06 mei 2007

Tomas Ross - De vlucht van de 4de oktober (1997)

Ingewikkelde cocktail van 'Bouta', BVD en CIA




(Door Peter Kuijt)

Thrillerauteur Tomas Ross mag zich in zijn boeken met overgave verdiepen in nog onverwerkte, traumatische (historische) gebeurtenissen. Zo beschreef de tweevoudig Gouden Strop-winnaar in zijn vorig jaar bekroonde Koerier voor Sarajevo over het Dutchbat-debacle waarom de beroemde filmrolletjes over de val van Srebrenica waren 'mislukt' en verklaarde hij in De Broederschap enkele merkwaardige gebeurtenissen die voorafgingen aan de pijnlijk verlopen verzelfstandiging van Nederlands-Indië. In zijn De vlucht van de 4de oktober probeert Ross zijn 'faction-techniek' - een combinatie van fictie en feiten - uit op de Bijlmerramp.

De ramp met de Boeing 747-200 van El Al, die zich op de eerste zondag in oktober 92 boorde in de flatgebouwen Groeneveen en Kruitberg in de Bijlmermeer en waarbij 43 doden vielen, leidt nog immer tot beroering. Zo hebben vijf jaar nadien meer dan honderd nabestaanden en hulpverleners last van psychische problemen, als gevolg van gebrekkige nazorg. Ook melden mensen nog steeds fysieke klachten, die te maken zouden hebben met blootstelling aan uranium. En dan doen natuurlijk nog de geruchten de ronde over de mysterieuze lading die het ramptoestel zou hebben vervoerd.

Vanzelfsprekend gaat Ross op zijn eigen wijze in op het geheimzinnige 'par avion'-vrachtje, maar niet voordat hij kenbaar heeft gemaakt dat de ramp een schakel is in een wereldwijde zaak met hoofdrollen voor de CIA, de BVD en Desi Bouterse, de kennelijk onschendbare Surinaamse Adviseur van Staat.

Net als in De Broederschap en Koerier voor Sarajevo weeft Ross in De vlucht van de 4de oktober een ingewikkeld patroon van verhaallijnen. De weduwe van de Amerikaanse diplomaat James Bradey ontvangt in oktober 97 een anonieme brief waarin wordt gemeld dat haar man op die rampzalige oktoberavond in 92 niet om het leven is gekomen bij een auto-ongeluk bij Wassenaar, zoals de officiële lezing wil. Tegelijkertijd constateert een Nederlandse arts in Paramaribo ontzet dat een jonge patiënt is overleden aan de gevolgen van radioactieve besmetting die hij vijf jaar eerder moet hebben opgelopen. De jongen was destijds ooggetuige van de dood van zijn familie in de flat Kruitberg. En een BVD-agent moet de kwalijke gevolgen van een bekentenis die een collega op zijn sterfbed heeft gedaan tot het minimum zien te beperken.

Het is Ross in deze thriller niet alleen te doen om de ware toedracht van de Bijlmerramp te onthullen. Meer nog wil hij de lezer overtuigen van zijn visie op de tweeslachtige houding van Nederland ten opzichte van 'Baas' Desi Bouterse. Dat 'De Bevel' afgelopen zomer frank en vooral vrij in Brazilië kon rondwandelen terwijl er tegen hem een internationaal arrestatiebevel was uitgevaardigd, is volgens de auteur terug te voeren op een gebeurtenis begin jaren 80 (nee, niet de Decembermoorden...). Op dit punt verkeert de lezer met meer dan gemiddelde kennis van en interesse in de Surinaamse politiek overigens in een bevoorrechte positie.

Vervolgens ontvouwt Ross wel meer, soms vergezochte (complot)theorieën. Zo zou volgens hem Clinton geen president zijn geworden, als bekend werd wat de lading van het El Al-toestel was. Het levert evenwel een intrigerend verhaal op, ook al vindt het zijn oorsprong in een verschrikkelijke gebeurtenis. De Bijlmerramp zelf beschrijft Ross op een indrukwekkende wijze en zowel de - uiteindelijk explosieve - sfeer in Den Haag-West als de Surinaamse jungle, zet hij fraai neer. Ross is weer in zijn element.

Tomas Ross - De vlucht van de 4de oktober, Uitgeverij De Fontein, 223 pag.

Rood & Rood - Voodoo (1997)

Voodoo en opvliegers gaan moeilijk samen




(Door Peter Kuijt)

Na hun bezoek aan blitse homotenten in hun zesde thriller Buddy vertoeven broer Niels en zus Lydia Rood voor hun nieuwste, Voodoo, in het van kruidenbaden doordrenkte wereldje van luku, hebi, wisi en yorka's, oftewel de zwarte magie. Overtuigend bewijst het thrillerduo dat geesten niet alleen klusjes kunnen klaren in Suriname, Haïti en West-Afrika, maar ook in Amsterdam.

In Voodoo mag gelegenheidsspeurneus Ditje Pardoen opnieuw komen opdraven, hoewel er een grotere rol is weggelegd voor haar Surinaamse vriendin Priscilla. De laatste wordt op zeker moment geplaagd door regelmatig terugkerende black-outs en ander lichamelijk ongemak, die volgens haar in winti gespecialiseerde oom voortvloeien uit het feit dat ze is behekst.

En dan is er nog de 46-jarige, geblondeerde Joke die haar opvliegers tracht te bezweren door het in huis halen van een illegaal in Nederland verblijvende Ghanees. Haar bejaarde buurvrouw vindt 't maar niks, want ze ziet door haar spionnetje dat Jokes Kaapse viooltjes in de vensterbank door dat gedoe een hoop tekort komen. Maar laten we vooral dat lemen poppetje met z'n uitpuilende ogen niet vergeten dat overal opduikt en maar niet kapot wil vallen.

De Ghanees wordt later levenloos aangetroffen in de Gouwzee. Omdat het een illegaal betreft en dus officieel in Nederland niet bestaat, weet de politie even geen raad met deze zaak. Maar later wordt alles toch helder als blijkt dat de betoverde Priscilla, Joke, een voodoopriester en de dode Afrikaan met elkaar te maken blijken te hebben en Ditje ook een duitje in het zakje doet. Een gevalletje van zwarte magie of toch nog iets anders...?

Broer en zus Rood zijn aardig op dreef in hun Voodoo, dat 't niet zozeer moet hebben van een meesterlijke plot, maar meer van de al dan niet exotische karakters. De dialogen zijn, op enkele na die herlezing behoeven, dik in orde. Ook zeer geschikt voor lezers die voodoo afdoen als louter bijgeloof...

Rood & Rood - Voodoo, Uitgeverij Bert Bakker, 237 pag.

Chris Rippen - Zuidelijke streken (1995)

Zinderende verhalen ook voor thuis




(Door Peter Kuijt)

De cover toont een dampend strand en een vlakke zee, terwijl uitgever BZZTôH rept van 'zinderende verhalen voor een adembenemende vakantie'. Maar wie de bundel Zuidelijke streken van Chris Rippen openslaat, ontdekt dat niet alle verhalen zich in warme, mediterrane gebieden afspelen.

Slechts na lezing van het titelverhaal en het beklemmende Vreselijke dingen die in de vakantie gebeuren vraag je je af of je er toch niet beter aan zou doen om die aanstaande busvakantie in de Tyrrheense archipel te annuleren. De overige vijf verhalen hebben Nederlandse steden, dorpen en buitengewesten als decor en dan nog niet eens in vakantietijd.

De misleiding zij BZZTôH vergeven, hoewel de uitgever op de omslag nog wel even had mogen vermelden dat drie van de zeven verhalen al eerder werden gepubliceerd.

Voor zo'n zes knaken kun je je overigens nauwelijks bekocht voelen. Rippen, winnaar van de Gouden Strop in 1992 met zijn tweede roman Playback, weet in zijn verhalen aan ogenschijnlijk alledaagse gebeurtenissen een zo goed als 'adembenemende' draai te geven. Zoals in Dolly, waarin een gepensioneerde universiteitsmedewerkster er alles aan doet om van haar vervelende pianolessen en -leraar af te komen.

Een prettige dag verhaalt van een uitgerangeerde, gestreste werknemer, wiens dag uiteindelijk onprettig eindigt. Nagerecht heeft een reünie van een clubje carrièremakers en de voortijdige dood van een hunner vriendinnen als onderwerp. Alleen al om dit laatste verhaal dat zich middenin de winter (!) afspeelt, is Zuidelijke streken niet alleen kostelijk leesvoer voor op het strandlaken, maar ook voor bij de open haard...

Chris Rippen - Zuidelijke streken, uitgever BZZTôH, 159 pag.

Onno te Rijdt - Het spel (1998)

Weerzinwekkende hockeyballen




(Door Peter Kuijt)

Ben je een psychopaat als je denkt als een psychopaat maar niets van die gedachten in praktijk brengt? En brave burgers, die zich in een oorlog laten meeslepen door geweld, kampbeulen worden, vrouwen verkrachten en kinderen mishandelen, of gewoon hun buren afmaken, zijn zij psychopaten?

Het zijn niet bepaald de vragen die de doorsnee burger zullen bespringen als hij een lentemiddag op een terrasje wil wegdrinken. Of als hij vlak voor sluitingstijd in de supermarkt nog de ingrediënten voor vier borden spaghetti bolognese bijeen moet zien te grissen.

Maar bij Niek Wouda zijn deze bespiegelingen de gewoonste zaak van de wereld. Het brein van deze eenling spuit bijna onophoudelijk gewelddadigheden en obsceniteiten. Als lintwormen buitelen zijn gruwelijke, psychotische gedachten over elkaar heen. Maar Wouda brengt niets van zijn weerzinwekkende wensen in praktijk, al zou hij dat wel eens willen. Zijn 'walgelijke' handelingen blijven beperkt tot belletje trekken en het in een boekwinkel legen van zijn neus in De vriendschap van Connie Palmen. Kortom, hij is zelfs beschaafd genoeg om lid te zijn van de plaatselijke hockeyclub.

Niek Wouda is de hoofdpersoon in de korte roman Het spel van Onno te Rijdt. Dat het boek zich afspeelt in het milieu van hockeyfeesten en carrièrepochers, mag geen verbazing wekken: Te Rijdt was tot voor kort werkzaam als hockeycoach in Italië. Hij zwaaide de stick over het dameselftal van de Universiteit van Padua. Twee jaar geleden publiceerde hij Ciao, Padua!, gebaseerd op zijn ervaringen aldaar. Het blijft echter gissen of Wouda's overvloedige, horrorachtige hersenspinsels ook zijn terug te voeren op Te Rijdts Padua-tijd.

Wouda weet zich te beheersen tot overpeinzingen als 'Geluk is plat. Tweedimensionaal. Ongeluk is dieper', maar in zijn villadorp worden binnen een etmaal wel drie mensen op beestachtige wijze vermoord. Wouda vermoedt dat twee van zijn clubgenoten, Rolf-Diederik van Lagerweide (Erdé voor intimi) en Hubertus Burghout, die hij op een 'barbeknoei' bij Erdé thuis beter heeft leren kennen, er meer mee te maken hebben. Zijn nieuwsgierigheid wint het uiteindelijk van zijn meedogenloze hersenkronkels: Wouda gaat op een uitnodiging van deze hockeyballen pur sang in om in de villa van Erdé een 'virtual reality game' op de computer mee te spelen. Maar het spel blijkt niet voor honderd procent 'virtueel' te zijn...

Te Rijdt vertelt in razende vaart zijn verhaal: Het spel is uit voor je er erg in hebt. Deze korte roman had wel iets minder kort gekund, want het is genieten geblazen. Genadeloos schetst de auteur een wereld van hockeyende snoevers en snoevende hockeyers; als je al geen vooroordelen had tegen dat milieu, dan heeft Te Rijdt nu met succes de kiem ervoor gelegd. Als 'whodunnit' is Het spel minder geslaagd, de oplossing laat zich al snel raden, maar de schrijver weet niettemin de lezer geregeld een prettig verontrustend gevoel te bezorgen met zijn vlijmscherp getekende gruwelbeelden. 'American Psycho meets Youp van 't Hek', afficheert de uitgever Het spel jubelend, maar de vergelijking met de cabaretier gaat mank. Te Rijdt schrijft beter.

Onno te Rijdt - Het spel, uitgeverij Podium, 144 pag. (genomineerd voor de Gouden Strop 1998)

David Ramus - Dief van het licht (1996)

Ex-junk scoort met kunstvervalsing




(Door Peter Kuijt)

Het is te hopen dat ex-junk David Ramus van het bovenmodale voorschot van een miljoen dollar van uitgever HarperCollins en latere binnenstromende gelden niet in de verleiding komt opnieuw te snuffelen aan wat witte lijntjes. Het gevaar is namelijk niet denkbeeldig dat we dan verstoken moeten blijven van een opvolger van zijn naar meer smakende debuut Dief van het licht.

Ramus was behalve verslaafde ook een ooit van kunstvervalsing verdachte handelaar in Manhattan. Die twee wat bedenkelijke disciplines waarin de Amerikaan zich had bekwaamd, blijken uiteindelijk ook een positief effect te hebben gehad. Ramus heeft in Dief van het licht zijn ervaringen met geestverruimende middelen en de 'handel' in kunst op een adembenemende wijze gecombineerd met een uitermate spannend verhaal.

We herkennen de auteur in de hoofdpersoon van het verhaal, Adrian Sellars, kunsthandelaar te New York, die een eeuwige verbintenis lijkt te zijn aangegaan met het morfinederivaat heroïne. Sellars verkoopt vervalste schilderijen van moderne meesters aan de yakuza, de Japanse onderwereld. Hij betrekt die doeken van zijn eigen 'Han van Meegeren; , de getalenteerde vervalser Paul McHenry.

Dat gaat allemaal goed totdat McHenry op een kwade dag het slachtoffer wordt van een roofmoord. De 'Monet' die hij bijna af had, en die door de yakuza was besteld, wordt daarbij vernield.

De nietsontziende Japanse gangsters - zij schieten Sellars' compagnon zonder een buiging te maken een kogel door het hoofd en bedreigen zijn dochtertje - zetten Sellars onder druk een schilderij (vals of echt, ter waarde van acht miljoen dollar) te leveren. En ook de politie die meer wil weten over de moord op de schilder, zit achter Sellars aan.

Gelukkig is daar de redding nabij in de vorm van Sellars' secretaresse Devon. Zij helpt Sellars af te kicken en de gangsters het hoofd te bieden. Een en ander resulteert in een spetterende finale, waarbij een wilde achtervolging een veiling bij Christie's danig verstoort. Het meest echter blijven de realistische scènes bij waarin Sellars het spook van de heroïne tracht te verslaan. Dief van het licht kent alleen maar pluspunten: het verschaft puur leesgenot en waarschuwt overtuigend tegen ander, gevaarlijk genot.

David Ramus - Dief van het licht, uitgeverij De Boekerij, 364 pag.

Stanley Pottinger - Het vierde experiment (1996)

Proeve van ongebreidelde fantasie




(Door Peter Kuijt)

Stanley Pottinger is assistent-procureur van de afdeling mensenrechten van het ministerie van justitie in Washington. Zo op het oog lijkt dat een bloedserieuze functie die slechts vervuld kan worden door een dito functionaris. Maar met zijn roman Het vierde experiment bewijst Pottinger meer te zijn dan een meer dan ernstige mensenrechtenspecialist. Zijn thrillerdebuut lijkt namelijk ontsproten te zijn aan een met een grenzeloze fantasie gezegend brein.

Centraal in Het vierde experiment staat het - somtijds letterlijke - wapengekletter tussen conservatieve tegenstanders van abortus provocatus en zij die vinden dat vrouwen zelf de keuze moeten hebben hun zwangerschap voortijdig af te breken. Die strijd is in de VS, zoals bekend, feller dan aan deze kant van de grote plas. Zo zijn aanslagen op abortusklinieken er aan de orde van de dag.

De democratische senator Jack McCleod, een uitgesproken voorstander van 'vrije keuze', doet een gooi naar de macht, maar zijn conservatieve tegenstrevers proberen hem met een incident uit z'n verleden zwart te maken. McCleod stuit regelmatig op de conservatieve opperrechter Abner Titus, een fel tegenstander van het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen.

Tussen betogingen en aanslagen op klinieken door worden kort na elkaar drie lijken gevonden. Sectie wijst uit dat er flink met de scalpel is huisgehouden in de lichamen voordat de bezitters ervan het loodje legden.

Tot zover kunnen we deze verhaallijnen nog bevatten, maar dan zet Pottinger zijn verbeeldingskracht in de turbo-stand. Hij laat Titus het slachtoffer worden van een door zijn pro-abortus lijfarts uitgevoerd bizar medisch experiment, waarover we hier niet meer kunnen zeggen dan dat het een zwaar beroep doet op het vadergevoel van zowel de opperrechter als McCleod. Hyperventilerend lezen we verder en tuimelen in een reeks spectaculaire incidenten, die uiteindelijk uitmonden in een wat tamme rechtszaak in de nachtelijke uren. Maar een kniesoor die op dat laatste let.

Pottingers prettige leesbare 'experiment' is geen doorsnee-medische thriller. De auteur slaagt er uitstekend in een controversieel maatschappelijke kwestie te verpakken in een nagelbijter van allure. En dat het ons meermalen tot diep nadenken stemt - en dan niet eens over de vraag wie 'het' heeft gedaan -, is iets dat niet elk boek uit het spannende genre is gegeven.

Stanley Pottinger - Het vierde experiment, Uitgeverij Het Spectrum, 648 pag.