22 juli 2010

Simone van der Vlugt (interview, 2010)



'Eén boek per jaar haal ik makkelijk'


Ze reist met half Nederland mee in de vakantiekoffer. Simone van der Vlugt, schrijfster van historische jeugdboeken en historische romans, maar bij het grote publiek het bekendst door haar hapklarebrokjesthrillers. 'Ik heb zoveel ideeën, die drijven me voort.'

(Door Marjolijn de Cocq)

Eigenlijk té gênant om te vertellen. Vindt schrijfster Simone van der Vlugt over de enge dingen waarvan ze als kind niet kon slapen. Beertje Colargol, gevangen door een heks. In een kooi, met zijn grote droevige ogen.

Ze snapt niet waarom ze zo'n televisieserie niet een beetje positief lieten eindigen. Nu lag zij in haar bedje, haar ouders beneden luisterend, alle engheid zingend van zich af te fantaseren. 'Heel hard deed ik dat, en ik maakte er een goed einde aan. Zodat het goed overtuigend rechtgezet werd allemaal.'

Met sommige dingen word je echt geboren, denkt van der Vlugt (43). Bij haar is dat haar schrijverschap. Al latent aanwezig in haar jonge jaren, toen ze hele verhalen aan haar poppen vertelde of aan haar denkbeeldige vriendjes, alsof ze toneel speelde met zichzelf. En bewust nagestreefd vanaf haar achtste, toen ze haar eerste 'schrijfseltjes' op de typemachine uittikte.

Nu reist ze mee in menig vakantiekoffer, met haar meest recente thriller Op klaarlichte dag, die hoog kwam in de bestsellerlijsten en sinds de publicatie in mei al meer dan honderdduizend keer is verkocht, of met de vele herdrukken die in de boekhandel liggen. Haar eigen ervaring in de meivakantie, toen ze naar Portugal vloog en Op klaarlichte dag net uit was: 'Grote stapels bij de Bruna op Schiphol. Ja, dan stijg je wel lekker op.'

Hoe verlegen ze als kind ook was, ze wist heel zelfverzekerd dat ze schrijfster zou worden. Leraren zeiden wel dat ze goed kon schrijven, soms werd er een opstel van haar voorgelezen. 'Maar dat had ik niet nodig, ik wist: dát gaat gebeuren. Dat was gewoon mijn wereldje. Ik liet me er niet op voorstaan. Ik praatte er niet over, ik deed het gewoon.'

Het eerste manuscript dat ze op haar dertiende naar een uitgever stuurde, daarvan dacht ze ook gewoon dat het uitgegeven zou worden. Niet gehinderd door enige realiteitszin, over een meisje op kostschool, à la de Pitty en Dolle Tweeling-reeksen die ze zelf las. Ze had de uitgeverij opgezocht in de boekjes die ze zelf in de kast had staan, en ging naar de boekwinkel om het adres te vragen. 'Daar waren ze een beetje verbouwereerd. Wil je geen Mars, of een Caramac?'

Op haar 25ste debuteerde ze met een historisch jeugdboek, De amulet. Ze vond haar genre, won prijzen, werd vertaald. Achttien jeugdboeken heeft ze op haar naam. Maar het was nog een tijd van betrekkelijke anonimiteit. Pas toen ze thrillers ging schrijven, brak ze door bij het grote publiek. 'Het was al prima, 10.000 boeken verkopen per jaar is niet verkeerd. Ik deed al wat ik het liefste deed. Maar op een gegeven moment gaven de jeugdboeken me niet meer wat ik verlangde.'
Ze weet nog goed dat ze haar eerste 'Nicci French' las, een boek van het Britse schrijversduo dat een nieuwe toon aansloeg in thrillerland. 'Ik dacht: dát is de vorm. Iets persoonlijks, gecombineerd met de ontwikkeling van een personage en iets spannends.'

PISTOOL
Het was bevrijdend, ervoer ze, er waren veel minder obstakels dan de historische onderbouwing die ze zichzelf altijd had opgelegd. Niet hoeven te neuzen in encyclopedieën, geen boekwerken doorploegen.

'De reünie, mijn eerste thriller, is best dik. Maar ik heb het in drie, vier maanden geschreven. Ik ging gewoon zitten en hoppekee. Ik was af en toe best onzeker, maar had er plezier in. En plezier is altijd de maatstaf. Als ik geen plezier in het schrijven heb, is er iets mis met het boek.'

Vroeger waren thrillers toch vooral het domein van mannen, zegt ze. Ja, je had natuurlijk Agatha Christie, of schrijfsters als Ruth Rendell. 'Maar ik dacht bij thrillers altijd aan titels als Schot in je nek of Gewurgd in het bos. Met politieke complotten en drugskartels. En een pistool op de cover.'

Zij schrijft over wat vrouwen eng vinden, vanuit hun perspectief. 'Over gezinnen, familie, het onheil dicht bij huis. Zoals dat in het echt ook meestal is.' Want iedereen heeft een randje zwart op zijn ziel, is haar stelling. Probeer je voor te stellen dat iemand je kind iets aandoet. Probeer je voor te stellen dat je man je dagelijks tegen de vlakte slaat.

En dat zijn dan nog de grote voorbeelden. 'Maar zijn we niet allemaal wel eens jaloers? Gniffelen we niet allemaal wel eens om het ongeluk van iemand van wie we vinden dat het hem of haar eigenlijk al veel te lang te goed is gegaan? Het zit nét onder de oppervlakte van wat betamelijk is. Beschaving is eigenlijk maar een heel dun laagje.'

Ze schrijft over herkenbare vrouwen, op letterlijk herkenbare plaatsen. Dat ene restaurant in Leiden, dat woonhuis in Roermond. Het geeft haar steun bij het schrijven, dat ze zo'n interieur niet helemaal uit zichzelf hoeft te putten. 'En het maakt mijn personages echter.'

Het is niet verwonderlijk dat het genre zo succesvol is geworden, vindt ze. 'Vrouwen vormen de grootste lezersgroep. Het is geëxplodeerd en het heeft echt een aparte plaats in de boekenwereld veroverd.'

BEZUREN
Hele dagen zat ze te schrijven, als de kinderen naar school waren, 's avonds als ze in bed lagen. Schipperen met de tijd, ieder moment benut. Maar daarmee heeft ze wel haar lichaam verpest. 'Schrijven is leuk en je wordt er workaholic van. Je wilt zó graag. Maar het is ook werk, je maakt computeruren.'

Het ging mis, nu zo'n tien jaar geleden, op een kinderboekenmarkt in Den Haag. Ze had de hele dag staan praten en glimlachen. 'En ineens bleef mijn kaakgewricht hangen. En tegelijk kwam er een totale uitputting over me heen. Toen ben ik ingestort, een half jaar lang heb ik de hele middag op bed gelegen.'

Voordat je dan weet wat er aan de hand is, zegt ze, is een lange weg. Ze kwam bij een reumatoloog terecht, bleek hypermobiele gewrichten te hebben. Alles wat ze overbelast, gaat ontsteken. En met het vele schrijven, met urenlange lezingen en praatjes was totale overbelasting een feit. 'In die eerste fase dat ik thrillers schreef, zat ik nog in de ontkenning. Maar dat doorgaan moest ik bezuren. Eigenlijk was het ook een soort schrijversburnout.'

Ze heeft nu een 'goed systeem', slikt medicijnen en het schrijven is teruggebracht tot een uur 's morgens en een uur 's middags. Heel efficiënt, haar productie heeft er niet onder geleden. 'Eén boek per jaar haal ik makkelijk. Ik steek mijn beste energie erin. Wat ik vroeger 's middags of 's avonds schreef als ik moe was, moest er vaak toch uit of over.'

Een biefstukje eten, daar zal ze altijd bij moeten nadenken. Kan dat wel? Wat heb ik morgen? Want de meeste last heeft ze nog van haar kaken. Eten, praten, glimlachen. Moeilijk voor iemand met haar hang naar gezelligheid, met alle familie in de buurt in Alkmaar en altijd wel een reden voor een barbecue.

Maar het heeft haar ook wat opgeleverd, zegt ze. Een rijker sociaal leven in ieder geval. 'Vroeger drong altijd maar dat boek. Ik had een soort driejarenplannen. Als een vriendin me opbelde of ik mee ging winkelen, riep ik altijd meteen nee. Ik was heel afhoudend. Hoofdstuk 3 moest af. Maar soms moet je gewoon wat kunnen aanlummelen.'

Ze gelooft niet echt in karma. 'Het is een loterij. Maar als alles in je leven goed gaat, je kinderen doen het lekker, je hebt succes, en je hoort wat voor ellende anderen hebben, dan weet je dat je bijna kunt gaan zitten wachten op de klap.'

Met de gewrichtsproblemen had ze haar portie doem nog niet gehad, ervoer ze afgelopen najaar. Een moedervlek bleek een melanoom, ze had huidkanker. 'De meest onderschatte vorm van kanker. 'Ach wat rot voor je', zeiden mensen vaak. Of: 'Dat schrapen ze toch even weg?' Als je er op tijd bij bent, kun je voor 100 procent genezen. Maar als je te laat bent, ga je voor 100 procent dood.'

Twee weken lang moest ze wachten op de uitslag. Hyperventilatie. Bijna flauwvallen van angst. Ze had een grote wond, wilde het huis niet uit, probeerde de paniek te bestrijden met ademhalingsoefeningen uit een yogaboek. 'Ik hield mezelf twee weken lang in een ijzeren greep.'

Ze maakte ook een bestand aan in haar computer, zat uren en uren te typen, ver over al haar grenzen heen. Zocht alles op over melanomen, kanker, over de kansen op genezing. Toch weer dat schrijven als uitlaatklep, constateert ze zelf bijna verwonderd. Er kwam goed nieuws, er waren geen uitzaaiingen. 'Maar ik durf het nog steeds niet te openen en terug te lezen.'

Misschien leidt het ooit tot een boek. Maar het is niet zo dat ze denkt: dáár moet ik nou eens een roman over schrijven. 'Als dat zich aandient is het goed, maar ik plan niets.' Soms vraagt ze zich af hoe het haar zou zijn vergaan als ze niet zo onomwonden voor het schrijven had gekozen. Als ze wat in het onderwijs was gaan doen met haar studie Frans en Nederlands, die ze nu gewoon heeft laten vallen.

'Wat voor lerares zou ik zijn geweest? Hoe zou ik het gevonden hebben? Maar die nieuwsgierigheid weegt niet op tegen die vrijheid die ik nu heb.' Relatieve vrijheid dan altijd nog, nuanceert ze. 'Ik heb zoveel ideeën, die drijven me voort. Terwijl ik nu met een thriller bezig ben, staat alweer een historische roman op de deur te bonzen.'

(foto auteur: © GPD/David van Dam)


PASPOORT SIMONE VAN DER VLUGT:
Geboren op 15 december 1966 als Simone Watertor in Hoorn.
1986-1992 Studie Nederlands en Frans aan lerarenopleiding Amsterdam
1995 Eerste historische jeugdboek 'De Amulet'.
2004 Thriller 'De reünie', nominatie NS publieksprijs 2005. Gevolgd door 'Schaduwzuster' (2005), 'Het Bosgraf' (2006), 'Het laatste Offer' (2007, nominatie NS Publieksprijs), 'Blauw water' (2008), 'Herfstlied' (2009), 'Op klaarlichte dag' (2010)
2009 Historische roman voor volwassenen 'Jacoba, Dochter Van Holland'
Getrouwd, twee kinderen.
Website: www.simonevandervlugt.nl, twitter.com/simonevdvlugt

Geen opmerkingen:

Een reactie posten