03 augustus 2015

Patrick de Bruyn (interview, 2015)





'MENSEN ZIJN ZO EINDELOOS SLECHT'


De gewone man is opnieuw de pineut in Slaapwel, de nieuwste psychologische thriller van Patrick de Bruyn. In de boeken van de Vlaamse auteur is geen plaats voor helden van staal, onkreukbaar en bikkelhard. 'Helden laten me koud. Het blijven toch al te vaak bordkartonnen personages.'

(Door Peter Kuijt)

Hij doet niet geheimzinnig over het feit dat hij wat spaarcenten over heeft. Mijnheer Adam, een gepensioneerde weduwnaar, mag graag verkondigen dat hij een levensgenieter is. Alleen, sinds zijn vrouw overleden is, heeft hij niemand meer om samen mee te genieten. Met een economische crisis die maar niet overwaait en banken die slechts geld lenen aan wie al geld heeft, vormt meneer Adam voor velen een interessant individu. In het slaperige stadje waar hij woont, is een aantal kapers uit op zijn spaarcenten. Alleen meneer Adam denkt dat ze voor zijn natuurlijke charme vallen.

Meneer Adam is de gewone man die het in Slaapwel, de onlangs verschenen elfde misdaadroman van Patrick de Bruyn (1955). De hoogste tijd voor een poging om de Vlaamse schrijver enkele ontboezemingen te ontlokken.


Slaapwel ligt net een paar weken in de winkel. In wat voor gemoedstoestand verkeer je op dit moment?

Patrick de Bruyn: ‘Anders dan anders na het beëindigen van een boek. Gewoonlijk worstel ik met een grote leegte, maar deze keer dus niet. Omdat dit slechts deel 1 is en ik momenteel aan het vervolg schrijf. Thrillerlezers zijn verwend: aan het eind van een boek krijgen ze gewoonlijk een mooi afgerond verhaal met wie de daders waren. Eind goed, al goed. Zo hoort het toch.’


Maar dat hoeven we dus niet te verwachten bij Slaapwel.
Slaapwel heb ik in dit eerste deel afgebroken op het moment dat iedereen, inclusief de lezer, pas begint te beseffen dat er iets aan de hand is geweest. Verbazing, verbijstering, boosheid, woede, frustratie over “hoe heb ik dit niet zien aankomen”. Zoals het er in het echte leven ook vaak aan toegaat.
Dit boek gaat over misdrijven die bij de politie niet tot de prioriteiten behoren. In het tweede deel ga ik op zoek naar wat er precies is gebeurd, wie de daders geweest zijn, hoe ze hun listige spelletjes hebben kunnen spelen.’


Het is al weer je elfde misdaadroman. Wordt het schrijven makkelijker naarmate het oeuvre groeit, of is het nog immer een worsteling?
‘Ik denk dat er nog heel wat onderwerpen zijn waarover ik wil schrijven. Mensen zijn zo eindeloos slecht dat het aantal onderwerpen vrijwel onuitputtelijk is. Ik heb dus maar elf van de elfendertigduizend onderwerpen behandeld die je over de slechtheid van de mens kunt schrijven.’


Zonder worsteling?
‘Nee, het schrijven zelf blijft natuurlijk een worsteling, een immens werk van concentratie, eenzaamheid, onzekerheid… Hoor me bezig. Je zou zeggen dat schrijven slavenwerk is. Maar dat ís het ook!’


Wat heeft Patrick de Bruyn gemeen met de gepensioneerde meneer Adam, de hoofdpersoon uit Slaapwel?
‘Helemaal niets, mag ik graag hopen. Het personage van mijnheer Adam is gebaseerd op mijn vader, die erin slaagde om het laatste jaar in vreemde situaties betrokken te raken en om zich excentrieker te gedragen dan menige romanfiguur.’


Kwam daar het idee voor deze thriller vandaan?

‘Mijn vader had in het afgelopen jaar drie zeer bizarre verkeersongevallen, waarbij hij er zelf steeds met amper een schrammetje was van afgekomen, maar die elk op zich een nationale ramp hadden kunnen veroorzaken. En ik heb hem hiervoor gewaarschuwd. “Pa, dit kan ik niet laten liggen,” vertelde ik hem destijds.’


Begreep hij dat?

‘Hij vond het een fijne gedachte. Ik kende hem wel, dacht ik, en vond een plot uit. Maar toen hij eind vorig jaar plotseling geheel onverwacht overleed en de “echte plot” aan het licht kwam, begreep ik dat er meer bagger naar boven kwam dan ik ooit in gedachte had voor mijn boek.’


Veel thrillers steunen in meer of mindere mate op de verrichtingen van een daadkrachtige held of heldin. De hoofdpersonages in een typische ‘Patrick De Bruyn-thriller’ zijn echter gewone mensen' die door het noodlot of door eigen toedoen in een nachtmerrie belanden.
‘Ik houd wel van een James Bond en consorten, maar die laten me als mens allemaal koud. Ik geloof daar niet in. Helden bestaan niet. Ik vind ze fijn om bij weg te dromen en net te doen alsof ik er een ben. Maar het blijven al te vaak bordkartonnen personages. Krachtdadige helden heb je in boeken en in de film, jammer genoeg veel te weinig in het echte leven. Vandaar dat ik inderdaad gewone mensen opvoer die doen wat de meeste mensen altijd doen: altijd over dezelfde steen struikelen.’


“Door zijn studies in de bedrijfspsychologie en zijn werkervaring in de personeelsrekrutering heeft hij een zeer goed inzicht gekregen in de menselijke psyche, wat hij uiteraard tentoonspreidt in zijn boeken”, meldt de uitgeverij in haar persbericht. Wanneer heeft de menselijke psyche je voor het laatst verrast? Wat gebeurde er toen?
‘Zegt mijn uitgever dat? Mijn uitgever is een onverbeterlijke positivo. Maar goed, misschien heb ik wel enig inzicht in de duistere kronkels van de psyche. Verrassen zou dus betekenen dat iets in positieve zin mij is bijgebleven. De laatste keer was, euh… nee, echt niet.’


Lees je zelf veel thrillers?
‘Ik lás ze! Ik heb een thrillerindigestie overgehouden aan alle rommel die jarenlang is verschenen. “Thriller” is jammer genoeg een heel erg breed plateau waarop je een nieuw boek kunt presenteren. En dat zal de lezer geweten hebben. Met alle negatieve gevolgen van dien. Ik lees gewoon nog maar zelden nieuwe thrillers. Het is te vaak tappen uit hetzelfde vaatje.’


Welk boek ligt er bijvoorbeeld nu op je nachtkastje?
‘Wat ligt er (eerder toevallig) vandaag op mijn nachtkastje? Thrillers die de tand des tijds hebben doorstaan en die ik nu herlees of voor het eerst lees: A kiss before you die van Ira Levin. De film gezien, maar nooit het boek gelezen. Onvoorstelbaar hoe fris het proza vandaag nog leest. Een ander boek is That Sweet Sickness van Patricia Highsmith. Ze bedoelt er de liefde mee. Wél gedateerd qua proza, maar messcherpe psychologie van de personages. Heerlijk.’


Waaraan moet een goede thriller dan voldoen?
‘Ik wil verrast worden. Als iemand mij een niet-gehypete maar steengoede thriller kan aanbevelen, graag, ik heb vandaag niets om aan te bevelen.’


Welke schrijvers bewonder je?
‘Ik bewonder boeken, geen schrijvers. Op eentje na dan, heb ik geen schrijvers die ik bewonder. Elke schrijver schrijft wel eens een heel goed boek en de miskleun van zijn leven. Elke schrijver is in het ene boek beter dan in zijn andere. Ik houd van aparte boeken. En laat me daarbij nooit gaan tot het bewieroken van één persoon. Want dat vind ik onzin. De enige die de dans ontspringt is Ernest Hemingway. Ik ken geen enkele van zijn vertelsels die beneden alle peil is. Een goede combinatie van talent en een strenge uitgever. Dat laatste zal hij zeker gehad hebben.’


Collegaschrijver Jo Claes sprak na de ontvangst van de Gouden Strop voor zijn thriller De mythe van Methusalemover “een Chinese muur” tussen Nederland en Vlaanderen. In Vlaanderen kent men de boeken van de Hollanders niet en in Nederland weet men niet wat er in zuiden gebeurt in de misdaadliteratuur. Kun je je vinden in zijn opmerking?
‘Noem het een Chinese muur of een IJzeren gordijn. Ondoordringbaar, onoverkoombaar is het in elk geval. Voor beide kanten. Ik mag gelukkig rekenen op een heel trouwe schare fans die mijn boeken steevast uit de Nederlandse bieb leest. Maar kopen? Vooralsnog niet. Waarom niet? Ik houd het op de taal. Als het Vlaams in een Vlaamse roman in Holland nog “sappig” klinkt dan doet dat het in een thriller helemaal niet.
Een thrillerlezer leest om gauw het einde te halen. Dus wil hij daar geen woordenboek bij. Hoe vaak lees ik niet: “met leuke Vlaamse uitdrukkingen, die je wel begrijpt door de context”. Als in een Vlaamse thriller een woord staat dat een Nederlander niet direct begrijpt, is het van “Yèèk! Dit is Vlaams!” terwijl het in die dikke van Dale misschien net wel als AN wordt bestempeld. Nou, deze keer kunnen ze vanaf mijn Belgisch-Nederlandse titel al afhaken.
Nederland slaagt er anderzijds in om met een paar duizend woorden een heel verhaal te construeren. Vlaams Nederlands is gewoon veel rijker. Eten is lekker. Daar kunnen wij als Vlaming nog inkomen. Maar “dit gesprek liep lekker”, en “we hebben lekker geslapen”, en “lekker gewandeld” en “de motor loopt lekker” en “de vergadering liep lekker” en “de blablabla… was ook weer lekker”, daar kan een Vlaming zich dan weer oeverloos aan ergeren. Vertaalde thrillers lijden ook vaak onder dit zogeheten 2K-woordenprobleem. Nuances in het origineel worden in vertalingen al te vaak omgezet door gebruik te maken van altijd dezelfde 2000 woorden.’


Een oplossing is er dus niet voor?
‘Ach, laten we gewoon een kat een kat noemen. Hollanders vinden Vlaamse thrillers maar niks en omgekeerd ook niet. Dat is een feit. We zijn gewoon twee aparte volkeren die allebei een taal spreken die een beetje op de andere lijkt. En marketingmensen zien dan ineens één groot verkoopgebied. En dat zullen ze zo blijven zien. Maar zo werkt dat niet. Wij in Vlaanderen hadden al sinds 1963 geen “gij” meer mogen zeggen… Allez gij, komaan zeg, dat meent ge toch niet.’


Hoe is het trouwens gesteld met het thrillergenre in Vlaanderen? Is de misdaadliteratuur kwalitatief in orde of valt er hier en daar nog het een en ander te verbeteren?
‘Over de kwaliteit van vandaag wil ik mij helemaal niet uitspreken. Dat past niet voor iemand die dan rechter en partij wordt. Wat me wel opvalt zijn twee trends: enerzijds worden er veel minder thrillers geschreven of uitgegeven dan 5 à 10 jaar geleden. Gelukkig maar, want toen is onvoorstelbare rotzooi op de markt gegooid. Daar heb ik mijn thrillerindigestie aan overgehouden. Anderzijds lijkt het me of er vandaag meer geschreven wordt “wat het volk wil”. En wat wil het volk? Altijd hetzelfde. En nog meer van hetzelfde. Ik bedoel: iedereen zoekt dezelfde lucratieve niche: de reeks met dezelfde personages, dezelfde stad of streek, dezelfde moorden… omdat de lezers ook steeds hetzelfde kopen.’


Maar is het gras groener in het buitenland?
‘Als we kwaliteit toetsen aan wat er ons vanuit het buitenland komt aanwaaien, dan zitten we in Vlaanderen wel goed. Het thrillergenre is sterk geprofessionaliseerd, maar heeft vooral veel ingeboet qua creativiteit. Ik denk dat het thrillergenre (ook en vooral internationaal) zichzelf heeft laten doodbloeden door te veel en te snel boeken uit te brengen die allesbehalve professioneel waren. Natuurlijk zullen mensen altijd geboeid blijven door een spannend verhaal, Ieder kind vraagt zijn mama om de boze wolf te spelen. Als het kind maar weet dat het ermee weg komt, en plots “stop” kan roepen en in plaats van de boze wolf weer zijn mama voor zich heeft. Maar vandaag als thrillerauteur op veilig spelen is morgen als thrillerauteur onder de zoden liggen. Denk ik.’


De Stichting CPNB heeft deze week bekendgemaakt dat Bloed in de polder het thema is van de Maand van het Spannende Boek 2016. De Nederlandse thriller staat daarin centraal. Kunnen de Vlaamse misdaadschrijvers in de slipstream hiervan ook nog een graantje meepikken?
‘Mag ik daar heel kort en cru op antwoorden? Ik denk dat beneden en boven de Moerdijk een andere wereld begint.

What happens boven de Moerdijk, stays boven de Moerdijk
En what happens under de Moerdijk, stays under de Moerdijk.’


Patrick De Bruyn werd op 22 augustus 1955 geboren in Halle. Hij studeerde psychologie en kwam terecht in de personeelsrekrutering. Hij publiceerde al een boek in zijn studentenjaren, namelijk Angst om de gijzelaars (1977), maar zijn echte debuut kwam met File (1998). Hij schreef daarna nog meerdere thrillers, maar het was met Verliefd (2007) dat De Bruyn definitief doorbrak bij het grote publiek. Zijn thrillers worden gekenmerkt door een beschrijving van gewone mensen die door het noodlot of door eigen toedoen in een nachtmerrie belanden. Naast nominaties voor de Gouden Strop en de Diamanten Kogel, werd hij maar liefst vier keer genomineerd voor een Hercule Poirotprijs. Voor Dodelijk Verlangen (2010) kreeg hij eindelijk deze prijs. In april 2014 verscheen Charly, het vervolg op Dodelijk verlangen. Patrick de Bruyn is met Slaapwel aan zijn elfde thriller toe. (foto auteur: Jurgen Rogier)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten