05 mei 2007

Wendy Hornsby - In kwaad daglicht (1995)

Reality-tv in LA




(Door Peter Kuijt)

Maggie MacGowen bedrijft 'reality-tv in optima forma'. Niet alleen filmt deze documentairemaakster menig misdrijf in Los Angeles, ze lost ze ook nog op. In In kwaad daglicht, het tweede avontuur dat schrijfster én geschiedenisdocente Wendy Hornsby haar heldin laat beleven, moet MacGowen het opnemen voor haar minnaar, rechercheur Mike Flint. Het wordt een zware klus die haar onder andere naar South Central voert, de onguurste wijk van LA.

Flints naam is bezoedeld geraakt. De rechercheur wordt ervan beschuldigd getuigen van de moord op een politieman zodanig onder druk te hebben gezet, dat zij met hun verhaal de zwarte Charles Conklin achter de tralies hebben gekregen. De moord is weliswaar jaren geleden gepleegd, maar de zaak wordt opgerakeld door de meedogenloze politicus Baron Marovich die ermee zwarte stemmen tracht te verwerven. Vanwege alle commotie wordt Flint geschorst, zodat MacGowen zo goed als in haar eentje de kar moet trekken.

Al dan niet filmend, trekken de kleurrijkste figuren aan MacGowen voorbij: heroïnehoertjes, een in 'dirty tricks' bedreven mannetjesmaker, een permanent benevelde oud-rechercheur, een stuntelende advocate en een jeugdige delinquent die al vanaf zijn zevende onderdak van de overheid geniet. Sommigen laten niet lang na de confrontatie met MacGowen het leven en zelf moet de reporter ook af en toe het vege lijf zien te redden. Onderwijl moet ze de thuis mokkende Flint ook nog zien op te vrolijken, maar dat laatste haar lukt haar redelijk. Geen wonder ook, als MacGowen het volgende over haar Mike meldt: 'Ik zou zijn uiterlijk eerder opvallend dan indrukwekkend willen noemen, tenzij we het over de naakte Mike hebben, in welk geval de laatste kwalificatie zeker van toepassing is'.

Wendy Hornsby schrijft zoals MacGowen haar documentaires maakt, met mooie sfeertekeningen, humor en spitse dialogen. De finale zien we echter al van verre aankomen, maar In kwaad daglicht is nog veruit te verkiezen boven menig 'reality'-product waarmee zowel publieke als commerciële stations ons netvlies al tijden teisteren.

Wendy Hornsby - In kwaad daglicht, uitgeverij Meulenhoff, 318 pag.

Gerhard Hormann - De plaag (1997)

Slecht zicht in Twente




(Door Peter Kuijt)

Aktueel-journalist Gerhard Hormann debuteerde vorig jaar met de thriller Sporen van angst, over de speurtocht van een wanhopige moeder naar haar vermiste zoontje. Het boek verscheen kort na de arrestatie van Marc Dutroux.

Hormanns jongste titel, De plaag, raakt opnieuw aan de actualiteit. Waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie dezer dagen voor een steeds verdere verbreiding van een resistente vorm van tuberculose, het boek van de verslaggever uit Ridderkerk gaat eveneens over de verwoestende tocht van een ziekteverwekker die niet uit te roeien lijkt. Ditmaal is de boosdoener een resistent virus dat blindheid veroorzaakt. En Twente is het eerste gebied waar het virus toeslaat.

De plaag speelt in 2004. Iedereen heeft euro's in zijn portemonnee en de economische crash die de invoering van de Europese munt heeft veroorzaakt, is ook alweer achter de rug. De Bijlmer is twaalf jaar na de ramp met de El Al Boeing verworden tot een verloren getto. Varkenspest en BSE zijn verleden tijd, maar de strijd tegen aids is nog steeds niet gestreden.

Paul Bleekers komt na een lezing in Basel terug in Eibergen en constateert dat zijn vrouw en dochtertje voor het virus naar Frankrijk zijn gevlucht. Hij reist zijn gezin achterna, maar niet voordat hij kennismaakt met Esther Westman, een politieagente die tijdens haar werk door een ongeluk haar gezichtsvermogen heeft verloren. In Frankrijk ontdekt Paul dat zijn dochtertje Melissa mogelijk slachtoffer is geworden van het 'nietsontziende' virus. Wanhopig probeert hij telefonisch contact te leggen met Nederland, maar alle lijnen lijken dood. Hij slaagt er slechts in de alarmcentrale van de politie in Twente te bereiken. Waar Ester Westman werkt... Zij vertelt hem dat zij door - letterlijk - blind toeval een crimineel in de kraag heeft gevat, die op zijn beurt een 'bonuman', een voodoopriester, in de Bijlmer kent, die Melissa wellicht kan genezen.

Bleekers laat zijn verre van liefdevolle vrouw achter in Frankrijk en reist met Melissa naar Nederland om samen met Esther naar de bonuman op zoek te gaan. Het wordt een wilde tocht, want er is een avondklok ingesteld en overal zijn wegversperringen opgeworpen. In de Bijlmer, nabij en in de rampflats Kruitberg en Groeneveen, komt het tot een spannende ontknoping. En tussendoor lijkt er iets moois op te bloeien tussen Paul en Esther.

Aan erotiek bezondigt Hormann zich echter niet. Hij beperkt zich tot zinnen als 'Begerig registreerde hij het schudden van haar volle borsten.' Voor een journalist van het geïllustreerde tijdschrift Aktueel moet dat toch een flinke portie zelfcensuur hebben betekend.

Veel verwikkelingen kent De plaag niet. We toeren door Twente, maken een uitstapje naar Frankrijk, keren weer terug naar Eibergen en doen dan een sightseeing trip naar de Bijlmer. De auteur houdt er echter de vaart goed in met voldoende spannende momenten om de aandacht vast te houden. De belangrijkste karakters zijn goed uitgewerkt. Een heel verschil met zijn debuut Sporen van angst, dat maar niet op gang wilde komen en nauwelijks kon boeien. Kortom, Hormann verdient het om te worden opgenomen in het selecte en illustere Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs.

Gerhard Hormann - De plaag, uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 221 pag.

A.J. Holt - De Internet Killer (1996)

Jagen op serie seriemoordenaars




(Door Peter Kuijt)

Het fenomeen seriemoordenaar is nu zo'n beetje door elke zichzelf respecterende thrillerauteur uitgekauwd en terzijde geschoven. Zelfs de op het oog uitzonderlijke combinatie seriemoordenaar en internet is al eens beschreven. Men herinnert zich wellicht het spectaculaire F2F van Phillip Finch, waarin het psychopatische computergenie 'Sneeuwvlokje' zich toegang verschaft tot de gegevensbestanden van collega-internetters om ze vervolgens over de kling te jagen. De Amerikaanse auteur A.J. Holt moet dan wel van heel goeden huize komen, wil hij met zijn debuut De Internet Killer nog een verfrissende kijk geven op het verschijnsel 'de moordende netsurfer'.

Het basisgegeven is in ieder geval verrassend: FBI-agente Jay Fletcher, vergroeid met toetsenbord en monitor, probeert middels de Shift- en Enter-knop seriemoordenaars op te sporen en ze voor de rechter te brengen. Daarbij kijkt ze niet op een privacywet meer of minder. Als een 'serial killer' wordt vrijgesproken omdat Jay bewijzen heeft verkregen zonder officiële machtiging, wordt ze overgeplaatst naar het verre Santa Fe, waar ze op pyromanen mag jagen.

Maar ook in New Mexico kan Jay het computeren niet laten. Ze logt illegaal in in allerlei databases om een moordende psychopaat te vangen, die Santa Fe onveilig maakt. Tot haar schrik ontdekt ze een netwerk van gestoorde moordenaars, die elkaar via internet op de hoogte houden van hun 'hobby'.

Jay besluit het recht in eigen hand te nemen. Zonder pardon schakelt zij ze een voor een uit, als een vrouwelijke versie van Charles Bronson die in de Death Wish-cyclus al bloedvergietend zijn gram haalt. Apart van haar zit ook ex-FBI-agent William Hawkins - blind aan een oog na een ongelukje met de gasbarbecue - achter het clubje moordenaars aan. Zowel Hawkins als onze 'Charlotte' ontkomt niet aan de onvermijdelijke confrontatie met het meedogenloze brein achter het netwerk. Wie overleeft deze ontmoeting?

Holt verliest zich gelukkig niet in het kwistig rondstrooien van computertermen. Slechts af en toe nemen we kennis van knipperende cursors, externe disk drives, e-mail en flatbed scanners. Daarentegen overvoert hij ons met landschappelijke beschrijvingen die er weinig toe doen. Bovendien heeft hij zich uitgeleefd in de moordscènes, die niet geschikt worden geacht voor lezers die al te gauw kokhalzen. U bent gewaarschuwd.

A.J. Holt - De Internet Killer, uitgeverij Van Holkema & Warendorf, 287 pag.

Max Henius - De zaak Betty Blitz (1996)

Sterk odysseeverhaal van 'Duo Henius'




(Door Peter Kuijt)

In 1983 debuteerde Max Henius met De terugkeer van Joszéf Vilan. Sindsdien hoorde zijn uitgever niets meer van de auteur, totdat Henius in de zomer van 95 - volgens de uitgever 'ouder, wijzer en met een baard' - ineens weer op de stoep stond. Hij had gezworven, in verschillende Europese steden bedrijven opgezet, die soms failliet waren gegaan en soms met winst waren doorverkocht. Henius had het ondernemerschap eraan gegeven, hij wilde schrijven, zo vertelde hij.

Henius had voor uitgever Luitingh-Sijthoff het manuscript meegenomen van De zaak Betty Blitz. Dat had hij niet in z'n eentje geschreven: Henius was, terug in Nederland, een verhalenvertellende mecenas tegen 't lijf gelopen. Waarmee zich dus nu achter het pseudoniem Max Henius zich twee personen verschuilen: een verteller en een schrijver.

De zaak Betty Blitz is gebaseerd op een waargebeurde geschiedenis uit de familie van de verhalenvertellende helft van het Duo Henius. In het eerste hoofdstuk zit de 65-jarige Betty Blitzschek opgesloten in een Belgisch gesticht, beschuldigd van moord. Zij blikt terug op haar leven dat in 1930 een aanvang nam in Amsterdam, de stad die ze op jonge leeftijd noodgedwongen moest verlaten voor andere verblijfplaatsen: kamp Vught, Ravensbrück, het Duitsland van 1945. Na de bevrijding belandt Betty Blitzchek, die zich inmiddels Betty Blitz laat noemen, tijdens haar odyssee in Belgische bordelen, eerst als animeermeisje, later als madam zelf.

Met uitzondering van een neef van haar vader, verloor Blitz haar hele familie in de oorlog. Deze neef Ivan duikt op de meest onverwachte momenten op. Eerst werpt hij zich op als steun en toeverlaat, later onderwerpt hij Betty met regelmaat aan kruisverhoren over de vraag waar Betty's vader de buit van een samen met Ivan gepleegde roof op een diamantentransport heeft verstopt. Betty moet het antwoord schuldig blijven. En dan blijkt Ivan niet de hulpvaardige neef die hij al die tijd heeft voorgewend te zijn.

Henius vertelt/beschrijft de tragische wederwaardigheden van Betty op een meeslepende manier, zonder zich ergens emotioneel te buiten te gaan. De personages, variërend van de ambtenaar van het Rode Kruis-bureau voor Vermiste Personen tot de hoofdpersoon zelf, worden door Henius' pen op fijnzinnige wijze neergezet. Hoewel het verhaal een voorspelbaar, fataal einde kent, weet het auteursduo 't met regelmaat voldoende doses spanning mee te geven om de lezer tot het einde te kunnen boeien.

Max Henius - De zaak Betty Blitz, uitgeverij Luitingh-Sijthoff. NB: Max Henius was het pseudoniem van Bart van den Bos (1946-1999).

Teri Holbrook - Verloren stemmen (1998)

Gale Grayson: Heldin op zwakstroom




(Door Peter Kuijt)

Een jonge Amerikaanse historica, Gale Grayson, is de hoofdpersoon in een nieuwe 'mystery-serie', die volgens uitgever A.W. Bruna de vergelijking met het beste werk van Minette Walters en Elizabeth George gemakkelijk kan doorstaan. Beoordelen we Verloren stemmen, het onlangs verschenen thrillerdebuut van de Amerikaanse Teri Holbrook waarin Grayson figureert, dan moeten we niettemin het ergste vrezen voor de rest van de serie. De roman komt tergend langzaam op stoom en dat ligt allemaal aan Grayson. Ze is een heldin op zwakstroom.

Holbrooks eersteling speelt zich af in Fetherbridge, een geïsoleerd dorpje in Engeland. Het gehucht is nog steeds niet van de schrik bekomen na de spectaculaire zelfmoord, drie jaar eerder in de plaatselijke kerk, van Tom Grayson, Gale's echtgenoot én dichter met een terroristisch verleden en een lichte obsessie voor de ozonlaag.

De zelfdoding van de poëet ging bepaald niet ongemerkt aan de gemeenschap voorbij: een fraai kerkraam werd aan barrels geschoten en Graysons hersenweefsel moest van de kansel worden geschraapt. De eeuwige rust in het dorpje werd danig verstoord door dit spektakel - zelfs CNN stelde zijn camera's in de hoofdstraat op - en dat wordt weduwe Gale nog steeds nagedragen.

En dan raakt het dorp opnieuw in rep en roer. Lisa Stilwell, de babysit van Gale's dochtertje Katie Pru, wordt vermoord aangetroffen op een landweggetje. Beschuldigende vingers gaan al gauw in de richting van 'die Amerikaanse', Gale Grayson.

Voor hoofdinspecteur Daniel Halford en brigadier Maura Ramsden van New Scotland Yard die de zaak in onderzoek hebben, kan het rijtje verdachten echter moeiteloos worden uitgebreid. Wat te denken van dominee Jeremy Cart die het troosten van vrouwen vooral als een fysieke aangelegenheid ziet? Of de respectabele Orrin Ivory die iedere journalist wel als zijn hoofdredacteur zou willen hebben. En laten we vooral de eigenzinnige glazenier Christian Timbrook en zijn minnares Helen Pane, eigenaresse van een kledingwinkel, niet vergeten.

Het duo Halford/Ramsden hobbelt van de ene verdachte naar de andere. De speurders worden niet veel wijzer van de bezoekjes aan de overigens kleurrijk beschreven dorpelingen; slechts met moeite halen ze boven water dat Lisa bij leven en welzijn niet de lieve oppas was zoals de goegemeente haar graag zag. Er komt pas - letterlijk - schot in de zaak als Gale haar weefgetouw, haar dissertatie over de zeeslagen van het schip CSS Alabama en Katie Pru eindelijk even links laat liggen en verhaal gaat halen bij degene die volgens haar Lisa heeft vermoord. Een licht verrassende ontknoping is vervolgens des lezers deel. Tenminste, als die lezer al niet in een diepe slaap is gesukkeld. Holbrook kan beter 'Daniel Halford-mysteries' gaan schrijven.

Teri Holbrook - Verloren stemmen, uitgeverij A.W. Bruna, 352 pag.

Nick Gaitano - Bijzondere slachtoffers (1995)

Donorcodicil niet zonder risico




(Door Peter Kuijt)

Politieman achtervolgt moordenaar, beiden zijn toevallig verliefd op dezelfde vrouw. Hoe loopt dit af? Een simpeler gegeven voor een thriller kun je je haast niet voorstellen. Toch slaagt de Amerikaanse auteur Nick Gaitano erin om in deze eenvoudige rode draad een onontwarbare Gordiaanse knoop te leggen. Zijn debuut Bijzondere slachtoffers kent een in tenenkrommende clichézinnen getekende overdaad aan karakters. Gaitano stuurt je met zijn semi-literaire fratsen keer op keer een zijstraat in, die na enkele pagina's een doodlopende steeg blijkt te zijn.

Op de eerste bladzijde slaat Gaitano al meteen toe. We zien maffiabaas Arturo Alleo zitten aan het bed van zijn aan een leverkwaal stervende dochter. De auteur laat geen poging ongemoeid om met veel omhaal van woorden aan te geven dat het doek voor het meisje inderdaad snel zal vallen. Wat te denken van zinnen als 'Ze zag er afschuwelijk uit, een gehavende engel die het einde van het weekend misschien niet zou halen. Sterven, wist Alleo, was een lelijke, wrede gang van zaken'. En: 'Waarom kon hij niet degene zijn die de ziekte had gekregen, waarom moest het zijn dochter zijn, zijn dierbare Sophia?' En zo gaat het nog enkele pagina's door.

Alleo doet nog een laatste poging om het leven van zijn dochter te redden. Hij schakelt Paul Harris in, om zijn uitgebreide kunstcollectie ook wel de Verzamelaar genoemd. Harris doet ook in een ander opzicht aan verzamelen: op verzoek doodt hij mensen - niet toevallig dragers van donorcodicils - en dumpt hun nog warme stoffelijke resten in de nabijheid van het juiste ziekenhuis, waar met smart wordt gewacht op net dat ene donororgaan.

Inspecteur Tony Tulio staat aan het hoofd van Bijzondere Slachtoffers, een politie-eenheid in Chicago die tot taak heeft moorden op rijke slachtoffers te onderzoeken. Tulio is opgebrand: hij verloor enkele jaren geleden zijn vrouw en dochter tijdens een verkeersongeluk, kan niet best met zijn collega's overweg vanwege zijn onorthodoxe optreden en tot overmaat van ramp zet ook zijn vriendin, advocate Marian Hannerty - op de flaptekst overigens bestempeld als officier van justitie -, hem aan de kant ten gunste van Paul Harris. Toch gloort er voor Tulio gaandeweg het boek licht aan het einde van de tunnel: hij krijgt een vermoeden dat Harris wel eens achter een reeks nog onopgeloste moorden kan zitten.

Tulio zet de achtervolging in. Maar voor het tot een confrontatie tussen de inspecteur en de moordenaar komt waarbij ook nog een belangrijke rol is weggelegd voor de advocate, duiken allerlei figuren op: een racistische rechercheur, een jonge agent die graag carrière wil maken bij Bijzondere Slachtoffers, alweer een maffiabaas, een travestiet en een in vieze zaakjes bedreven ex-bokser, allen uitputtend door de auteur in beeld gebracht, waarmee hij meer dan voldoende stof levert om zijn lezers te doen verdwalen. Gaitano had er beter aan gedaan als hij voor zijn debuut de helft van het aantal pagina's had gebruikt.

Nick Gaitano - Bijzondere Slachtoffers, uitgeverij J.M. Meulenhoff, 286 pag.