11 augustus 2017

Pak de buurvrouw (column, 2017)



Cursus Masterclassen 6: de fantasie


(Door Peter de Zwaan)

Je zou het misschien niet direct zeggen, maar deze les sluit aan op de vorige.

Fantasie is de basis om te komen tot iets wat zo omvangrijk is dat het boek wordt genoemd; denk aan die 600.000 tekens van een poosje geleden.

Als je het woord fantasie vervangt door inspiratie klinkt het beter, maar het is hetzelfde.

‘Mijn man zit al dagen boven te zuchten en te steunen omdat hij geen inspiratie heeft.’

Wat een zielige man, iedereen heeft medelijden. Geen inspiratie, het is me wat.

Het betekent dat de man gewoon geen fantasie heeft en een potje vruchteloos zit te googelen of te nagelbijten. Als je lang geen fantasie hebt, ga dan iets nuttigs doen, de zolder opruimen of zo.

Als ik zit te klooien, zegt mijn vrouw: ‘Zou je niet eens even een blokje omgaan?’

Dat helpt altijd; ik heb een hekel aan blokjes omgaan, dan liever werken.

Met wat geluk keert de fantasie ooit terug en kun je weer aan de slag. Gevaarlijker is te veel fantasie. Veel lezers en het gros van de recensenten kunnen daar niet tegen.

Een voorbeeld. Je zult hebben gelezen over die Roemeense bende die op een snelweg achter een vrachtwagen gaat rijden. Een inzittende klimt op de motorkap en slijpt het slot van de laaddeur van de vrachtwagen door. Daarna wordt een deel van de inhoud overgeheveld.

Wie zo’n scène een paar jaar geleden in een boek had verwerkt zou zijn uitgelachen. ‘Ver over de top.’ ‘Wat een onzin.’ ‘Hij schrijft alsof-ie te vaak naar James Bond heeft gekeken.’ Ik zie de zinnen voor me en ben enkele malen op deze manier toegesproken.

De les die je hieruit moet trekken? Maak het niet te moeilijk.

Veel lezers, heel veel, houden van verhalen die zich in hun straat hadden kunnen afspelen. ‘Die vrouw, dat is net mijn buurvrouw.’ Het ontgaat me waarom iemand een boek wil lezen over een vrouw die net de buurvrouw is. Ga dan bij het mens op bezoek, het scheelt je de aanschaf van een boek. Ik hou van verhalen waarin geen buurvrouw van me voorkomt, van verhalen waaraan ik aflees dat de schrijver zijn voorstellingsvermogen stevig aan het werk heeft gezet.

Maar (waarschuwing), ik behoor tot een minderheid.

Buurvrouwen kun je uitdiepen; zie de vorige les. Je beschrijft gewoon wat ze in haar leven heeft meegemaakt en je zit goed, zeker als je er een beetje drank en een onhandelbare puber bij doet. Waarom denk je dat al die Scandinavische schrijvers die leven van hoofdpersonen vol drank, scheidingen en ruzies in de familie zo goed verkopen?

Nou dan.

Voor succes: pak de buurvrouw. Desnoods een tante die wordt geslagen door oom. Beter: oom die wordt geslagen door tante.

Ik heb het in feite nog steeds over de troebele lijn van Masterclassen 5. Over elementen die je invoert of juist weglaat om je publiek te plezieren, niet omdat het exact is wat je voor ogen had toen je begon. Tenzij je je buurvrouw voor je zag dan altijd, in dit geval mag je een foto van haar sturen.

Wat ik me wel eens heb afgevraagd - wat nu volgt is een idee, geen aanwijzing die je moet volgen - : zou een gebrek aan fantasie of inspiratie of zin om aan het werk te gaan, misschien ontstaan omdat je te veel let op wat anderen willen en te weinig op wat je eigenlijk zelf wilt?

Tijd voor een krachtig slot: fuck de buitenwereld, schrijven doe je voor jezelf.

Deze cursus is ook te volgen op www.peterdezwaan.nl 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten