27 juni 2007

David Lawrence - Stervenskoud (2007)

Weltschmerz en drankzucht




(Door Monique Brandt)

Het lijkt in Stervenskoud aanvankelijk beter te gaan met de Londense politievrouw Stella Mooney. In de eerdere Mooney-thrillers signaleerde auteur David Lawrence, pseudoniem van de Britse dichter David Harson, een steeds zwaarder wordende depressie. Bovendien werd de samenwonende detective sergeant ook nog eens onverwacht verliefd op journalist John Delaney, met alle geheime complicaties van dien.

In het nieuwste boek is Stella weer alleen en enigszins opgeknapt en draaien zij en Delaney schuwe rondjes om de vraag: samenwonen of niet? Tot het onvermijdelijke moment dat de geesten uit haar verleden Stella weer in hun klauwen krijgen.

Dat moment wordt behulpzaam aangedragen door Robert Kimber, een griezel uit de West-Londense achterbuurt Harefield, de plek waar Stella opgroeide. Kimber bekent met veel genoegen de zorgvuldig geplande moord op de in het park gevonden trimster Valerie Blake. Maar hoe goed ingevoerd hij ook lijkt te zijn, Stella gelooft hem niet. Met veel speurwerk ontdekt ze een bizar moordverbond. Vervolgens lijkt ook Delaney bij de zaak betrokken, wat hun kersverse verhouding pijlsnel weer richting afgrond voert.

Lawrence is alweer zo'n topper uit de nieuwe generatie Britse misdaadauteurs. Qua Weltschmerz, scherpzinnigheid én drankzucht past 'zijn' Mooney zo in het rijtje door leven en dood geplaagde thrillerpersonages als inspecteur Rebus (Ian Rankin) en de journaliste Paddy Meehan van de eveneens Schotse auteur Denise Mina. Het grauwe decor van Harefield geeft een extra bitter tintje aan het ijzersterke Stervenskoud. De geheimen van Stella Mooney zelf liggen bovendien ook nog ergens op ons te wachten. Reden te over om Mooney, ondanks al haar scherpe kantjes, op de voet te blijven volgen.

David Lawrence - Stervenskoud. Vertaling Lidy Pol. Uitgeverij De Geus. 412 pag.

25 juni 2007

Denise Mina (interview, 2007)




'Schotten vinden mijn werk vrolijk'




(Door Monique Brandt)

AMSTERDAM _ Journaliste Paddy Meehan ziet er niet uit met haar zwarte, vervilte kokerrok en authentieke slijtageplekken op haar vintage leren jas, voor een pond op een rommelmarkt in een van de achterbuurten van Glasgow op de kop getikt. Haar bleke, ongezonde gelaatskleur, opgekweekt tijdens ellenlange nachtdiensten waarin ze het bestaan van de meer bizarre levensvormen in vervuilde kieren en gaten van de stad voor de krant optekent, maakt haar verschijning er nog troostelozer op. Maar zelfs de gruwelijkste nachtdienst is beter dan een avondje thuis in de verstikkende krotwoning van haar werkloze familie, waar je, als je het wc-licht aanknipt, een paar seconden wacht voor je naar binnen stapt uit piëteit met het aanwezige leger geleedpotigen.

Haar geestelijk moeder, de eveneens Iers/Schotse misdaadauteur Denise Mina, ziet er aanmerkelijk gezonder en modebewuster uit, en heeft ook aanzienlijk meer gevoel voor humor. Het succes van juist Paddy Meehan stelt háár in staat wat ruimer te leven dan voorheen. Met vriend en kinderen bewoont de schrijfster sinds kort een ruim huis in hartje Glasgow, de stad van haar dromen.

'Toen ik ging schrijven over Glasgow werd ik voor gek verklaard, omdat mensen de stad zo lelijk vonden. Maar als je op straat loopt en omhoog kijkt, ontdek je de meest wonderschone gevels. Het is een fantastisch mooie stad met de mooiste gotische architectuur van Europa. Met mijn boeken hoop ik Glasgow een beetje te eren. Er is geen plek waar ik me meer thuis voel.'

En dat terwijl ze, als dochter van een ingenieur, in de eerste achttien jaar van haar leven al 21 keer is verhuisd, zo vertelt ze tijdens een kort bezoek aan Nederland. 'Sinterklaas. Appelsap', klinkt het vervolgens. Grijnzend: 'Ik heb ook in Nederland gewoond, in Den Haag en Amsterdam. Zwarte Piet, kerstmis, vanillevla en appelsap, dat is me van jullie cultuur bij gebleven.'

De ambitie om schrijfster te worden, werd wat later geboren, tijdens een helse vakantie op Corfu. 'Ik zat er in een appartement met twee vriendinnen die voortdurend dronken waren en bij voorkeur vissers of barkeepers mee naar ons - gedéélde - appartement namen. Uit pure ellende ben ik op het strand in de boeken gedoken. En voor het eerst werd ik volkomen betoverd. Ik wist: dit wil ik gaan doen. Toen ik studeerde, schreef ik twee hoofdstukken. De derde uitgever accepteerde het manuscript, en zo was daar mijn eerste boek!'

In haar Paddy Meehan-serie beschrijft Mina de verstikkende cultuur in het Schotland van de jaren 70. De tijd dat arbeiders de keuze hadden tussen hongerloon of uitkering, en meisjes reeds bij hun geboorte voorbestemd leken later het grauwe leven van hun slovende moeders over te nemen. Paddy probeert zich er uit alle macht aan te ontworstelen, al zijn de offers soms zwaar. In het nachtelijke Glasgow stuit ze op veel zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, en waar ze zich met de vasthoudendheid van een Schotse terriër, toch mee bemoeit.


Gevangenis


Ondanks het ontbreken van gedeelde uiterlijke kenmerken, vertonen de levens van Paddy en Denise enkele opmerkelijke overeenkomsten. Beiden zijn Schots van Ierse afkomst, wat in het Schotland van vroeger betekende dat je nog dieper in het verdomhoekje zat. 'De Schotten zagen de Ierse emigranten liever gaan dan komen, niet in de laatste plaats omdat ze hun omvangrijke families meebrachten. Daarbij had je toen natuurlijk nog de strikte scheiding tussen katholieken en protestanten. Mijn neefje is een grote fan van de katholieke voetbalclub Celtic, zijn vader is supporter van het protestante Glasgow Rangers. Zoiets zou vijftien jaar geleden ondenkbaar zijn geweest. Toen ik vijf was en in Glasgow woonde, zat ik op een katholieke school. Ernaast stond een protestantse school. Werklui moesten verbindingstrappen bouwen tussen beide scholen, terwijl wij ze met stenen bekogelden.'

Volgens Mina is Paddy de meest ambitieuze van hen. 'Zij is enorm gedreven, vastbesloten een eigen leven op te bouwen. Ik werd altijd ontslagen omdat ik er niet tegen kan als mensen boven me staan en dan ruzie begon te schoppen. Qua wildheid ben ik weer veel erger. Toen ik dertien was, liep ik weg van kostschool waar de nonnen de baas waren. Mijn zuster bracht onlangs weer eens een bezoekje aan de moeder abt. Ze was stomverbaasd dat ik goed terecht was gekomen. Ze zei: 'Ik had verwacht dat ze in de gevangenis zou zitten'.'

Na een kwakkelende schoolloopbaan en bijbehorende omzwervingen ging Mina in 1986 terug naar Glasgow, voor een studie rechten. 'Niemand wilde er toen nog wonen. En toegegeven, het was soms wel een beetje naargeestig. In die tijd sloten de pubs om half twee 's middags, dagelijks lagen de straten na dat tijdstip letterlijk bezaaid met dronkenlappen. Nu is alles schoongeveegd en opgeknapt en zie je pas hoe mooi het hier is.'

Haar uitgebreide familie, nog iets dat ze gemeen heeft met Paddy, figureert regelmatig in Mina's boeken. 'Mijn moeder is dol op mijn werk, vooral op de Japanse versie want die kan ze tenminste aan de buurvrouw laten zien, omdat ze de scheldwoorden en de passages over seks dan niet kan lezen. Maar zij en haar elf zussen bezetten bij lezingen of presentaties van mij wel steevast rij één, al moet ik dan wel zorgen dat ik op mijn woorden let. Zij zorgen trouwens ook voor mijn kinderen als ik werk. Terwijl ik niet getrouwd ben, dat was vroeger on-mo-ge-lijk! Eind zeventiger jaren trouwde mijn nichtje met een protestant. Veel familieleden weigerden de bruiloft bij te wonen, ze kreeg zelfs dreigbrieven: 'Je zult branden in de hel, je kinderen zullen branden in de hel'. Dat was de tijd van Paddy Meehan ten voeten uit.'

Inmiddels is er een nieuwe generatie Schotse thrillerschrijvers opgestaan, van wie haar goede vriend Ian Rankin thans de bekendste is. Hij zal, net als Mina al jaren doet, voor de comics-serie Hellblazer gaan schrijven. Wat thrillers betreft mag Mina zich intussen zonder schroom naast Rankin bij de toppers scharen. 'Het is grappig, als je op een drukke straat in Schotland een steen gooit, weet je zeker dat je iemand zult raken die thrillers schrijft. Het genre is 'booming'. Schotten zijn dol op misdaadliteratuur, en hoe donkerder, hoe beter. Wij beschouwen melancholie meer als een normale emotie dan bijvoorbeeld blijdschap. Het is dus niet zo raar dat lezers uit Schotland mijn boeken nog tamelijk vrolijk vinden: wij Schotten zijn dol op ellende.'

Denise Mina, het dode uur. Vertaling: Ineke Lenting. Uitgeverij Anthos, 347 pag.

21 juni 2007

Gouden strop (column, 2007)


Steve Brown begroet Peter R. de Vries (bron AT5)


MOOIE MOMENTEN

(Door Peter Kuijt)

De druk werd daags van tevoren nog flink opgevoerd. Je hoorde verdachte klikken op de telefoonlijn: werd ik afgeluisterd, of waren de batterijen weer op? En wat had die man in zijn onmodieuze regenjas die dagenlang als een schaduw aan je bleef plakken voor snode plannen? Gek ook, dat telefoontje op maandagochtend van die uitgever met de vraag of het verstandig was om al tot een herdruk van Peter de Zwaans ‘Duivelsrug’ te besluiten. Wat was er toch aan de hand?

Maar dan wordt het woensdag 20 juni en valt alles samen. De dag van de Avond van het Spannende Boek. Zenuwachtige thrillerauteurs, nog nerveuzere uitgevers, opdringerige fotografen en onverstoorbare cameramannen bevolken de Melkweg. En bij allen speelt maar één vraag: Wie gaat de Gouden Strop winnen? Het wordt een avond vol Mooie Momenten.

Mooi Moment 1: De rode loper ligt uitgerold aan de Lijnbaansgracht. Het koninklijk schrijden wil nog niet echt lukken. We doen het opnieuw en het gaat stukken beter.

Mooi Moment 12: Schrijfster Heleen Niele loopt stralend door de Melkweg in de volle overtuiging dat ze met ‘Bitter Zoet’ een knappe thriller heeft geschreven. Wij weten beter...

Mooi Moment 23 (maar helaas gemist): Hasjbaron Steve Brown geeft buiten de feestzaal misdaadjournalist Peter R. de Vries een trap, omdat hij hem zeven jaar geleden met een verborgen camera had gefilmd.

Mooi Moment 44: We krijgen een envelopje met maar liefst vier consumptiebonnen. Dat aan het eind van de avond een vriendje van de baliemedewerkster een vuist vol bonnen krijgt toegedrukt, drukt de pret niet echt.

Mooi Moment 47: Saskia Noort is nog niet gesignaleerd.

Mooi Moment 48: Singer-songwriter Ad Vanderveen verkoopt kippenvel met zijn ‘murder ballad’ Where The Wild Roses Grow.

Mooi Moment 52: We zien Paul Goeken – met een colbertje aan! – in de verte. Wat is-ie groot en breedgeschouderd! Toch maar even aan denken bij de volgende recensie.

Mooi Moment 53: Cartoonist Gummbah geeft college over Net Niet Verschenen Boeken. Wat hadden we graag de gedichtenbundel 'Achteruitstromend Water' van Okke Knapen of de roman 'Op het kerkhof der waanzin waaien winden het hardst' van Annemieke Kuitschoot in handen gehad…

Mooi Moment 60: De rode laarzen van Gouden Strop-juryvoorzitter Clairy Polak. Reminder: ik moet haar even sms’en of ik ze een keer mag lenen.

Mooi Moment 61: De uitgever die in mijn nek ‘gelul’ sist, wanneer Clairy Polak nog eens haar gal spuwt over de kwaliteit van de inzendingen.

Mooi Moment 62: Esther Verhoef die haar groene jasje nog eens glad strijkt en denkt: ik heb mijn mediamomenten al gehad bij het Journaal en Wat Heet….

Mooi Moment 63: Roel Janssen die een beetje heen en weer zit te draaien op de gammele rode kruk op het podium.

Mooi Moment 64: Roel Janssen die bijna van zijn kruk valt als hij hoort dat hij de Gouden Strop gewonnen heeft.

Mooi Moment 65: Roel Janssen die bij zijn medegenomineerden voor de camera van het Journaal ergens een veer inbrengt.

Mooi Moment 70: Jurylid Susan Smit die haar blonde lokken nog eens achterover gooit als ze een camera op zich gericht weet.

Mooi Moment 72: De bodyguard voor de Oude Zaal. Achter de deuren interviewt Kluun zijn collega Saskia Noort. Zullen we of zullen we niet? We gaan niet: vanavond geen zin in plasseks.

Mooi Moment 83: De consumptiebonnen zijn op.

20 juni 2007

Gouden Strop (nieuws, 2007)



GOUDEN STROP VOOR JOURNALIST ROEL JANSSEN

Roel Janssen heeft de Gouden Strop 2007 voor het beste Nederlandstalige spannende boek gewonnen. Voor zijn thriller 'De tiende vrouw' kreeg hij woensdagavond 20 juni in de Melkweg in Amsterdam een cheque van tienduizend euro en een beeldje overhandigd door juryvoorzitter Clairy Polak.

Volgens de jury heeft Janssen met zijn roman 'een effectief geschreven en bij tijd en wijle zeer geestige sfeertekening van het criminele milieu' afgeleverd. Ook weet hij, aldus de jury, de verwevenheid tussen boven- en onderwereld inzichtelijk te maken.

Janssen vertelt in 'De tiende vrouw' over journaliste Tessa Insinger die om haar moverende redenen aan boord stapt van een zeiljacht, eigendom van de megalomane projectontwikkelaar Eric Pincoff, bewonderaar van Karel de Grote. Eenmaal op zee ontdekt ze dat de sleutel tot Pincoffs financiële netwerk verborgen ligt in de namen van de tien 'vrouwen' van Karel de Grote. Ondertussen blijkt aan wal het criminele duo Lodderer en Muizenman nog een rekening te hebben uitstaan bij Pincoff.

'De tiende vrouw' is de vijfde thriller van Janssen (1947), gepromoveerd socioloog en als economisch redacteur in dienst van NRC Handelsblad. Onder het pseudoniem Menno Lindeman verscheen in 2004 van zijn hand de thriller 'De stijldanser'.

Naast Janssens roman waren nog drie andere thrillers genomineerd voor de Gouden Strop 2007: 'Close-up' van Esther Verhoef, 'Moord' van de Vlaamse auteur Rudy Soetewey en 'Duivelsrug' van Peter de Zwaan.

KOGELGATEN
Bij de prijsuitreiking uitte juryvoorzitter Polak kritiek over de magere kwaliteit van de ingezonden thrillers, zoals ze dat bij de bekendmaking van de nominaties ook al had gedaan. Veel thrillers waren óf niet spannend genoeg óf slecht geschreven. Polak richtte haar pijlen vooral op de uitgevers. ,,Zij hadden hun auteurs kritischer _ of liefdevoller, wat in dit geval hetzelfde zou zijn geweest _ moeten begeleiden. Dan zou voorkomen kunnen worden dat jury's struikelen over uitglijders als 'haar rug was doorzeefd met kogelgaten'.'' Ze noemde het zorgelijk dat de groep goede schrijvers in het thrillergenre vrij beperkt is en dat zich zo weinig nieuw talent aandient.

De uitreiking van de Gouden Strop vormde het hoogtepunt van The Power of Plots, een festivalavond waarin het spannende boek centraal stond. In de zalen van de Melkweg waren diverse evenementen georganiseerd. Zo verdedigde in de 'Literaire Rechtbank' strafpleiter Gerard Spong hoofdpersoon Jörgen Hofmeester voor de dingen die hij doet in de roman 'Tirza' van Arnon Grunberg. Acteurs Frank Lammers en Gijs Scholten van Aschat droegen spannende verhalen voor en deskundige Richard Eikelenboom gaf een forensisch college over DNA en opsporing. Andere gasten waren onder anderen Saskia Noort, schrijfster van het geschenkboekje 'Afgunst', misdaadjournalist Peter R. de Vries en de auteurs Esther Verhoef en Mari Jungstedt.

19 juni 2007

Liza Marklund - Het testament van Nobel (2007)

Zelfs de Billy moet het ontgelden




(Door Peter Kuijt)

Er is een speciale plek in de hel voor vrouwen die elkaar niet helpen, luidt de vrolijk stemmende titel van het non-fictie boek dat onlangs van de succesvolle Zweedse misdaadauteur Liza Marklund (1962) is verschenen. Daarin geeft Marklund tips aan vrouwen hoe ze zich staande kunnen houden in een mannenmaatschappij.

Je kunt er vergif op innemen dat Annika Bengtzon, de heldin in Marklunds misdaadromans, de raadgevingen nog niet ter harte heeft genomen. Want in Het testament van Nobel, het zesde deel van de serie rond de tabloidjournaliste, schuttert Bengtzon zich met pijn en moeite een weg door het mannenbolwerk op de krant en heeft ze thuis ook nog het een en ander te stellen met een wederhelft die ze ervan verdenkt het met de huwelijkse trouw niet zo nauw te nemen. Manlief Thomas werkt voor het ministerie van Justitie aan een nota over het afluisteren van verdachten en dat levert ook nog genoeg stof op voor een conflict met zijn maatschappijkritische echtgenote.

Maar dan raakt Bengtzon tot geluk van de lezer betrokken bij moord en doodslag. Tijdens het Nobelprijsdiner in Stockholm wordt de omstreden winnaar van de Nobelprijs voor Geneeskunde, de Israëlische wetenschapper Aaron Wiesel, op de dansvloer neergeschoten. Zijn danspartner, voorzitter Caroline von Behring van het Nobelcomité, wordt ook geraakt en is voor eeuwig uitgedanst. Bengtzon die bij het diner aanwezig is, heeft degene gezien die de schoten heeft afgevuurd: een huurmoordenares die onder de schattige naam The Kitten opereert.

Om het politieonderzoek geen schade toe te brengen, wordt Bengtzon een spreek- en schrijfverbod opgelegd. Maar zeg dat maar eens tegen Bengtzon. Ze komt erachter dat niet Wiesel, voorstander van het klonen voor wetenschappelijke doeleinden, maar Von Behring daadwerkelijk het doelwit was van The Kitten. De journaliste wroet in het wetenschappelijke wereldje rond het Nobel-instituut, ziet om zich heen slachtoffers vallen, ontdekt weinig frisse praktijken van manipulatie van onderzoeksgegevens en moet ondertussen huid en haar zien te redden. Ook thuis is ze niet veilig waar zelfs boekenkast Billy, na ABBA toch een van Zwedens meest gewilde exportartikelen, het moet ontgelden.

Wie zijn scepsis opzij zet over een vrouw die huilebalkt over een echtelijke crisis en een fulltime baan naast het moederschap, maar tegelijkertijd onverschrokken levensgevaarlijk geteisem tegemoet treedt, heeft met Het testament van Nobel een onderhoudend boek in handen. Met vaart geschreven en uiterst actueel. Marklund weet hoe het er tegenwoordig aan toegaat op krantenredacties, waar serieuze inhoud steeds vaker moet buigen voor het oog dat ook wat wil. Moge Bengtzon nog lang verbonden blijven aan de Kvällspressen!

Liza Marklund – Het testament van Nobel. Vertaling: Ina Sassen. Uitgeverij De Geus, 445 pag.

Sara Sheridan - Moordmeiden (1998)

'Moordmeiden' ouwehoeren vooral




(Door Peter Kuijt)

Scaring the Protestants luidde de oorspronkelijke titel van het thrillerdebuut van de Schotse Sara Sheridan. Maar haar uitgeverij, wellicht bevreesd voor represailles van het Ulster Volunteer Force of handelend in een overdreven bui van politieke correctheid, veranderde het in Truth or Dare.

Die wijziging had de uitgeverij zich kunnen besparen. Ze had zich beter onledig kunnen houden met flinke aanpassingen van de inhoud. Dan was Moordmeiden, zoals het boek in het Nederlands heet, wellicht wel het schitterende verhaal, schokkend, opwindend en vol met scherpe observaties geworden, waarvan de kaft luid toeterend melding maakt.

Sara Sheridan (1969) werd geboren in Edinburgh. Ze ging naar de universiteit in Dublin, waar ze ook nog enige tijd een restaurant in een oude worstfabriek draaiende hield. Volgens Sheridan leverden vijf 'Ierse' jaren haar genoeg stof op om in haar roman een meisje uit Belfast ten tonele te voeren. Haar informatie over de Noord-Ierse hoofdstad haalde ze uit rapporten van Amnesty International. 'En ik ben Schots. Ik weet wat het is om te leven op een plek tussen twee botsende culturen, de Schotse en de Britse', vertelde de schrijfster tegen The Irish Times.

Sheridans heldin, de jonge architecte Liberty (Libby) Lucas uit Belfast, ontvlucht haar geboorteplaats nadat haar ouders zijn omgekomen (lees: vermoord) bij een brand. Ze komt terecht in Londen, waar ze een nieuwe start hoopt te maken. Libby raakt er bevriend met de Schotse Becka MacIntosh, een eetgraag geval van kleptomanische perfectie.

De twee komen min of meer door toeval op het spoor van een ontvoering van een bankmedewerkster door IRA-terroristen. Ze besluiten dat het recht moet zegevieren en gaan op jacht naar de daders en reizen naar Glasgow, Belfast en Dublin. Het wordt een volgens de uitgever 'waanzinnige achtervolging, een spannende roadmovie die het best te vergelijken is met de speelfilm Thelma and Louise'.

Dit soort 'blurbs' zou verboden moeten worden. Moordmeiden maakt de affichering totaal niet waar. De 'moordmeiden' ouwehoeren vooral. Ze kletsen wat af, met elkaar in de eerste plaats, maar ook met de lezer in een ergerniswekkende weet je-stijl. En als ze niet kletsen, dan zuipen, vreten of slikken ze. Scones en paddo's vliegen je om de oren. Van enige toegezegde 'hoogspanning' is ook geheel geen sprake. De lezer die een bloeddrukverhogende ontmoeting verwacht tussen twee vrijgevochten dames en een geroutineerde IRA-cel, komt bedrogen uit. Het enige wat er over de magere ontknoping te melden is, is dat er geen confrontatie is.

Sheridan schijnt onlangs een tweede roman te hebben afgerond, The Pleasure Express. Dit verhaal gaat over een callgirl in Hongkong.

Sheridan: 'Moordmeiden kun je vergelijken met een bord patat en een goede hamburger, The Pleasure Express is een heerlijk driegangendiner van een kok die weet hoe hij sauzen moet maken'. Wellicht is het wat Sheridans werk betreft toch verstandiger om de volgende spreuk in ere te houden: Een matige mond maakt het lijf gezond.

Sara Sheridan - Moordmeiden. Vertaling: Joris Vermeulen, uitgeverij Arena, 259 pag.

Deze recensie werd eerder gepubliceerd in juli 1998