28 juni 2016

Verhalenverteller (nieuws, 2016)





DEON MEYER SCHRIJFT SPANNEND GESCHENKBOEK

Na één Zweedse, één Italiaanse, vijf Britse, negen Amerikaanse en elf Nederlandse auteurs is de nieuwe schrijver van het geschenkboekje voor de Spannende Boeken Weken afkomstig van het Afrikaanse continent. De CPNB heeft de veelgeprezen Zuid-Afrikaanse thrillerauteur Deon Meyer bereid gevonden het schrijven van de cadeaunovelle voor zijn rekening te nemen.


Deon Meyer, die door The Times ‘Een van de scherpzinnigste thrillerschrijvers ter wereld’ wordt genoemd, is voor de thrillerliefhebber geen onbekende. Hij is internationaal gelauwerd en zijn boeken zijn in 25 talen vertaald. Meyer neemt het stokje over van Simon de Waal die voor afgelopen Weken het geschenkboek Vector schreef, dat in een oplage van 400.000 exemplaren uit kwam.

‘Het is een grote eer om in 2017 de auteur van de Spannende Boeken Weken te mogen zijn', laat Meyer weten. Ik waardeer waar de CPNB voor staat en voel me bevoorrecht om het genre waarin ik schrijf te kunnen promoten. Het doet mij ontzettend veel plezier (en beangstigt mij ook enigszins) om met het schrijven van het geschenkboek in de voetstappen te treden van auteurs die ik al jarenlang zo bewonder'.

Deon Meyer (Paarl, 1958) woont en werkt in de buurt van Kaapstad. Na een loopbaan als onder andere verslaggever, persvoorlichter, tekstschrijver en creative director, richtte hij zich volledig op het schrijven. In 2012 werd Meyers tweede thriller in de serie over inspecteur Bennie Griessel, 13 uur, door de Vrij Nederland Detective & Thrillergids uitgeroepen tot Thriller van het Jaar, zijn definitieve doorbraak in Nederland en Vlaanderen.

Inmiddels zijn er tien misdaadthrillers en enkele korte verhalen van hem verschenen bij A.W. Bruna Uitgevers. Meyer verenigt de maatschappijkritische thema’s en zeer menselijke personages die typerend zijn voor de Scandinavische misdaadliteratuur met de snelle, plotgedreven actie uit de Amerikaanse thrillertraditie. Dit alles tegen de achtergrond van het huidige Zuid-Afrika, met zijn grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen, culturen en talen.

Meyer is een begenadigd verhalenverteller. Als je die vaardigheid eenmaal beheerst, kom je ver in Zuid-Afrika, met name in de Karoo, de vrijwel geheel boomloze halfwoestijn in de provincie Noord-Kaap. Verhalen vertellen is een sociaal betaalmiddel daar, laat hij een van zijn personages zeggen in de thriller Spoor. ‘Als je elkaar in de Karoo spreekt en je weet de ander te boeien met een verhaal, dan verdwijnen barricades als vanzelf', aldus Meyer in een interview uit 2014. 'Je leert elkaar kennen, je bouwt een vriendschap op.’

De komende Spannende Boeken Weken lopen van vrijdag 9 t/m zondag 25 juni 2017. In die periode geeft de boekhandel het geschenkboek van Meyer cadeau aan haar klanten bij besteding van minimaal € 12,50 aan Nederlandstalige boeken. De Spannende Boeken Weken 2017 zetten de thriller als vakantieboek centraal. De vakantie is voor 40% van de Nederlanders het moment om méér boeken te lezen dan normaal. Gemiddeld nemen we zo’n zes boeken mee op reis. Spanning is het meestgelezen genre en in aanloop naar de zomervakantie zorgen spannende boeken voor 37% van de totale omzet uit verkopen van fictie, blijkt uit gegevens van het KVB.

12 juni 2016

Met soundtrack (nieuws, 2016)

'HET MEEST SCHURENDE BOEK VAN SASKIA NOORT'

Alom was bekend dat ze er mee bezig was, maar als bekend wordt dat Saskia Noort haar nieuwe thriller af heeft, dan komt dat toch als een verrassing. Huidpijn heet haar nieuwste en zal vanaf begin volgende maand met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid direct naar de top van de bestsellerlijsten doorstoten


'Nog een maandje wachten dus, maar dan is #huidpijn er. Denk dat jullie ervan gaan smullen.' Met deze tweet slingerde Saskia Noort afgelopen week het nieuws de wereld in dat haar achtste spannende boek er aan staat te komen. Huidpijn verschijnt op 5 juli en is volgens uitgeverij Ambo|Anthos Noorts gevoeligste thriller tot nu toe, 'waarin ze opnieuw bevestigt als geen ander een scherp oog voor de tijdgeest te hebben.'

De uitgeverij heeft een uiterst summiere beschrijving van Huidpijn vrijgegeven. Maar uit die handvol zinnen valt op te maken dat Noort ook nu (na De eetclub, Debet, De verbouwing) haar pijlen richt op bepaalde groepen mensen die het ogenschijnlijk buitengewoon goed gaat. Hoofdpersoon in de nieuwe thriller is Anne, Nederlands populairste televisiepresentatrice en journaliste. Niets menselijks is haar vreemd, dus ook onze Anne heeft een duistere kant. Die komt naar boven als ze haar grote liefde en daarmee haar droom dreigt te verliezen. En dan wordt al die ellende ook nog eens breed uitgemeten in de (populaire) pers. Anne moet alles op alles zetten om niet ook nog door haar vrienden, familie en - het ergst van alles - eigen verstand in de steek gelaten te worden.

Huidpijn is pijn aan de huid waarbij niets of nauwelijks iets is te zien, maar die wel degelijk wordt gevoeld. Volgens Noorts uitgeverij doen we onszelf flink tekort als we Noorts nieuweling links laten liggen. 'Huidpijn is het meest rauwe, pijnlijke en schurende boek van Saskia Noort tot nu toe, een boek dat je niet zomaar weglegt en dat nog dagen nadreunt.' Ambo|Anthos belooft 'treffende beschrijvingen van onder andere het BN'erschap, het hebben van een kinderwens en het leven in de schaduw van een verslaafde.' Opmerkelijk detail: populaire boeken schijnen tegenwoordig niet zonder een soundtrack te kunnen: zie bijvoorbeeld het Spannende Boeken Wekengeschenk van Simon de Waal, Vector. Jacob Ter Veldhuis componeerde de titelsong die door de groep Fuse werd uitgevoerd. Bij Noorts boek wordt de titelsong verzorgd door haar dochter, die onder de artiestennaam Julia Noah als singer-songwriter al een tijdje aan de weg timmert.

Het is een kleine drie jaar geleden dat haar laatste thriller, Debet, verscheen. Behalve haar eersteling Terug naar de kust en Debet bereikten alle thrillers van Noort de hoogste positie in de Bestseller 60. De eetclub, Nieuwe buren, De verbouwing en Koorts stonden respectievelijk 5, 8, 10 en 7 weken op nummer 1.

Saskia Noort (1967), in 2013 door het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs geëerd met de Meesterprijs voor haar gehele oeuvre, is naast schrijfster ook columniste. Van haar thrillers werden tot nu toe meer dan 2,7 miljoen exemplaren verkocht. Op de vraag van interviewer Coen Verbraak in de recent uitgezonden serie Kijken in de ziel of je van schrijven rijk kunt worden, zei Noort dan ook onomwonden 'ja'. Om er grijnzend aan toe te voegen: 'Ik wel tenminste.'

Meerdere thrillers van Noort zijn inmiddels verfilmd, zoals Terug naar de kust, De eetclub en De verbouwing. Van Nieuwe buren werd een serie gemaakt. Vorig jaar maakte de schrijfster bekend dat van De eetclub en Debet één langlopende televisieserie wordt gemaakt. Ze liet toen ook weten bezig te zijn met het schrijven van een filmscenario gebaseerd op haar boek Koorts.

(Bron: Hebban.nl)

Uit respect (nieuws, 2016)

LEE CHILD STOPT NIET BIJ NUMMER 21

Goed nieuws voor de fans: de Britse uitgeverij Transworld heeft een contract gesloten met bestsellerauteur Lee Childvoor het leveren van drie thrillers, een verhalenbundel en een novelle met als hoofdpersoon Jack Reacher. In november van dit jaar komt Night School, het eenentwintigste avontuur met de held, op de markt.


Vier jaar geleden suggereerde Lee Child nog dat hij met de Reacher-thrillers zou stoppen na het eenentwintigste deel. Hij zei dat in een interview met Playboy. ‘Ik wilde net zo veel thrillers schrijven als John D. MacDonald deed met zijn Travis McGee-boeken, de beste serie wat mij betreft. Hij schreef er 21, dat aantal wilde ik ook halen, maar uit respect voor MacDonald wilde ik daar niet overheen gaan.’

Dat hij de Reacher-reeks nu voortzet, komt door de lezers, zegt hij. ‘Zij zorgden ervoor dat het Reacher-fenomeen ontstond. En als de lezers meer willen, wie ben ik dan om nee tegen hen te zeggen. Bovendien zijn er nog genoeg verhalen te vertellen.'

(Bron: Hebban.nl)

Ingewikkelde affaire (nieuws, 2016)

EN DAAR IS EEN TWEEDE ZWARTE WEDUWE

Vrijdag 3 juni was in de Haagse boekhandel Paagman de presentatie van Zwarte weduwe, de tweede thriller van het duoTomas Ross & Corine Hartman. Een uiterst actuele thriller, deze uitgave van Cargo, over een serie aanslagen in het hart van Europa.


Toeval of niet, komendee week verschijnt er opnieuw een thriller met zwarte weduwe in de titel, aangevuld met het lidwoord ‘de’. Het gaat om een nieuw deel in de detectiveserie over het Bureau MaRiT, van privédetective Marit Johanson. Het boek, een publicatie van Veltman Uitgevers, is geschreven door Esther Vermeulen.

Niet echt handig, twee nieuwe boeken in het spannende genre die met nagenoeg dezelfde titel in dezelfde periode verschijnen. Qua thema hebben de boeken overigens niets met elkaar te maken: Gaat Zwarte weduwe over internationaal terrorisme, in De zwarte weduwe is het decor onder andere een landgoed in Nederland.

Detective Marit Johanson raakt verwikkeld in een ingewikkelde affaire met een collega, omdat ze als geloofwaardig echtpaar moeten optreden in een buitenplaats waar ook een heel verleidelijk dienstmeisje actief is. Ondertussen krijgt Marit ook nog de opdracht van een rijk echtpaar om hun verloren zoon op te sporen. Auteur Esther Vermeulen is geboren en getogen in Rotterdam, de stad speelt een grote rol in al haar boeken.

(Bron: Hebban.nl)

04 juni 2016

Zelf bedenken (column, 2016)

SAMENWERKING

(Door Peter de Zwaan)

Ik ben voor samenwerking. Er moet meer worden samengewerkt. Maar niet door schrijvers. Schrijvers horen op een stoel te zitten achter een computer of, als ze in interviews willen opscheppen, achter een typemachine of - maar dan heb je de erge gevallen - achter een ganzenveer. Ze horen te denken en te proberen en weg te gooien en in stilte plezier te beleven als ze de inval krijgen waar ze mee verder kunnen.

Dat horen schrijvers te doen, of ben ik nu te veel van vroeger?

Ik ben er bang voor, want de voorbeelden van samenwerking stapelen zich op en ik weet wel bijna zeker dat op de achtergrond het geld ruist, heel zacht, omdat er bijna geen geld is.

Een paar jaar geleden, of misschien vorig jaar, de wereld gaat snel als je boven de dertig bent, kregen leden van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs een mailtje of ze, als ze publiciteit wensten in wat toen nog de Maand van het Spannende Boek was, zelf contact wilden opnemen met een boekhandel om gemeenschappelijk iets moois te gaan doen.

Misschien zat het iets anders in elkaar, want ik gooi dat soort berichten meestal meteen weg, maar het kwam er wel op neer. Samen doen. Samenwerking. Omdat voor iets vanuit de schrijverswereld zonder hulp van derden geen geld was.

Een paar maanden geleden werd het erger. In de jaarvergadering van het GNM voerde een collega het woord over een Plan. Hij deed het nogal uitvoerig en ik heb er twee dingen van onthouden: 1. het was een Plan dat in een paar seconden samengevat had kunnen worden (‘We weten nog vrijwel niets’), 2. schrijvers zouden moeten praten met een strafrechtadvocaat over een zaak waar die advocaat zich mee bezig had gehouden.

Ook hier speelde geld een rol, eigenlijk de hoofdrol: misschien wilden de advocaten wel boeken afnemen en in de spreekkamer leggen, of bijdragen in de kosten. ‘Kijk, waarde collega, in hoofdstuk 8 wordt een zaak beschreven die ik heb aangedragen. Iets anders dan in werkelijkheid het geval was, want we hebben geheimhoudingsplicht, haha en ik moest er natuurlijk wel zo goed mogelijk uit komen.’

Het boek komt er en toen ik het ‘het advocatenboek’ noemde, werd ik meteen door een bestuurslid van het GNM op de vingers getikt. Het was een GNM-boek. Vast een mooi boek, waarom niet. We hebben in dit land kundige schrijvers en waarschijnlijk ook advocaten die handig genoeg zijn om met iets moois aan te komen.

Ik sta er niet in. Omdat ik niet zo dol ben op dit soort samenwerking. Een advocaat die met een idee (casus) moet komen waarover ik dan iets moet schrijven op een manier waar hij tevreden mee is? Ik mag er niet aan denken.

Wat is er toch mis met de hoofden van schrijvers? Daar behoren ideeën (casussen) zat in te zitten waar mooie boeken van kunnen komen. Mooiere, zeg ik op de gok. Die boeken zullen dan waarschijnlijk niet in wachtkamers liggen, maar wat dan nog?

Ik ben een liefhebber van het hoofd. En van zelfstandigheid. Ik hou ervan om zelf iets te bedenken. Dat heb ik ook gedaan, want ik zag aankomen wat voor soort reacties ik op een column als deze zou krijgen: ‘Jaja, je bent niet gevraagd of ingeloot, chagrijnige bliksem, en nu zit je de zaak een beetje te stangen.’

Ik ben niet gevraagd en ik ben niet ingeloot, want ik heb me niet gemeld. Ik heb wel een verhaal geschreven over advocaten, met een lengte die nodig was voor het boek. Het heet ‘Onder elkaar’ en het is te lezen op mijn website en hieronder op De Spanningsblog. Om te laten zien hoe het ook kan zonder dat iemand zich bemoeit met je hoofd en je fantasie.

Kort verhaal (2016)

ONDER ELKAAR

door Peter de Zwaan

Je kunt je omdraaien, je kunt je handen tegen je oren drukken, je kunt de beller vervloeken, maar uiteindelijk neem je toch op.
‘Ja,’ zei Sibbe Kettens.
‘Ik moet je spreken,’ zei Orlof Estiarte.
‘Nu?’
‘Zou ik anders bellen om kwart over twee?’
Kettens keek opzij. Het was bijna twaalf minuten over half drie in de nacht. In de middag zou Estiarte twaalf over half drie hebben gezegd, misschien kwart voor. ‘Ik heb een probleempje.’
‘Als het naast je ligt en het is de verkeerde dan heb je vier minuten. Ik ben onderweg.’
Vier minuten, dacht Kettens, en dat is precies wat hij bedoelt, als het in zijn belang is, mist hij geen seconde.
Hij zag geen kans Esther Broch in vier minuten in de benen te krijgen, in de kleren en buiten de deur en bovendien verwachtte hij niet dat Estiarte overstuur zou zijn van haar aanwezigheid. Voor alle zekerheid zei hij: ‘Blijf in bed. Ik heb geen tijd om het uit te leggen, slaap alsjeblieft door.’
Ze mompelde iets en draaide zich op haar rug, ogen dicht, maar net te veel been onder het dekbed vandaan om te doen geloven dat ze sliep.
‘Ik meen het. Ga alsjeblieft niet naar beneden.’ Hij kende haar nog niet lang genoeg om te weten hoe ze in elkaar zat, maar hij vreesde het ergste. ‘Alsjeblieft.’
Ze keek hem na toen hij de slaapkamer uitliep. Hij is zenuwachtig, dacht ze, en een beetje bang. Dat heb je met nieuw bloed, het is onrustig.’ Ze glimlachte en rekte zich uit. Nieuw bloed kon haar niet onrustig genoeg zijn.

‘Estelle is dood,’ zei Estiarte.
De eerste zin die in Kettens opkwam, was niet de meest gelukkige. ‘Waar staat uw auto?’
Estiarte veegde de vraag weg. ‘Ze lag op de vloer. Iets met haar hoofd, want daar lag bloed. Dat verrekte jong kan me gezien hebben.’
Kettens rilde. Dit was een situatie waar tijdens zijn opleiding tot advocaat aandacht aan was besteed: wat doe je als een collega je hulp vraagt in een situatie waarin je liever geen hulp verleent. Hij negeerde wat hij had geleerd. Estiarte was zijn mentor, de deken van het arrondissement, de man tegen wie hij nooit je en jij had durven zeggen. Estelle was, nou ja, Estelle. De ex van collega Max Steenbakker, de moeder van Isidoor, de enige vrouwelijke kinderrechter in het arrondissement en verzamelaarster van ‘mannen met een geheimhoudingsplicht’. Aan het begin van de eerste nacht, de wijn was net ingeschonken, had ze Kettens 50 euro betaald om haar belangen te behartigen. Haar eerste belang was 200 euro voor de taxi terug naar huis.
‘Wat wilt u dat ik doe?’
‘Naar deze foto kijken,’ zei Estiarte. ‘Ik zag ’m toen ik naast haar knielde om te zien om, nou ja, bloed zegt niet alles, misschien leefde ze nog.’
Kettens knikte en concentreerde zich op de foto.
‘Ze ziet er goed uit voor een 55-tiger,’ zei Estiarte. ‘Als je snel kijkt, denk je dat ze begin veertig is. Jij mag ook niet mopperen over wat je hebt. En zo fier.’
‘Wie heeft die ...’
‘Ik zou het verdomd niet weten, kerel, misschien dat rotjong, hij is er oud genoeg voor. Wat is hij, vijftien, zestien? Dankzij internet weten ze alles vanaf dat ze elf zijn.’
‘Onder haar lichaam?’ Kettens kon het niet geloven.
‘Onder een arm. Je denkt toch niet dat ik haar heb omgedraaid? Twee vingers tegen haar keel en wegwezen. Hoe groot is de kans dat Estelle deze foto op de vloer van haar badkamer heeft gelegd en er daarna dood op is neergevallen?’
‘Wil iemand mij ...’
‘En mij.’ Estiarte had aan halve zinnen genoeg en analytisch was hij altijd geweest. ‘Wat denk je ervan om elkaar een handje te helpen? Ik dacht: ik begin door de foto mee te nemen. Ben ik mee in overtreding.’
‘Ik heb een alibi.’
Estiarte knikte. ‘Ik hoor het stommelen. Vier minuten is niet veel en soms willen ze maar niet opschieten. Of is je ex thuis?’
Jasmina was twee jaar weg, maar kwam logeren als het mis was met haar vriend.
‘Niet Jasmina. Ik weet niet of ...’
‘Ik ook niet. Midden in de nacht en dan veel weten. Ik improviseer maar wat en ik combineer. Mijn auto staat naast een rode Alpha Romeo. Heeft Esther Broch niet een rode Romeo van Willem gekregen voor haar verjaardag? Ik sprak Willem vanmiddag in de rechtbank. Hij was erg trots op zijn afspraak met die nieuwe van Jongeneel. Hoe heet ze. Ik kan je alles vertellen over haar kont en dat ze het niet redt met een beha cup c, maar haar naam ...’
‘Isabelle.’
‘... wil me nooit te binnen schieten.’ Altijd je zin afmaken, was een van de lessen van Estiarte, doe het in het dagelijks leven dan wordt het een gewoonte en vergeet je het niet als je aan het werk bent. ‘Isabelle. Je weet dat ze zo heet omdat ze zo wil heten?’
‘Zus is geen naam waar je ver mee komt.’ Kettens wees met een vinger naar boven. ‘Als ik niet waarschuw, komt ze beneden, wilt u dat?’
‘Ze is jouw alibi. Als ze ook het mijne wil zijn, roep je maar. Als jullie het er over eens zijn dat ik je belde en vertelde dat het kwart over twee was en dat ik nog vier minuten nodig had dan kunnen we aan de wijn. Of de whisky. Of onder de douche. Esther en ik hebben al een hele tijd niet meer ...’
Gedronken, gegeten, gelachen, gedoucht; op een woord dat je niet uitsprak, kon je niet worden afgerekend. Waarschijnlijk was het: gevreeën.
‘Ze gaat straks vragen wie ik op bezoek heb.’
‘Als we met ons drieën zijn, heb ik toch liever dat je jij zegt, kerel. Denk je er, terwijl je naar boven loopt, aan dat er in het huis van Estelle misschien meer foto’s zijn en dat overal vingerafdrukken zitten? Van mij, van jou, van Guus van Olphen. Weet je dat Ferdi Krings bij haar komt? Hij doet niet aan huisbezoeken, maar in haar huis doktert hij wat af. Praat jij met Esther, dan neem ik een slokje. Ik kan altijd zeggen dat ik in paniek het huis ben uitgerend, maar ze gaan vragen hoe lang de paniek duurde en dan moet ik ... Heb je niet voor niets verdomd goede whisky in huis.’

De ogen van Esther fonkelden. ‘Dood? Met bloed en zo? Is ze ...’
‘Ik weet niet hoe, maar ik heb iemand beneden die haar heeft gezien.’
‘Och got, komt Orlof hulp vragen? Heeft hij soms ...’ Ze sprak ook al in halve zinnen, misschien hoorde het bij het vak.
‘Kijk niet zo. Dacht je dat ik zijn stem niet had herkend. Hallo, we komen al jaren ...’
Kettens knikte. ‘Over de vloer,’ bedoelde ze. Esther kwam bij Orlof, die bij Estelle kwam, die Sibbe ontving of naar Frederik ging omdat Hermione ... Iedereen wist van iedereen en dat had iets geruststellends. Je mocht je verspreken als je te veel gedronken had, je mocht vette knipogen geven, je mocht ruilen.
‘Juristen onder elkaar,’ had Esther gezegd tijdens het maandelijkse etentje met Isabelle, Hermione en Estelle. ‘Zoiets als wij hier, meisjes onder elkaar, maar dan, hoe zal ik het zeggen, met meer zweet.’ Waarop Hermione had aangevuld: ‘Dat is het mooie van een provinciestad. We kennen elkaar van hier, maar we werken elders.’

Esther maakte haar entree en Estiarte zag meteen dat onder het jasje een negligé zat en onder het negligé bijzonder weinig. Hij omhelsde Esther lang genoeg om te weten hoe weinig en hij bewoog pas toen hij haar hand niet langer in zijn broekzak voelde. Hij deed een stap achteruit na een tikje tegen zijn rug. ‘Wat was dat?’
‘Dat was de telefoon van Sibbe. Die lag nog naast het bed.’ Ze reikte Kettens de iPhone aan, terwijl ze zei: ‘Ik heb ’m uitgezet. Hou dat zo, vanaf nu moeten we niet bellen of gebeld worden.’ Ze gaf Estiarte een knipoog, nam een slokje uit diens glas en zei: ‘Dat geldt ook voor jou, Orlof, afblijven van dat ding.’ Ze wachtte op het knikje. ‘Goed, schat, zeg dan nu maar dat je het niet hebt gedaan.’
‘Ik heb het niet gedaan, Esther, want ik ben daar niet geweest.’ Estiarte pauzeerde een seconde, die door de manier waarop hij keek langer leek. ‘Ik was hier om goed twee uur, hoe vind je dat?’
‘Kwamen we samen of was ik er al?’
‘Estiarte denkt dat de jongen thuis was,’ zei Kettens snel.
Esther stond roerloos. ‘Die is op vrijdag bij Max. Altijd. Dat weten jullie toch? Dat weet iedereen. Vrijdag is Estelles vrij dag. Net als zaterdag en zondag en meestal woensdag. Omdat ze ruimte nodig heeft.’ Ze pakte het glas uit de hand van Estiarte en dronk het leeg. ‘Vertel wat je weet, Orlof. Alles.’
Estiarte vertelde en Esther zei: ‘Voor alle zekerheid: jij hebt het niet gedaan?’
‘Zie je me daar voor aan?’
‘Ik weet met wie je omgaat voor je werk en wat dat tuig heeft gedaan. Misschien ben je gaan denken dat je het ook kunt.’ Ze keek van Estiarte naar Kettens en tuitte haar lippen. ‘Geheimhoudingsplicht, me dinges. Ik weet waar jullie jongens onderling over opscheppen. Als ik vertel wat ik over jullie heb gehoord dan zouden jullie allebei ...’ Ze mikte een kus naar Estiarte. ‘De deken is degene die advocaten een waarschuwing geeft, toch? Jij zou een dag kwijt zijn als je jezelf moest waarschuwen, Orlof.’ Op dezelfde toon en zonder pauze: ‘Ik verstrek geen alibi als dat rotjong thuis was. Misschien heeft-ie je gezien en vertel nou eens eerlijk: wat weten jullie van Estelles foto’s?’
‘Niks,’ zei Kettens.
‘Ik heb die met Sibbe meegenomen,’ zei Estiarte, ‘maar ik heb gehoord dat er meer zijn.’
‘Tientallen. Estelle vertelde graag wat ze in haar bed deed.’ Esther trok een gezicht. ‘Wat jullie deden als ze aandrong.’
‘Ze zei dat ze wel eens wat anders wilde,’ zei Kettens stijf. ‘Zo zei ze het: wel eens wat anders.’
‘Jij bent dertig jaar jonger. Estelle is oud genoeg om trots te zijn op wat ze kan. Ze zat te glunderen toen ze foto’s liet zien.’
‘Aan jou?’
‘Aan de meisjes. Omdat ze wist dat Hermione ook wel zoiets wilde. Met Frederik desnoods, maar liever met een ander. Isabelle deed of ze het niks vond, maar ik hoorde haar hijgen.’
‘En jij?’
Die vraag negeerde ze. ‘Isabelle is een keer met iemand in de kamer van Estelle geweest. Met iemand van wie ze de naam niet wilde noemen, omdat we niet alles hoefden te weten.’ Ze keek naar Kettens. ‘Was jij het?’ Naar Estiarte. ‘Jij niet, jij bent niet lenig genoeg meer.’ Ze grinnikte toen ze geen antwoord kreeg. ‘Als we met ons drieën naar Estelle gaan, kunnen we later altijd zeggen dat we een feestje wilden. Het zal de eerste keer niet zijn. Als dat rotjong er is, dan pakken we hem aan.’
‘Hoe?’ vroeg Kettens.
‘Boos kijken.’ Nu lachte Esther. ‘Heel boos kijken en vragen of hij weet waar zijn moeder is. Als er geen politieauto voor de deur staat en Isidoor is thuis, dan heeft hij niemand gewaarschuwd en waarom zou dat zijn?’ Ze gaf Estiarte een duwtje. ‘We gaan met jouw Audi, Orlof, dan hebben we de ruimte. Bovendien hebben Sibbe en ik meer gedronken dan jij en Sibbe kan slecht tegen drank.’ Ze legde een vinger tegen de lippen van Kettens. ‘Zeg maar niks, schat. Jouw Audi is even groot en even mooi, maar het ging een beetje snel met de drank vanavond. Orlof rijdt.’

Voor het huis van Estelle stond geen politie. In het huis brandde licht, maar niemand deed open.
‘Wat nu?’ vroeg Kettens.
‘Sleutel,’ zei Esther. ‘Kom op, jongens, niet lang geleden heette ons groepje sleutelclub en dat zeggen ze op school nog steeds als ze aan het fantaseren zijn. Pak je sleutel en doe de deur open, ik krijg het koud.’ Ze had in de auto een spijkerbroek aangetrokken en haar negligé verwisseld voor een shirt. Estiarte had het bekeken via het spiegeltje, Kettens gedraaid op de voorbank met een gezicht of hij haar voor het eerst zag.
‘Sorry,’ zei Kettens. ‘Heb ik niet, sorry.’ Hij telde nog niet voor honderd procent mee en hij wist het.
‘Orlof,’ zei Esther. Het klonk als een bevel en Kettens hield zijn adem in. Dit was niet de toon waarop iemand Estiarte aansprak. Dacht hij.
‘Jaja,’ zei Estiarte. Hij opende de deur, ging voor en liep rechtstreeks naar boven terwijl hij ‘Estelle’ riep, omdat je maar nooit wist of dat rotjong er niet toch was.
‘Daar,’ fluisterde hij voor de deur van de slaapkamer. ‘Ze ligt in de badkamer, maar de tussendeur ...’
Esther duwde hem opzij. ‘Jullie zoeken naar dat jong, ik kijk even.’
Kettens zag dat ze blosjes had en haar ogen deden iets wat hij niet eerder had gezien.
‘Liever dan ik,’ zei hij en hij meende het.

Bloed, had Orlof gezegd, maar Esther vond het niet de moeite. Het stonk wel. De huid van Estelle was koud en het oog dat zichtbaar was, zag er leeg uit. Ze keek nog een keer, luisterde enkele seconden naar de geluiden van Orlof en Sibbe en ging op zoek naar foto’s.
Ze vond het kluisje in de inloopkast achter de avondjurken en ze vond de code in Estelles agenda, achterin waar ook de codes van haar pinpas en creditcard stonden. Haar vingers trilden pas toen het deurtje van de kluis openging met een geluid dat buiten de kast te horen moest zijn.
Iedereen maakt een keer een fout, dacht ze, toen ze de stapel foto’s beethad en zich afvroeg waarom ze geen broek had gekozen met grote zakken, waarom ze geen tasje bij zich had, groot genoeg voor, hoeveel zouden het er zijn, minstens honderd. Toen ze hoorde roepen, legde ze de foto’s onder het matras en ging ze op het bed zitten.

‘Niemand,’ zei Sibbe. ‘Geen teken van leven.’
‘Er was wel iemand,’ zei Estiarte. ‘Ik heb het gehoord.’
‘Was je niet te veel geschrokken, schat? Een beetje? Erover praten is eenvoudiger dan het meemaken, zeggen ze.’ Esther keek naar Kettens: ‘Hallo, leef je nog?’
Kettens reageerde pas toen hij was uitgestaard op een foto op de rand voor de grote spiegel. ‘Dat is toch Isidoor? Waarom noemt iedereen hem rotjong of hij net twaalf is? Hoe komt die foto daar?’
‘Heb ik neergelegd,’ zei Esther. ‘Lag in het nachtkastje. Hij blijft een rotjong tot hij is uitgepuberd, zei Estelle een keer. Hij is zestien of zo, maar hij zit er nog middenin. En elke week naar zijn moeder, Estelle is het goed zat.’ Ze drukte een hand tegen haar mond. ‘Hoor mij nou. Zegt ze? Zei ze, zal ik bedoelen.’ Ze keek naar Estiarte en Kettens. ‘Moet je ons nou zien, staan we twee meter van een dode ...,’ ze aarzelde, ‘vriendin? Hoe zullen we het noemen? Minnares? Bedriegster?’
‘We moeten de politie bellen,’ zei Kettens. ‘We zijn naar binnen gegaan omdat we een sleutel hadden, we hebben het huis doorzocht, we hebben haar gevonden, wij zijn doodsbang, oké?’
‘Foto’s,’ zei Esther. ‘Ik wil de foto’s. Eerst zoeken. Ik doe de inloopkast nog een keer, jullie gaan naar de logeerkamer en naar de slaapkamer van het rotjong, misschien heeft hij ze verstopt, kijk onder het matras.’
Ze wachtte tot ze de kamer uit waren en pakte de foto’s. Estelle met Orlof, met Max, met Sibbe, met haar godverdomme, Estelle had nog zo beloofd dat ze geen foto’s zou maken, met Hermione en wie stond daar in de hoek, Isidoor, jezusmariakristus, van Jasmina met Frederik Malestien, nooit geweten dat die hier ook kwam, dit plaatje moest ze goed bewaren. Ze bekeek ze snel, haalde een plastic zakje uit haar broekzak en stopte de foto’s er in. Twee hield ze apart en toen ze er zeker van was dat Orlof en Sibbe haar niet konden horen, schoof ze ze onder het lichaam van Estelle, terwijl ze dacht: goed dat je dood bent, kelerewijf, ik had niet verwacht dat je me zo zou belazeren.
Ze liep op haar tenen de trap af, legde het zakje voor de achterbank van Orlofs auto en ging terug om het kluisje schoon te vegen.

‘Niks,’ zei ze tegen Sibbe. ‘Ik denk niet dat we veel langer kunnen wachten.’
‘Nee,’ zei Kettens. Hij keek benauwd.
‘Doen de foto’s er eigenlijk toe?’ vroeg Estiarte.
‘De foto van Sibbe die je onder Estelle vond wel,’ zei Esther. ‘Ik vind het geen prettig idee dat er meer zijn.’
Estiarte keek op zijn horloge. ‘Moeten we haar niet optillen om te kijken of er meer liggen? Hoe lang zijn we hier al?’
‘Te lang,’ zei Kettens. Hij deed een stap in de richting van de badkamer en bleef staan. ‘Eén foto?’
‘Ik heb er niet meer gezien,’ zei Estiarte, ‘maar als je wilt kijken, ga je gang.’
Kettens verroerde zich niet.
‘Het gaat op deze manier lang duren, schatten van me,’ zei Esther. ‘Hoe langer we wachten hoe meer we hebben uit te leggen.’ Ze pakte haar telefoon.

‘Ik voel me misselijk,’ zei Esther. ‘Ik wil naar huis. Arme Estelle. Dood.’ Ze drukte een onderarm tegen haar buik terwijl ze vooroverboog. ‘Ik ben ziek.’
Inspecteur Gustaaf Verhulst probeerde medeleven uit te stralen. ‘Ik begrijp het, mevrouw Broch, maar er is een dode. Misschien is ze gevallen, misschien is ze geduwd of geslagen, onderzoek moet het uitwijzen, maar hoe meer ik weet ... Dus u kwam samen met meneer Estiarte en meneer Kettens. Midden in de nacht. Waarom was dat ook weer?’
‘Omdat we dat hadden afgesproken. Ik had afgesproken. Met Estelle.’ Ze keek zo beschaamd als ze kon opbrengen. ‘Soms doen we dat. Bij elkaar op bezoek.’
‘Midden in de nacht?’
‘Inderdaad.’ Rechtop nu, rug strak, ogen fel. ‘Is er een avondklok waar ik niets van weet?’
‘Nee, mevrouw Broch. Was u de hele nacht met de heren Estiarte en Kettens? Voor u naar dit adres ging, bedoel ik?’
Esther aarzelde. ‘Kan ik niet met zekerheid zeggen. Ik heb ook geslapen, ik bedoel, we begonnen nogal vroeg.’ Timide nu, verlegen blik, ze had erop geoefend, maar ze had het gevoel dat de overtuiging ontbrak. ‘Praten, drank ...’ Het handgebaar dat volgde, zei meer dan woorden en ze zag dat Verhulst haar begreep.
Hij schraapte zijn keel en zijn stem klonk een beetje schor toen hij zei: ‘Meneer Kettens kan enige tijd zijn weggeweest? Of meneer Estiarte?’
‘Orlof? Weg? Als die eenmaal ligt.’ Ze keek of ze te ver was gegaan. ‘Sorry. Het kan, van Orlof, maar ik geloof er niets van.’
‘Hoe laat kwam u bij meneer Kettens?’
‘Doet dat er iets toe?’
Inspecteur Verhulst wikte zijn woorden. ‘Ik probeer een beeld te krijgen, mevrouw Broch.’
Ze knikte. ‘In de avond. Voor elf uur, geloof ik. Iets na tienen.’
‘En meneer Estiarte?’
‘Ik heb er niet op gelet, Sibbe en ik ... we hadden het druk, zal ik maar zeggen. Orlof had een sleutel voor het geval hij laat zou zijn en hij is altijd laat.’
‘U hebt niemand na een uur of één het huis uit horen gaan of binnen horen komen?’
Ze drukte haar vingertoppen tegen haar slapen. ‘Ik geloof dat ik iets heb gehoord. Rond half drie. Vlak erna kwamen de jongens met een voorstel.’
‘Naar mevrouw Steenbakker gaan?’
‘Ik was in mijn eentje tegenover twee mannen en ze hadden nog energie. Ik had niet veel puf meer en Estelle, nou ja, Estelle op vrijdag ...’
Ze maakte een beweging en Verhulst deed haar onbewust na. Hij was een man van de wereld, hij begreep hoe het zat met Estelle op vrijdag.
‘U had gedronken?’
‘Meer dan Orlof en ook meer dan Sibbe, maar die kan niet goed tegen drank en daarom gingen we met de auto van Orlof. Estelle deed niet open, maar ...’
‘U had een sleutel?’
‘Sibbe. Of misschien Orlof. Ik weet het niet precies. Ik had het koud.’ Ze wees naar zichzelf en zag kans te blozen. ‘Dit is geen shirt voor buiten staan, dat hebt u allang gezien. En nu wil ik naar huis.’
‘We zullen u zo brengen, mevrouw Broch. Wat weet u van foto’s?’
Grote ogen. ‘Wat voor foto’s?’
‘We vonden iets onder het lichaam van mevrouw Steenbakker.’
Grotere ogen. ‘Een foto?’
‘Van mevrouw Steenbakker en iemand die u kent.’
‘Wie?’
‘Dat hoort u te zijner tijd, mevrouw Broch.’
‘Dat zal wel, ja.’ Fel nu. ‘Dan houdt u tot die tijd maar op met in mijn shirt kijken. Ik wil naar mijn bed.’
Toen ze naar buiten werd geleid zag ze dat Orlof op haar had gewacht.
‘Ik breng mevrouw Broch naar huis,’ zei Estiarte en zijn stem liet geen ruimte voor discussie. ‘Wanneer komt meneer Kettens?’
‘Die houden we nog even vast voor een gesprek,’ zei inspecteur Verhulst en zijn stem was geen streep minder strak. ‘Als u afspraken buiten de gemeente heeft, wilt u die dan afzeggen?’

‘Waarom laat je Verhulst bij je thuis komen, Orlof,’ vroeg Esther. ‘Denk je dat ze op kantoor niet weten wat er is gebeurd?’
‘Iedereen weet alles, maar ik wil niemand spreken. Als ik daar ben, komen ze zeuren over telefoontjes, over afspraken en over hoe erg het allemaal is.’ Hij wees naar een stoel. ‘De telefoon van Sibbe zit nog in mijn broekzak. Waarom deed je er zo lang over?’
‘Vond je het niet fijn, schat van me? Maar om eerlijk te zijn stond ik mijn vingerafdrukken weg te vegen. Blijf er nou af, die inspecteur vraagt er vanzelf wel een keer naar.’
Estiarte gaapte en keek naar twee waaiers afbeeldingen op de salontafel. ‘Drie uur geslapen, hooguit vier. Als Estelle geen foto’s aan jullie had laten zien ...’
‘Als ik er niet een achterover had gedrukt had je me niet eens geloofd.’
‘Omdat het niets voor haar was. Voor haar leek.’
‘Vriendelijke Estelle,’ zei Esther met veel sarcasme. ‘Lieve Estelle. Zo leuk met mannen, zo charmant als de meisjes bij elkaar waren. Ze had beloofd dat ze die daar beslist niet zou maken.’ Ze wees naar een foto van haar met Estelle. ‘Kijk maar, het kan nou nog. Ik wist waar de camera stond, maar ze verzekerde me dat die was uitgeschakeld en je weet hoe overtuigend ze kon zijn. Je ziet waarom dit niet langer kon doorgaan.’
‘Was het toeval dat je een foto meenam waar Sibbe opstond? Ik vraag me af ...’
‘Doe maar niet, schat. Ik heb het me zelf ook afgevraagd en ik weet het niet. Het kwam goed uit, Sibbe was de jongste van de club. De nieuwste en onze grote aanwinst. Jammer dat hij zoveel kletst. Opscheppen. Dat zei je toch, opscheppen?’
‘Waar ik verdomme bij stond. Drinken en vertellen wat hij klaarspeelde en met wie. Estelle was gevaarlijk door haar foto’s, Sibbe door zijn gesnoef. Een lesje kan voor hem geen kwaad.’
‘Win win?’
Estiarte knikte en pakte een foto. ‘Dat rotjong staat erop, denk je dat hij alleen maar ...’
‘Toekeek? Geen idee. Ik heb foto’s van mij met Max. Van toen we getrouwd waren en dan maakt het niet uit, maar Estelle deed maar wat. Niets was te gek. Moet je zien hoe Frederik er uitziet.’
‘En wat Sibbe hier doet.’
Esther keek beschaamd, een beetje. ‘De arme jongen. Zo talentvol, zo gretig, zo in de problemen. Ik hoop dat de politie denkt dat Estelle is uitgegleden.’
‘Is ze ook,’ zei Estiarte. ‘Eén duwtje en ze gleed. De vloer was nat.’
‘Ja hoor, schat van me, ze gleed. Waarom niet. Natuurlijk kreeg je niet een van je woedeaanvallen nadat ze je had uitgelachen toen je niet meer kon en in badkamers glij je nu eenmaal makkelijk. Je blijft mijn held. Je zou het regelen en je hebt het geregeld. Ik hoop dat de inspecteur ook denkt dat ze uitgleed.’
‘Hoe verklaart Sibbe de foto die jij onder Estelle hebt gelegd?’
‘Foto’s, schat, meervoud, dat heb ik toch verteld? Er was geen reden om krenterig te doen. Gun de inspecteur ook wat. Jasmina stond er ook op. Sibbe is met haar getrouwd geweest en wie legt nou een foto van zichzelf en zijn ex onder iemand die hij net heeft vermoord? De foto pleit hem eerder vrij dan dat-ie belastend werkt. Als ik zijn advocaat was, wist ik wel hoe ik het moest aanpakken en jij ook. Sibbe was de enige die in aanmerking kwam. Hij verdiende een lesje, hij stond op de foto die we hadden en hij had dezelfde telefoon als jij.’
Esther schoot in de lach. ‘Weet je dat ik vanmorgen Max sprak? Hij is in de rouw, maar niet erg. Je moest eens weten wat hij aan alimentatie betaalde.’ Ze wachtte een seconde voor het effect. ‘Sorry, je weet het. Jij was zijn adviseur.’
‘We moeten de foto’s vernietigen. Verhulst komt over een paar minuten.’
Esther pakte ze en schudde ze of het kaarten waren. ‘Bezwaart het je niet?’ vroeg ze plotseling. ‘Van Estelle?’
‘Ja,’ zei Estiarte, ‘maar minder dan wanneer ze foto’s met mij erop naar de krant had gestuurd en daar dreigde ze mee. Max betaalde niet genoeg en dat was mijn schuld.’
‘Advocaten hebben het altijd gedaan,’ zei Esther. ‘Ik snap niet dat ze het vroeger in boeken over de butler hadden. Pak de advocaat en je zit goed. Ik hoop dat Estelle echt alle bestanden heeft gewist en dat ze niet nog ergens wat plaatjes had. Berg deze nou op, dan loop ik naar de deur. Het zal Verhulst zijn.’

Je kunt je wegkijken, je kunt je handen tegen je oren drukken, je kunt de boodschapper vervloeken, maar uiteindelijk weet je dat je er bent geweest.
Dat dacht Orlof Estiarte toen hij naar de foto keek die Verhulst op de salontafel had gelegd. ‘Deze vonden we onder het lichaam van mevrouw Steenbakker, meneer Estiarte. Is dat niet de zoon van mevrouw Steenbakker, daar links? Hij is bijna zestien, u weet wat dat betekent?’
Estiarte keek naar Esther die haar ogen had neergeslagen.
‘De andere foto was van meneer Kettens, samen met zijn ex-vrouw en mevrouw Broch. Geen plaat die je afgedrukt wilt zien, maar in de kringen waarin meneer Kettens verkeert ...’ Verhulst maakte een wegwerpgebaar. ‘Mag ik uw iPhone zien?’
Estiarte keek of hij de vraag niet kon plaatsen. ‘iPhone?’
‘Uw telefoon. Ik zou ’m graag even zien.’
‘Boven,’ zei Estiarte. ‘Nee, hier. Over de stoel. Hij staat uit. Ik wilde niet worden gebeld.’
‘Dat idee had ik al. We hebben het meerdere malen geprobeerd. Ik zou ’m graag bekijken.’
Estiarte keek naar Esther terwijl hij langzaam opstond en naar de stoel liep waar hij zijn broek over had gehangen. ‘Ik weet niet,’ zei hij aarzelend terwijl hij de telefoon aan Verhulst gaf. ‘Ik weet niet of ...’
‘Het de uwe wel is? Ik weet vrijwel zeker van wel. Meneer Kettens hield op het bureau vol dat u hem had gebeld om twaalf minuten over half drie. Dat wist hij op de minuut. U had gezegd: kwart over twee en u bent iemand die zich niet vergist, zegt hij. We hebben het gecontroleerd en hij sprak de waarheid. Hij is vannacht gebeld.’ Verhulst hield de iPhone omhoog. ‘Door u, zegt hij. Met deze telefoon als deze iPhone van u is, maar dat weten we snel genoeg.’
Estiarte keek naar Esther en ze zag de waarheid inzinken. Ze zag ook dat hij haar eindelijk op waarde schatte. Geen verwisseling van telefoons in een broekzak, maar een valstrik waarvan hij de omvang niet direct zag.
Hij vraagt zich af of Sibbe met me samenwerkte, dacht ze, maar hij weet het antwoord. Als hij verstandig is, wacht hij met protesteren toen hij zijn toekomst van alle kanten heeft bekeken.
Ze liet langzaam haar adem ontsnappen toen Estiarte een vraag stelde: ‘Word ik oud, Esther?’
Esther dwong zich te antwoorden. ‘Je bent niet meer wat je was, Orlof. Je controleert niet meer, zoals vroeger. Je staat op de foto met een joch van vijftien.’ Ze stond op en keek naar Verhulst. ‘U vroeg een paar uur geleden of iemand misschien vannacht het huis van meneer Kettens had verlaten.’
Verhulst knikte. ‘Hebt u reden iets aan uw verklaring te wijzigen?’
Esther stond op en liep naar de deur. ‘Sibbe werd rond half drie gebeld. Ik werd er wakker van, half wakker. Even later stapte Sibbe uit bed en ging hij naar beneden omdat er bezoek was.’
‘Meneer Estiarte?’

Esther knikte en keek naar Orlof. ‘Advocaten onder elkaar, schat. Daar had het bij moeten blijven. Vijftien jaar is te jong. Voor mij. Voor ons. Zoals ik al zei: de advocaat heeft het altijd gedaan en vanaf het moment dat het bekend wordt, is hij helemaal alleen.’