20 november 2015

Framing (column, 2015)



UNICITEIT

(Door Peter Kuijt)

Ze bestaan nu een kleine drie maanden, hebben een eigen Twitter-account, een eigen Facebookpagina en ook nog een eigen Hebban-page: Moordwijven. En het clubje van tien thrillerschrijfsters van Nederlandse en Vlaamse bodem heeft al een eerste succesje binnen: ‘Moordwijf’ Ilse Ruijters sleepte eind oktober de Hebban Thriller Debuut Prijs in de wacht. Maar van een collectieve krachtsinspanning kun je natuurlijk nauwelijks spreken: Ruijters schreef haar winnende boek De onderkant van sneeuw volkomen op eigen kracht.

Origineel is de beweging niet. De Moordwijven verwijzen hoffelijk naar Killer Women, een groep van vijftien Britse thrillerschrijfsters die naast hun ambacht ook gemeen hebben dat ze in Londen wonen of werken. De Killer Women kunnen worden geboekt voor optredens tijdens literaire festivals, in bibliotheken en boekwinkels. Ze kunnen ook workshops geven en gaan – op verzoek – in debat met elkaar of met anderen. Maar bovenal willen ze nog meer in contact komen met hun lezers. En dat gaat kennelijk beter in gezamenlijkheid.

Hier in Nederland zijn de Moordwijven alom enthousiast onthaald. Op hun Facebookpagina gaan de duimen massaal omhoog. Maar in Engeland is er al een kritisch geluid te horen. Journaliste, auteur en stand-up comedian Viv Groskop vindt het prima dat de Killer Women bestaan. ‘Het is goed dat de auteurs zaken zelf ter hand nemen. Wie weet hebben ze gelijkgestemde zielen nodig tegen wie ze kunnen verzuchten over hoeveel ze wel niet moeten twitteren, bloggen, instagrammen, Facebooken en nog meer moeten doen voor hun eigen pr.’ Maar ze signaleert ook dat het om schrijfsters gaat, die door uitgevers doorgaans denigrerend worden neergezet als mid-list authors. Er is geen goede Nederlandse vertaling voor, maar bedoeld worden schrijvers die debutant noch een melkkoe à la J.K. Rowling zijn.

En dat is toch waar uitgevers op gespitst zijn, schrijft Groskop. ‘Het zijn eigenlijk de enige twee soorten schrijvers waar uitgevers van houden. Of je bent een debutant die hard op weg is een regelrechte sensatie te worden of jouw auteursnaam is inmiddels een merk dat staat voor regelmatige en forse verkoopaantallen.’ Als je je tussen deze twee groepen beweegt, ben je eigenlijk, zoals Groskop het kwalificeert, dead in the water: oftewel, je bent mislukt en het ziet er niet naar uit dat je succesvol wordt.

Het clubje Moordwijven telt drie debutanten, onder wie dus de eerder genoemde Ruijters. Geen van de tien auteurs heeft tot dusver de Bestseller 60 gehaald.

Je kunt je afvragen waartoe Moordwijven in het leven is geroepen. Na de oprichting op 2 september werd er een persbericht verspreid waarin ze meldden de krachten te bundelen om zich met hun werk te onderscheiden in ‘de overvloed aan thrillers op de boekenmarkt’. Dat willen ze doen met gezamenlijke presentaties, signeersessies en workshops. Verder willen ze met elkaar van gedachten wisselen en elkaar voeden met feedback. ‘Met een gedeelde inzet hopen de Moordwijven een herkenbaar gezicht te vormen richting lezers en pers en collectief en individueel meer rendement (naamsbekendheid, publiek) te behalen.’ Elders benadrukken de dames dat hun clubje niet te groot mag worden, want ‘dan gaat de uniciteit van de groep snel verloren’. Daarom, zo klinkt het een tikje hooghartig, ‘hanteren wij een kritisch toelatingsbeleid’.

Het behartigen van elkaars belangen is een loffelijk streven. Praten over het ambacht is nooit verkeerd. Maar moet je je daarvoor per se binden aan een clubje van tien, dat een flink aantal vrouwelijke vakgenoten en in ieder geval al hun mannelijke collega’s buitensluit? Gevraagd naar waarom Moordwijven op sekse discrimineert, antwoordde Ilse Ruijters op het Nederlands Thrillerfestival dat ‘we gewoon tien heel leuke vrouwen zijn’. Je ziet meteen voor je hoe de club is ontstaan: een paar schrijfsters komt elkaar tegen op een terrasje, ze hebben zojuist gelezen over Killer Women en na wat glazen ijsthee, wijn of bier, schetsen ze op een bierviltje de eerste contouren van hun collectief.

Moordwijven wil ‘de uniciteit’ van de groep bewaren. Maar gaat het hier niet juist om de uniciteit van de auteur? Elke schrijver wil zich toch onderscheiden van de ander? Beter en creatiever zijn dan de ander? En dat moet toch vooral voortkomen uit de samenwerking van de auteur met haar redacteur en uitgever? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat op de boeken van Moordwijven-auteurs een Moordwijven-mal wordt gelegd? Als dat wel zo is, dan maakt het geen bal meer uit of je een boek van Marlen Beek-Visser, Nicolet Steemers, Isa Maron, Belinda Aebi of Hilde Vandermeeren (to name a few) koopt. Eén pot nat.

Het valt nog te bezien of de Moordwijven ook maar de minste rimpeling in de vijver van de polderthriller kunnen bewerkstelligen. De status van bestsellerauteur of in ieder geval ‘individueel meer rendement’ gun je ze alle tien, maar of het in het leven roepen van een collectief ze dat broodnodige ‘kontje’ geeft, mag je gerust betwijfelen. Op persoonlijk vlak zullen de tien vast en zeker allemaal moordwijven zijn. Maar als clubje zijn hun intenties vooralsnog vaag, te algemeen en even weinig inhoudelijk als het schilderijframe waarachter de Moordwijven op het Thrillerfestival poseerden voor wie hen ook maar wilde fotograferen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten