo lang geleden zelfs dat ik het me niet meer kan herinneren. Het boek werd in 2001 gepubliceerd, twintig jaar geleden dus, en veel later een keer heruitgegeven. Waarschijnlijk heb ik er toen nog wel eens een een keer in gekeken.'

'Herlezen doe ik nu eenmaal zelden. Waarom zou je dat ook doen? Een boek is na publicatie definitief een in beton gegoten stuk van je verleden. Je kunt er niks meer aan veranderen. Je hebt je bovendien tijdens het schrijven zo lang in de specifieke wereld van het verhaal ondergedompeld, dat je je daarna echt wel kunt herinneren wat er in staat. De behoefte om mijn eigen werk te herlezen is dan ook heel klein. Nostalgie, allemaal goed en wel, maar de wereld verandert wel in een rotvaart. Je moet soms opletten of de trein is al vertrokken voor je op het perron bent geraakt.'

Hoe verliep destijds de reis van de eerste woorden op papier naar daadwerkelijke publicatie? 
'Dat was in het geval van Inbraak redelijk ongewoon. Er waren al drie romans van mijn hand gepubliceerd, Bedrieglijke eenvoud, De laatste reis en Dubbel krijt. Ik had daarna net opnieuw een toneelstuk geschreven: een thriller met drie personages. Dat was Inbraak. Toen de uitgever van de romans me vertelde dat hij met een thrillerreeks wilde beginnen en me vroeg of ik ‘zo niks had liggen’, stelde ik hem de vraag wat de deadline voor het manuscript zou zijn. Over zes maanden, antwoordde hij. Op aanraden van mijn vrouw besloot ik van het toneelstuk een roman te maken. Niet zó moeilijk, vermits al het denkwerk reeds was gebeurd. De personages en de conflicten waren reeds uitgewerkt. Na enkele maanden kon ik het manuscript dan ook inleveren.'

'Vermits ik een fulltime job had in het onderwijs, is schrijven natuurlijk altijd laatavond- en weekendwerk geweest. Omdat het denk- en puzzelwerk in dit geval echter al gebeurd was, ging dat in dit specifiek geval redelijk vlot. Van manuscripten opsturen en afwijzingen incasseren was ook al geen sprake. Niet meer, tenminste. Mijn eerste probeersels - nog vóór mijn eerste publicatie, een bundel kortverhalen met telkens een verrassende ontknoping - hadden al voor een mooie verzameling vriendelijke afwijzingen gezorgd. Doorzettingsvermogen is nu eenmaal een cruciale eigenschap voor een schrijver. :-) '

Weet je nog hoeveel je van je eersteling hebt verkocht?
'Hoeveel er van verkocht zijn, weet ik niet meer. Maar het ging zeker niet om spectaculaire aantallen, integendeel. Een onbekende auteur, een onbekende uitgever... Hoewel het boek een aantal nominaties in de wacht sleepte, was de tijd dat zoiets garant stond voor een stevige verkoop al een paar jaar voorbij. Daar bovenop had je dan ook nog het fenomeen dat de meeste Vlaamse auteurs in Nederland niet echt ernstig werden genomen. Of dat ondertussen erg veranderd is, laat ik in het midden.'


Wat waren destijds de reacties van pers en publiek?
'De reacties waren weinig spectaculair, ook al werd Inbraak genomineerd voor de Hercule Poirotprijs, de Gouden Strop, en de prijs voor het beste debuut. Er is zelfs enige tijd sprake geweest van een verfilming. Hoewel de nominaties natuurlijk wel mijn ego streelden, was het ontbreken van reacties op die nominaties wel een domper op de feestvreugde. Hoewel het eigenlijk al mijn vierde boek was, werd het ogenschijnlijk beschouwd als een one trick pony. Er was dus ook niet meteen sprake van een stormloop op de boekhandels. :-) Een illusie minder. Maar ja: naïviteit heeft me wel meer parten gespeeld.'

Met wat voor gevoel kijk je naar jouw eerste thriller? Wat vind jij de pluspunten van het boek?
'Ik ben er nog steeds vrij tevreden over. Het specifiek gebruik van drie verschillende verstelstandpunten lijkt me nog steeds redelijk speciaal. Het verhaal - gebeurtenissen gedurende één nacht, op één plaats - wordt alternerend per hoofdstuk verteld door één van de drie betrokken personages, maar telkens in de ik-vorm. Daardoor krijg je als lezer een beter begrip voor elk van hen omdat je als het ware per hoofdstuk in een ‘andere huid’ kruipt. ‘Een kant kiezen’ wordt daardoor heel wat moeilijker. De vraag wordt op de duur wie van de drie eigenlijk de grootste misdadiger is.'

Zou je, met de inmiddels opgedane kennis en schrijfervaring, nu een ander debuut hebben geschreven? Zo ja, wat zou je er aan veranderen?
'Het lijkt me onmogelijk om daar iets anders dan ‘ja’ op te antwoorden. Twintig jaar, twaalf boeken waarvan negen thrillers, twaalf nominaties en twee prijzen verder (en een tiende thriller op komst) lijkt me dat niet meer dan logisch. Maar nadenken over wat je anders zou doen is hoe dan ook tijdverlies. Maar om toch iets te antwoorden op de vraag: één element, een detail, zou ik misschien wel veranderen. Ik zou het voor de lezer nog duidelijker maken wie er aan het woord is, door elk hoofdstuk als titel de naam van het personage te geven. Dat is nu niet het geval. Hoewel het haast meteen duidelijk wordt wie de verteller is, zou het de algemene herkenbaarheid nog iets kunnen vergroten. En misschien zou ik ook iets meer nuance en reliëf brengen in de spanningsboog van het hele verhaal. Maar nogmaals, mijmeren over wat je anders zou doen als je mocht herbeginnen heeft nog nooit iets veranderd aan wat je gedaan hebt.'

Over Inbraak: 

Rudy Soetewey (Wilrijk, 1955) werkt al zijn hele werkzame leven in het onderwijs. Zijn eerste boek Bedrieglijke eenvoud publiceerde hij in 1992. In datzelfde jaar schreef hij ook het toneelstuk Bizar bezoek, dat een jaar later werd opgevoerd.

Soetewey heeft inmiddels een dozijn boeken en bijna evenveel toneelstukken op zijn naam staan. De thriller Inbraak werd genomineerd voor de Hercule Poirotprijs 2001, de Schaduwprijs 2002 en De Gouden strop 2002. Moord uit 2007 werd genomineerd voor de Gouden Strop 2007 en voor de Hercule Poirotprijs 2007. Vrienden (2009) werd genomineerd voor de Hercule Poirotprijs 2009. En Getuigen (2011) belandde op de shortlist van De Diamanten Kogel 2011 en won de Hercule Poirotprijs 2011. In 2013 kreeg hij de Diamanten Kogel voor 2017.

In Inbraak komt het echtpaar Didier en Erica ’s avonds thuis van een feestje. Ze betrappen een inbreker, die zij herkennen als Willy, een oud-postbode.Erica houdt de inbreker aanvankelijk onder schot met een pistool, doch zij laat zich overbluffen door Willy die daarmee het heft in handen krijgt.

Deze realiseert zich dat hem vanwege de herkenning om zijn straf te ontlopen weinig anders rest dan het ombrengen van Didier en Erica. Maar hij is geen moordenaar.

Er ontspint zich een psychologisch én fysiek kat-en-muisspel dat steeds vanuit een van de drie aanwezigen wordt beschreven. Didier is advocaat en roert zich flink ook al is hij in de macht van Willy. Ook het geloof in elkaar van de echtelieden wordt zwaar op de proef gesteld. De gebeurtenissen hebben een verrassende slotakte.

Lees ook: 

René Appel vertelt hier over zijn debuut Handicap
Loes den Hollander vertelt hier over haar debuut Vrijdag
Corine Hartman vertelt hier over haar debuut Schone kunsten
Peter de Zwaan vertelt hier over zijn debuut
 Dietz
Lieneke Dijkzeul vertelt hier over haar debuut De stille zonde
Bavo Dhooge vertelt hier over zijn debuut 
Spaghetti
Michael Berg vertelt hier over zijn debuut 
Twee zomers
Almar Otten vertelt hier over zijn debuut Verdwenen chemie
Charles den Tex vertelt hier over zijn debuut
Dump

Ontwaken in een ziekenhuis (nieuws, 2021)

Even een pseudoniem lenen  



Een van de bestbewaarde geheimen in de Nederlandse boekenbranche is wie er schuilgaat achter het pseudoniem Suzanne Vermeer. Goed, we weten dat deze auteursnaam ooit is verzonnen door Paul Goeken. Maar het blijft de vraag wie na Goekens dood thrillers schrijft (of schrijven) onder de naam Suzanne Vermeer.

Bij uitgeverij Cargo verschijnt op 15 april een thriller die een beetje aan de Suzanne Vermeer-soap doet denken. Het is Wie is Maud Dixon? van de Amerikaanse copywriter Alexandra Andrews. Hierin neemt een fan het leven van een door haar bewonderde schrijfster over.

Florence Darrow heeft een slechtbetaalde baan bij een uitgeverij en droomt ervan ooit een bestseller te schrijven. Toevalligerwijs krijgt ze de kans om de assistent te worden van de wereldberoemde en geheimzinnige schrijver Maud Dixon. Voor Florence is dit een droom die uitkomt.

Eenmaal aan het werk ontdekt ze dat Maud Dixon een pseudoniem is van Helen Wilcox, een jonge vrouw tegen wie ze al snel opkijkt. Florence is vereerd als Helen haar vraagt om samen naar Marokko te reizen voor de research van haar nieuwe boek.

De eerste dagen in Marokko zijn betoverend, en Florence kan haar geluk niet op. Maar dan wordt ze wakker in het ziekenhuis. De artsen noemen haar Helen Wilcox en zeggen dat ze een auto-ongeluk heeft gehad. Florence kan zich er niets van herinneren en Helen lijkt volledig van de aardbodem verdwenen.

Florence twijfelt heel even, maar maakt dan een keuze. Ze besluit om het leven van Helen Wilcox over te nemen, en daarmee ook haar wereldberoemde pseudoniem Maud Dixon… De uitgever: 'Maar weet ze wat ze op het spel zet?'

Alexandra Andrews heeft gewerkt als journalist, redacteur en copywriter in New York en Parijs. Wie is Maud Dixon? is haar debuut en zal wereldwijd in vertaling verschijnen. De filmrechten zijn al verkocht aan de makers van de Fast & Furious- en Spiderman-films.

UPDATE 1 APRIL: Deze thriller verschijnt niet op 15 april, mar op 15 juli.

08 maart 2021

Met de kennis van nu #9 (interview, 2021)



Charles den Tex: 'Niemand was geïnteresseerd' 




Welk literair genre je ook beoefent, je debuut blijft een bijzonder iets. Vrij van de druk van uitgevers, recensenten en lezers is ineens jouw eerste proeve van bekwaamheid daar. De Spanningsblog vroeg thrillerauteurs met een aantal boeken op hun naam een 'trip down memory lane' te maken en hun debuut met de kennis van nu eens tegen het licht te houden. Vandaag: Charles den Tex. 'Ik kende helemaal niemand in het wereldje van de spannende boeken.' 


Wanneer heb jij voor het laatst een blik geworpen in jouw thrillerdebuut Dump?
Charles den Tex
: 'Dump verscheen in 1995 bij Bert Bakker. De laatste keer dat ik het boek heb herlezen was voor de heruitgave van De Geus in 2003 en dat is inmiddels ook alweer achttien jaar geleden.'

'Over het algemeen lees ik oude titels van mijzelf niet meer nadat ze zijn gepubliceerd en soms kom ik daar wel eens door in de problemen. Als een lezer een opmerking maakt over Claim of Deal of Schijn van kans, moet ik vaak heel hard nadenken om weer in herinnering te roepen waar het verhaal over ging en wie de personages waren. Dat is geen gebrek aan interesse, het komt vooral omdat ik met mijn hoofd altijd in nieuwe verhalen zit met weer nieuwe personages. Maar het is soms wel lastig.'

Hoe verliep destijds de reis van de eerste woorden op papier naar daadwerkelijke publicatie? 
'De eerste versie van Dump heb ik geschreven toen ik een half jaar vrij had genomen van het werk dat ik deed en dus kon ik er toen fulltime aan werken. De zeven versies die ik er daarna nog van heb gemaakt heb ik naast mijn werk moeten doen. Uiteindelijk heb ik met Dump jaren geleurd.'

'De eerste versie had ik in het Engels geschreven, daartoe aangezet door een vriend van me in Londen. Hij had een boek gepubliceerd bij Bloomsbury en had gezegd dat hij me wel bij zijn uitgever zou introduceren als ik een manuscript had. Zo gezegd, zo gedaan. Via hem is het manuscript van Dump bij Bloomsbury ingeleverd en vervolgens heb ik bijna een jaar gewacht op een reactie ('We are very sorry to inform you that we do not publish thrillers').'

'Daarna ben ik in Nederland op zoek gegaan naar een uitgever. Eerst is het vertaald in het Nederlands en heb ik de vertaling weer onder handen genomen en vervolgens heb ik het naar de ene na de andere uitgever gestuurd. Niemand was geïnteresseerd. De laatste aan wie ik het stuurde was Bert Bakker en die wilde het wel hebben op voorwaarde dat ik het nog een keer ingrijpend zou herschrijven en inkorten. Dat heb ik gedaan, onder uitstekende leiding van Plien van Albada die toen redacteur was bij Bert Bakker. Zo kon het boek in 1995 eindelijk in de winkels komen. Toen ik het manuscript naar Bert Bakker stuurde had ik besloten dat het de laatste poging was. Als zij het niet wilden hebben, zou ik het in een la stoppen en proberen te vergeten. Gelukkig is dat niet gebeurd.'

Weet je nog hoeveel je van je eersteling hebt verkocht?
'Ongeveer 1300 exemplaren. Na al het werk dat erin zat, was dat een nogal teleurstellend aantal.'

Wat waren destijds de reacties van pers en publiek?
'De reacties waren goed tot zeer goed, tot mijn stomme verbazing werd het boek genomineerd voor de Gouden Strop 1996. Ik had nog nooit van de Gouden Strop gehoord, ik kende ook helemaal niemand in het wereldje van de spannende boeken. Tijdens de bijeenkomst voor de bekendmaking van de winnaar ontmoette ik voor het eerst andere schrijvers in ons genre.'

Met wat voor gevoel kijk je naar jouw eerste thriller? Wat vind jij de pluspunten van het boek?
'Ik kijk met tevredenheid naar mijn eerste boek omdat het mijn eerste boek is. Zonder dat boek was het allemaal anders gelopen, denk ik. Ik stond toen op een belangrijk punt in mijn werk, ik was gevraagd om in dienst te komen bij een van de leukste en interessantste adviesbureaus in Nederland en als Dump niet was gepubliceerd had ik dat aanbod aangenomen en had ik me in een carrière als consultant gestort.'

'Maar bij de publicatie van Dump zei Mai Spijkers tegen me: ‘Je vindt dit boek natuurlijk het belangrijkste wat er is en dat begrijp ik, maar het gaat niet om dit boek, het gaat om je volgende boek.’ Hij wilde dat ik een volgend boek schreef en dan ging hij dat weer uitgeven. Op basis van dat gesprek heb ik het aanbod van de baan afgewezen. Vriendelijk bedankt. Ik zei: Ik wil het wel doen maar dan wil ik drie maanden vakantie per jaar, aaneengesloten. Dat was onbespreekbaar.'

Zou je, met de inmiddels opgedane kennis en schrijfervaring, nu een ander debuut hebben geschreven? Zo ja, wat zou je er aan veranderen?
Ja en nee. Je kunt maar één keer een debuut schrijven, daarna wordt alles anders. Ja, nu zou ik het heel anders schrijven. Nee, want dan zou het geen debuut meer zijn. Wat ik nu zou schrijven is gebaseerd op de kennis en ervaring die ik heb omdat ik al meer dan tien boeken heb geschreven.'


Over Dump

Charles den Tex (Box Hill, Australië, 1952) kwam op vijfjarige leeftijd met zijn ouders terug naar Nederland. Hij studeerde fotografie en film in Londen, werkte in Parijs en vestigde zich in 1979  als reclametekstschrijver en later als communicatie- en managmentadviseur in Nederland. Den Tex won tot dusver drie keer de Gouden Strop: voor Schijn van kans (2002), De macht van meneer Miller (2005) en Cel (2008).

Op zijn eigen website schrijft hij over Alex Duffield. 'Mijn eerste held, in Dump.' Duffield erft tegen wil en dank het chemisch bedrijf van zijn vader. Hij is vastbesloten een einde te maken aan gerotzooi met chemisch afval door het bedrijf. Maar dan moet hij wel eerst afrekenen met een internationale criminele organisatie.

Den Tex: 'Oorspronkelijk in het Engels geschreven, nooit in die taal uitgegeven. Vertaald door mijn broer Gideon. Alex is een jongeman, headhunter van beroep, een professionele dienstverlener zoals ik zelf ook was. Een man met een netwerk in de moderne wereld (van toen, ook alweer meer dan twintig jaar geleden), maar met weinig zicht op de smerige zaken van zijn vader. In de ogen van Alex is de oude Duffield een keurige ondernemer. Als hij zelf de leiding krijgt over het bedrijf, omdat zijn vader overlijdt, ontdekt hij pas hoe verkeerd dat beeld is. Geen enkel volgend boek heb ik zo vaak en zo veel herschreven als dit boek.'

Lees ook: 
René Appel vertelt hier over zijn debuut Handicap
Loes den Hollander vertelt hier over haar debuut Vrijdag
Corine Hartman vertelt hier over haar debuut Schone kunsten
Peter de Zwaan vertelt hier over zijn debuut
 Dietz
Lieneke Dijkzeul vertelt hier over haar debuut De stille zonde
Bavo Dhooge vertelt hier over zijn debuut 
Spaghetti
Michael Berg vertelt hier over zijn debuut 
Twee zomers
Almar Otten vertelt hier over zijn debuut Verdwenen chemie