05 maart 2013

Lachebek (column, 2013)

DIE VENT

(Door Peter de Zwaan)

Een paar weken geleden schreef ik het stukje 'Nietwaar'. De naam Sylvia Witteman kwam er in voor en dat bleek een voltreffer. Ze was niet zo blij met de column als ik had gehoopt, maar ze toonde klasse en zette het op twitter. Of deed iets waardoor twitteraars het konden lezen.
Het leidde tot enig heen en weer geschrijf, precies zoals dat hoort, een beetje duw- en trekwerk, een paar volgers die lieten zien hoe snedig ze zijn, verspreiding van een paar namen, aandacht.
Mooi werk, zo doen wij columnisten dat, zo houden we onze naam op de tongen en het aantal volgers op peil.
In dit geval leerde ik iets.
Dat ik, geloof ik, ruzie heb met een collega-schrijver. Ik zal de paar regels eerst citeren dan weet u waar ik het over heb.



Ruzie, daar had ik het over. Je zou zeggen dat ik het heb met Saskia Noort. Ik wist daar niets van en het is handig als je dat soort dingen even weet, maar er zijn mensen die een ruzietje graag voor zichzelf houden… tot het ze te veel wordt.
Jaren geleden deed ik mee aan het tv-spelletje 'Herexamen'. Ik zat in een team met Saskia Noort en René Appel. Die dag hebben we elkaar gesproken. Het was de eerste, en de laatste keer. We zijn zeer waarschijnlijk daarna nog wel een of twee keer onder hetzelfde dak geweest, maar ik weet niet of we in elkaars richting hebben gekeken. Ik kan geen gezichten onthouden dus het is mogelijk.
Ik geloof niet dat ik de naam Saskia Noort heb genoemd in een stukje dat ging over beter schrijven, maar ik word ouder en het geheugen begint zijn zegenrijke werk te doen. Ik heb wel in een column (‘Gouden lul’, zie elders op deze website) iets gezegd over de recensente van De Volkskrant die een heel lullig stukje had over het laatste boek van Saskia Noort. De recensente liet zien hoe slim ze was ten koste van het boek en dat leek me geen taak van een recensent.
Maar wel boos. De recensente misschien, Saskia zeker. Die genadeloos toeslaat en mij, die in brede kring bekend staat als de Lachebek der Lage Landen, verzuring toedroomt.
Omdat ze denkt dat ik haar schrijven wil leren. Dat wil ik helemaal niet. Haar niet en iemand anders niet. Want dat is nou net het mooie van schrijven. Dat iedereen voor zichzelf het wiel zit uit te vinden, de een met als basis journalistiek, de ander met in het hoofd een masterclass schrijven (dat is pas erg) of de adviezen van iemand uit de buurt die ooit heeft gepubliceerd.
Daarom zijn er ook zo veel genres. Omdat er niet één persoon of instantie is die het anderen voorkauwt. Saskia heeft succes bij het grote publiek, ik bij jury’s. Ik twaalf nominaties, zij twaalf miljoen lezers/euro’s, kies maar. Als we een jaartje ruilen kan zij zien hoe leuk nominaties zijn en kan ik mijn lopende onkosten dekken en uitgeverij Zwarte Zwaan financieren.
Dat ruilen zal helaas niet doorgaan, want we schijnen ruzie te hebben. Of toch niet? Is er misschien sprake van een vergissing? Een persoonsverwarring? Gewoon algemene ongerichte blinde haat?
Eigenlijk denk ik, en nu moet ik voor mijn slotzin afdalen in de kruipruimte van stijl en goede smaak, dat die griet gewoon een beetje in de war is.

(Deze column is ook te lezen op www.peterdezwaan.nl)

Peter de Zwaan (1944, Meppel) heeft tientallen publicaties op zijn naam staan, misdaadromans en jeugdboeken. Voor acht van zijn thrillers werd hij genomineerd voor de Gouden Strop, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek. Met 'Het Alibibureau' won hij in 2000 de Gouden Strop. In oktober 2012 verscheen De Zwaans nieuwste thriller 'De bruiloften van Annika Kommer'. (Foto Peter de Zwaan: Bob Bronshoff)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten