10 januari 2017

Streefgetallen (column, 2017)

DRIE PER WEEK

(Door Peter de Zwaan)

Als ik ergens van hou, is het van wensen waarvan je van tevoren weet dat je ze beter had kunnen wegdrinken.

Nieuwjaarswensen bijvoorbeeld. Niet meer roken, niet meer hardlopen, niet meer ergeren, dat soort mooie voornemens. Veel boeken lezen, hoort er ook bij.

Komt niets van terecht als je het je aan het begin van een jaar moet voornemen. Je leest of je leest niet, het heeft meer met innerlijke drang of verlangen te maken dan met een plan of een uitdaging.

Plan? Uitdaging? Dat is Nederlands. Ik bedoel natuurlijk challenge.

Ik ben een slordig volger van websites die ik fatsoenshalve met regelmaat behoor te raadplegen en daarom kwam ik er een paar dagen geleden, dankzij de Volkskrant, pas achter dat er een reading challenge bestaat. Dat is erger dan een voornemen, het is een collectief voornemen. ‘In mijn eentje breng ik er niets van terecht, maar met elkaar…’

Dat valt ook al tegen, las ik. Sander Verheijen, het kopstuk van eerst Crimezone en nu Hebban.nl, nam zich begin 2016 voor 50 boeken in een jaar te lezen, maar strandde in de buurt van de 25. Nog vrij veel, daar niet van, maar ver van het te bereiken doel. Dit jaar moeten het er 35 worden. Toe maar. Vroeger, op de hbs, zeiden we dan: ‘Begin maar met Het bittere kruid en Oeroeg, die zijn lekker dun.’

Denk nou niet dat ik de spot wil drijven met boekenlezers die streefgetallen hebben, elk boek is meegenomen. Zelf haal ik de 25 misschien net en daarvan zijn er dan minstens 20 die ik al gelezen heb. Weer alle Gavin Lyalls, kom, laat ik Carl Hiaasen nog eens doornemen. Liever een goed boek twee keer, of drie of zes, dan halverwege een nieuw boek treuren om verspilde tijd.

Wie veel leest, heeft mijn bewondering. Behalve als hij recensent is.

Voor recensenten gelden andere regels.

Een boek of 25, 30 per jaar valt goed te praten, maar daarna wordt het moeilijk. Vind ik. Maar ik vrees dat ik weer eens alleen sta en dat zal ik onderbouwen met een verhaaltje waar geen woord aan is gelogen.

Er was eens, jaren geleden toen de VN thrillergids nog serieus werd genomen, een vergadering van het GNM, het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs. Het gesprek kwam op Vrij Nederland en een van de aanwezigen, iemand die zelf misdaadboeken schreef, zei dat hij recensies maakte voor de thrillergids. Hij noemde het aantal boeken waar hij in het afgelopen jaar een stukje over had geschreven. Het juiste aantal weet ik niet meer, maar het lag tussen de 150 en de 200. Minstens drie per week. Tussen het echte schrijven door. Meer dan drie boeken die je moet lezen, waar je, hoop ik vurig, over moet nadenken, waar je iets over moet opschrijven. Ik dacht meteen: schande.

Ik zou het misschien hebben gezegd als ik niet was overdonderd door het applaus. Tientallen misdaadschrijvers die gaarne uit de grond van hun hart klagen over het leed dat recensenten hun hebben aangedaan, klapten hard en lang voor de collega die er elke week drie boeken doorjoeg.

Wat zegt u nu? Is dat laag? Kent u recensenten die voor vier of vijf boeken per week hun hand niet omdraaien?

Noem ze. Dan gaan we ze in de volgende GNM-vergadering uitlachen. Beleven we ook nog eens een vrolijk moment aan de recensent.

Deze column is ook te lezen op peterdezwaan.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie posten