17 juni 2007

Appie Baantjer (column, 2007)


Een van de zeldzame momenten dat we Baantjer in actie zien

MET EL-UU-EL

(Door Peter Kuijt)

We zien een krap bemeten, zeg maar benauwd ogende kamer met rechts een bureau en computer. Modern toetsenbord, op de monitor staan wat frutsels. Boven het beeldscherm hangen ingelijste foto’s. Links staat een tot de nok gevulde boekenkast, je hoort de planken bijkans kraken. De half geopende lamellen bieden uitzicht op de groene, net natgeregende tuin, de vensterbank ligt bezaaid met bric-à-brac van onbestemde komaf. De bureaustoel is leeg en naar ons toe gedraaid, alsof de eigenaar eventjes met de hond uit is, koffie drinkt met zijn vrouw Marretje of met z’n treintjes aan het spelen is.

Zo zitten we een kwartier lang voor de kat z’n viool naar een lege kamer te turen. Naar een plek waar geschiedenis wordt geschreven. Nou, geschiedenis… In ieder geval naar de plaats waar de schepping plaatsvindt van ‘De Cock en de moord in gebed’, het zeventigste en tevens laatste avontuur van de grijze oude speurder van het bureau Warmoesstraat.

Appie Baantjer vond het aanvankelijk wel een leuk idee om de conceptie van zijn laatste speurdersroman aan het publiek te tonen. Via een webcam zouden we ’s mans toetsbewegingen kunnen volgen. Maar volgens de laatste berichten vindt de schrijver er niks meer aan. De apparatuur waarmee de webcam is verbonden, maakt een hels kabaal – ‘pang!, pang!, pang!’ – en dat is iets wat de op het gereformeerde Urk geboren auteur niet kan hebben.

We loggen nog een keer in op beleefbaantjer.nl en hopen smachtend een mokkende tachtiger te zien, in hemdsmouwen, krabbend op zijn kale schedel, terwijl hij naar de camera tuurt en zijn lippen het woord ‘kolereding’ vormen. Helaas, de stoel blijft leeg.

Baantjer stopt… Zei hij bijna tien jaar geleden nog dat hij door zou gaan totdat God zijn geest zou versluieren, nu heet het dat zijn vingers te stram worden.

Baantjer stopt... Terwijl andere schrijvers klaagden over miskenning door recensenten en genegeerd werden door jury’s, ging hij onverdroten door. Hij legde ergens een lijk neer, deed een klop op de deur en binnen 138 pagina’s had De Cock de zaak opgelost. En dat twee keer per jaar.

Baantjer stopt… Is er dan niets meer zeker in dit leven? We zijn al van zo veel ankers in ons aardse bestaan vervreemd geraakt de laatste tijd: BZN trekt de stekker eruit, in Blijdorp breekt een gorilla uit, de kankerbestrijding belegt in de tabaksindustrie, boven de snelwegen wordt het licht uitgedraaid, binnenkort bestaat de Postbank ook al niet meer en het thrillergenre wordt ingenomen door vrouwelijke auteurs. Waar moet dat heen? Hoe zal het gaan?

In oktober 2008 moet de laatste Baantjer in de winkel te liggen. Dan is het over en sluiten, Eruit!, Schluss und immer geradeaus nach Haus voor de speurder en de zijnen: Vledder, dokter Den Koninghe, commissaris Buitendam, Smalle Lowietje, Handige Henkie. Daarna hoeft de rechercheur nooit meer zijn naam te spellen: met cee-oo-cee-kaa. Dan is de lezer die niet zonder regelmaat kan, het lid. Met el-uu-el.

12 juni 2007

Appie Baantjer (nieuws, 2007)

BAANTJER HOUDT HET VOOR GEZIEN

In oktober 2008 verschijnt 'De Cock en de moord in gebed', Appie Baantjers zeventigste avontuur met rechercheur De Cock. Het is tevens zijn laatste speurdersroman. Baantjer, die in september 84 jaar hoopt te worden, stopt met schrijven omdat hij meer tijd wil besteden aan zijn hond en andere hobby's zoals zijn modeltreinen. Ook worden zijn vingers te stram voor het toetsenbord.

In oktober dit jaar verschijnt Baantjer-avontuur nummer 68, 'De Cock en de wortel van het kwaad', in april 2008 gevolgd door nummer 69, 'De Cock en de moord in de hondsdagen'.

De vingers van de 83-jarige Appie Baantjer mogen misschien wat minder snel over het klavier schieten, hij deinst er niet voor terug een 'Baantjer-in-wording' aan het publiek te tonen. Via zijn website is het scheppingsproces van de zeventigste De Cock-thriller te volgen. De zogenaamde Baantjercam, die 24 uur per dag via beleefbaantjer.nl online is, registreert alle bewegingen in het schrijfvertrek van de misdaadauteur in Medemblik. Op deze plek tikte Baantjer, voorheen hoofdagent en rechercheur aan het politiebureau Warmoesstraat, de afgelopen jaren tientallen avonturen van De Cock en zijn assistent Vledder.

(Bron: Boekblad, uitgeverij de Fontein)

07 juni 2007

Harlan Coben - Geleende tijd (2007)

Een thriller als een achtbaan




(Door Monique Brandt)

Goed nieuws voor de liefhebbers: Harlan Coben, de koning van de eindeloze plotwendingen, is terug. In Geleende tijd wordt weduwnaar Paul Copeland, een procureur uit Newark, via een verkrachtingszaak hard geconfronteerd met zijn eigen verleden. De zoon van Russische immigranten verloor twintig jaar geleden zijn zus Camille. Tijdens een zomerkamp waar hij groepsleider was, werden een paar jongeren in de bossen afgeslacht door seriemoordenaar Wayne - 'The Summer Slasher' - Steuben.

De lichamen van Camille en een ander kamplid werden nooit teruggevonden. De zaak heeft zijn ouders gebroken. En nog altijd ligt zijn zus in een naamloos graf in de ondoordringbare bossen rond het oude kamp. Paul loopt al die jaren al rond met een immens schuldgevoel omdat hij er die bewuste nacht tegen de regels in met een vriendinnetje tussenuit was geknepen.

Op het moment dat de ouders van 'Cal en Jim', de door hem aangeklaagde verkrachters van stripper Chamique Johnson, in zíjn verleden gaan graven, lijken de traumatische gebeurtenissen van toen zijn leven opnieuw over te nemen. Er wordt een kersvers lijk gevonden van iemand die al ruim twintig jaar dood behoort te zijn. Pauls jeugdliefde, universiteitsdocent Lucy, krijgt opeens een anoniem essay waarin de noodlottige nacht tot in de kleinste details wordt beschreven, en uiteindelijk valt de verdenking van de geheimzinnige moord op Paul zelf. Als ook zijn inmiddels overleden vader nog eens een rol lijkt te spelen in de bizarre gebeurtenissen, wordt het hoog tijd voor actie. En dat kun je, zo weten zijn fans, rustig aan Harlan Coben overlaten.

Want de auteur die in Nederland werd geïntroduceerd met zijn hier nog immer ondergewaardeerde serie rond sportmakelaar Myron Bolitar - in Amerika is er net een nieuwe Bolitar verschenen - laat wederom zien dat hij niet voor niets alle grote thrillerprijzen heeft binnen gesleept. Ook Geleende tijd is weer een achtbaan volgestouwd met even onwaarschijnlijke als geloofwaardige personages, plotwendingen die je maag in je keel doen belanden en oneliners waarop je nog wel drie dagen zou willen herkauwen, als je de tijd zou hebben. Maar ja, de volgende pagina wacht. Geleende tijd is simpel gezegd niet meer dan een bevestiging van wat liefhebbers van Amerikaanse thrillers al wisten: Harlan 'Pageturner' Coben heeft zichzelf naar eenzame hoogte geschreven.

Harlan Coben - Geleende Tijd (The Woods). Vertaling Martin Jansen in de Wal. Uitgeverij De Boekerij, 367 pag.

Denise Mina - Het dode uur (2007)

Ironische nachtreporter




(Door Monique Brandt)

Lezers van de Schotse thrillerschrijver Ian Rankin uit Edinburgh zijn al vertrouwd met de depressieve volksaard die zijn in ale en whisky gemarineerde personages tentoonspreiden. Zijn collega Denise Mina, die het Glasgow van de jaren tachtig als decor gebruikt, maakt het allemaal echter nog net een graadje erger. Het verschil is dat Rankins Rebus al een heel leven de kans onbenut heeft gelaten de puinhopen in zijn leven te ruimen, terwijl Mina's hoofdpersoon Paddy Meehan nog maar net begint.

De 21-jarige dochter van katholieke Ierse immigranten probeert zichzelf uit alle macht te behoeden voor een uitzichtloos leven als straatarme huismoeder in een mistroostige wereld waar vooroordelen en tradities elk greintje levensgeluk in de kiem lijken te smoren. De jonge naamgenote van crimineel Paddy Meehan moet met haar karige loon, verdiend door een leven zonder slaap, ook nog eens een gezin onderhouden. De familie Meehan is werkloos, de van zilvervisjes en muizen vergeven arbeiderswoning staat op instorten en op haar werk behandelen haar immer dronken collega's haar als een afkeurenswaardig natuurverschijnsel.

Sinds het vorige boek Bloedakker'heeft Paddy, te dik, immer gehuld in lubberige dikke maillots, goedkope zwarte kokerrokken en tweedehands groene leren jas, zich inmiddels wél van loopjongen bij The Daily News opgewerkt tot nachtreporter. Ze struint nachtelijk Glasgow af, op zoek naar verhalen, waarvan vele de krant nooit halen: 'Een vrouw met een bijl in haar hoofd die in shock nog een beleefd babbeltje maakte met de ambulancechauffeur, een man die zat te masturberen in een opslagloods en gedood werd toen een duivenhok omviel en hem verpletterde, een gewelddadig treffen tussen een stel waarbij de man uiteindelijk werd doodgeslagen met een bevroren varkenslende.'

Een nieuw bizar feit dient zich aan als ze arriveert in de yuppenwijk bij een vermeende echtelijke ruzie. Een bebloede vrouw in het huis weigert haar hulp, de man die de deur opent drukt Paddy zwijggeld in handen en slaat de deur voor haar neus dicht. De volgende dag blijkt de vrouw dood en raakt Paddy verstrikt in een gewetensconflict, want het verleidelijke briefje van vijftig zit nog steeds in haar zak.

Maar behalve arm en eigenaardig is Paddy ook nieuwsgierig, behept met een overdosis ironie en de vasthoudendheid van een Schotse terriër. De dode vrouw blijkt na haar speurwerk het topje van een smoezelige ijsberg, waarin corrupte agenten en een baal vol drugs een niet onbelangrijke rol blijken te spelen. En uiteindelijk wacht haar geen vette beloning, maar juist dát wat Paddy het meeste vreesde. Intussen heeft de lezer wel een weergaloos ritje in de tijdmachine achter de rug. Mina schildert het ene fascinerende personage na het andere in het vervallen Glasgow van twintig jaar geleden. De verassende plot van Het dode uur en de bijzondere hoofdfiguur maken razend nieuwsgierig naar nieuwe avonturen van Paddy Meehan, alle zwartgalligheid ten spijt.

Denise Mina - Het dode uur. Vertaling: Ineke Lenting en Sandra van de Ven. Uitgeverij Anthos, 347 pag.

Robin Cook (interview, 2007)




De man met de medische missie




(Door Monique Brandt)

AMSTERDAM _ Om de haverklap wordt hij aangeklampt door collega-artsen die plannen hebben óók eens een boek te schrijven. 'Ik moedig iedereen aan: 'moet je doen joh!' Laatst nog begon een oude vriend: 'Robin, herinner je je nog dat boek-idee waarover ik je vertelde? Ik ben begonnen met schrijven, ik zit al op pagina 65!' Waarop ik zeg: 'Jerry, dat is fantastisch, waar gaat het over?' Antwoordt hij 'Ja, dat weet ik nu écht nog niet!''

De Amerikaanse auteur Robin Cook grijnst breed. Met zijn 67 jaar heeft hij daar ook alle reden toe. Cook is, ondanks de vele pogingen tot concurrentie, nog immer de absolute meester van de medische thriller. Zijn boeken, waaronder de verfilmde Coma, Shock, Toxin en Kloon, gaan wereldwijd als gratis broodjes hamburgers over de toonbank. Stilistisch gezien valt er misschien nog wel eens het een en ander af te dingen op zijn inmiddels omvangrijke oeuvre, maar als gelauwerd bestsellerschrijver met alweer een knisperend vers filmcontract voor je laatste boek op zak, kun je daar natuurlijk gerust je schouders over ophalen. 'Ik zie mezelf nog steeds meer als een arts dan als een schrijver. Als ik wel een literatuurstudie had gedaan, had ik vast niet zulke hoge cijfers gehaald dan als medisch student.'

Cook hóéft er niet mee te zitten. Na het succes van zijn 27 thrillers kan hij op ruime voet leven. Met zijn vrouw en zoontje van zeven vertoeft hij beurtelings in één van hun huizen in Florida, Boston, Manhattan, de bergen van New Hampshire of op het eiland Martha's Vineyard. Zijn praktijk heeft hij inmiddels opgegeven, maar nog immer heeft hij een bestuursfunctie in een ziekenhuis in Boston, en als 'hobby' bezit hij bovendien een aannemersbedrijf dat oude huizen opkoopt en volgens zijn ontwerpen opknapt.

Tussendoor schrijft hij jaarlijks een nieuw boek, een liefhebberij die hij al beoefent sinds zijn diensttijd. Als medisch student had hij wel al ideeën voor boeken, maar geen tijd om er één te schrijven. 'In het leger lukte het wel. Toen heeft die passie me te pakken gekregen.'

Cook beschrijft zichzelf als een auteur met een missie. 'Ik denk dat ik nu meer mensen help dan toen ik arts was, ik help nu miljoenen mensen. Ik ben dit genre gaan beoefenen om aandacht te krijgen voor de misstanden in de gezondheidszorg. Elk van mijn boeken heeft een boodschap. Vóórdat mijn boeken verschenen, werd de medische wereld meestal beschreven in romantische bewoordingen, de verhalen speelden zich af in geweldige ziekenhuizen, rond geweldige, hardwerkende artsen met maar één doel in het leven, namelijk het verlichten van het lijden van hun patiënten. Maar dat beeld heeft werkelijk niets met de realiteit te maken. Er zijn veel, heel veel angstwekkend slechte artsen, ziekenhuizen waar het een chaos is.'

'De medische wereld vergeet de patiënten, dat is het grootste probleem. Geld is belangrijker dan de patiënt. Niet de patiënten staan meer voorop, maar de artsen die hun vak beoefenen om er zelf beter van te worden. Medische missers, fraude, er is zoveel om over te schrijven. Er zijn zoveel zaken waardoor het terechte beeld ontstaat dat het bergafwaarts gaat met de medische professie. In Amerika, waar het bizarre systeem van gezondheidszorg niet deugt, al helemaal. Mijn boeken zweven tussen fictie en non-fictie. De personages zijn bedacht, maar de thema's kloppen allemaal.'

Na het lezen van een paar Cooks loopt de lezer inderdaad de kans een acute ziekenhuisfobie te ontwikkelen. Artsen worden bijna onveranderlijk beschreven als gewetenloze sjoemelaars die over lijken gaan om de verzekering op te lichten en complotten smeden met schimmige medicijnenfabrikanten of maffioso. Toch zijn Cooks titels stuk voor stuk een kassucces: 'Iedereen komt een keer in het ziekenhuis terecht, dus de wereld die ik beschrijf staat heel dicht bij de lezer.'

In zijn laatste boek Crisis draait het om een vermeende medische misser van de gedreven arts Greg Bowman, die patiënten tegen voorafbetaling van een aanzienlijke, jaarlijkse som geld recht geeft op al zijn aandacht. Een Amerikaanse praktijk die met name welgestelde patiënten goede zorg garandeert. 'Daarom deugt het ook niet, natuurlijk.' De strijdbare zestiger zou, zo lijkt het, het liefst een wereldwijde patiëntenrevolutie ontketenen. 'Veranderingen moeten komen van de kant van de patiënten, want anders gebeurt er niets. Als je bijvoorbeeld eens wist hoeveel mensen een ziekenhuis ingaan en er veel zieker weer uitkomen!'

Zelf maakte hij onlangs weer eens aan den lijve mee hoe het er in de zorg aan toe gaat, na een ongeluk tijdens het skiën in de buurt van de mondaine plaats Aspen. 'Ik knalde tegen een boom en mijn oor hing los aan mijn hoofd. Daarna viel ik in een diepe laag sneeuw en duurde het zeker een uur voordat ik eruit was. Dus ik met dat loshangende oor naar de plaatselijke arts. Die zei meteen: 'bent u echt dé Robin Cook? Dan kan ik u echt niet helpen, gaat u maar naar een plastisch chirurg!' Hij was bang voor complicaties, dus ik moest helemaal naar een ziekenhuis in de stad. Toen ik daar de volgende ochtend wakker werd zat het oor ongeveer op ooghoogte. Geen gezicht natuurlijk, dus toen ben ik maar naar mijn eigen ziekenhuis gegaan.'

De boeken van Robin Cook zijn verschenen bij uitgeverij A.W. Bruna.

John Lescroart - De Hunt Club (2007)

Drukke bedoening




(Door Monique Brandt)

Voor de liefhebber heeft thrillerschrijver John Lescroart _ spreek uit als Lesskwah _ een cd'tje met door hemzelf gezongen nummers bij zijn laatste boek De Hunt Club, Vermoorde Onschuld gedaan. De schrijver en muzikant die al een rits van goed verkopende rechtbankthrillers op zijn naam heeft staan, wilde de nieuweling een feestelijk tintje geven omdat dit het eerste boek in een nieuwe reeks is.

Ook De Hunt Club speelt zich weer af in en om San Francisco, maar niet uitsluitend in de juridische wereld. Het verhaal draait om de groep vrienden van Wyatt Hunt, een voormalig medewerker van de kinderbescherming die tegenwoordig een detectivebureau drijft. Kenners van zijn werk hebben al kennisgemaakt met Hunts vrienden, zoals de eigenzinnige advocate Amy Wu. Ook politie-inspecteur Juhle behoort tot de insiders.

'De Hunt Club' wordt ingeschakeld op momenten dat Hunt het niet alleen af kan. Zoals in het geval van de verdwijning van zijn prille liefde, advocate Andrea Parisi. Na wat voorzichtige passen op het liefdespad, komt Parisi opeens niet meer opdagen. Al snel blijkt dat ze een onduidelijke connectie heeft met twee recente moordslachtoffers van een zaak waar Juhle aan werkt: de geheimzinnige executie van federaal rechter Palmer en serveerster Stacy Rosalier. Bovendien blijkt Parisi kort voor haar verdwijning een afspraak te hebben gehad met één van de rijkste en machtigste vrouwen uit de Bay Area, een kennis van Palmer. Hunt besluit op eigen houtje op onderzoek te gaan als hem duidelijk wordt dat de politie Parisi ook zoekt, maar dan als verdachte van de dubbele moorden. Tijdens die zoektocht stuitert hij letterlijk van de ene verrassing in de andere.

Het duurt even voor je als lezer op stoom bent met De Hunt Club, Vermoorde Onschuld. Het op zich opmerkelijke begin, het verhaal verteld vanuit een kinderbeschermer, gaat opeens een heel andere kant op als hij ontslagen wordt, en (te) veel pagina's later besluit detective te worden. Vervolgens kleeft er nog een belangrijk bezwaar aan het boek: het is nogal druk op de pagina's met al die verschillende personages. Het verhaal wordt met te veel omhaal van woorden verteld vanuit politieman Juhle, vanuit Hunt zelf en zijn grote vriendengroep. Als lezer krijg je zo niet de kans je te identificeren met één van hen. Schrappen dus, is het brutale devies aan deze goedverkopende auteur die op zich best lekker schrijft. Maar met honderd pagina's minder zou dit boek alleen maar sterker zijn geweest.

John Lescroart - De Hunt Club, Vermoorde Ondschuld. Vertaling Erica Feberwee. Uitgeverij Unieboek, 360 pag.