28 april 2007

Paul Stather - De bank (1997)

'De bank' verdient een betere titel




(Door Peter Kuijt)

Naast de 'arrivés' in thrillerland, René Appel, Bob Mendes en Peter de Zwaan, doken onlangs twee verrassende namen op in het rijtje met genomineerden voor de Bruna Gouden Strop 1997: Conny Braam en Paul Stather. Met respectievelijk Zwavel en De bank wisten de twee bij de juryleden de handen op elkaar te krijgen. Stather verraste nog meer door zijn ware identiteit bloot te geven: professor Hugo Verdaasdonk, hoogleraar literatuuronderzoek van de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg.

Verdaasdonk vond het niet meer nodig zich achter zijn pseudoniem te verschuilen nu De bank een Gouden Strop-nominatie waard bleek te zijn. En gelijk heeft-ie: zijn tweede thriller mag gelezen worden. De bank is een intrigerende roman over orgaan- en kinderhandel, snuffmovies en een publiciteitsgeile dominee die niet helemaal spoort.

Net als zijn debuut, De man die Marilyn Monroe was, speelt De bank zich af in Amerika. De held van Stather (of Verdaasdonk, zo u wilt) is John Avati, een net afgestudeerde 'marketeer' en nog geen vijfentwintig. Hij wordt aangenomen bij de afdeling Speciale projecten van Fargo, een grote bank in New York City. De afdeling adopteert een weeshuis, waar Braziliaanse straatkinderen een opleiding kunnen krijgen. Het lukt John vervolgens om Fortuny, de leider van een populaire kerkgenootschap, fondsen voor het weeshuis bijeen te preken.

Dan erft John een miljoenenvermogen van zijn oom, de reder Nathan Avati, die naderhand niet zo rechtschapen blijkt te zijn als zijn neef had gedacht. Als vervolgens kinderen in het weeshuis onder verdachte omstandigheden sterven, de vriendin van oom Nathan ook sneeft en tenslotte de dominee vroeger dan gepland het Hemels Paradijs betreedt, pakt de politie John op op verdenking van moord. De bewijzen tegen hem lijken overweldigend. Gelukkig is daar de roddelpers, die John, zoals Verdaasdonk eerder tegenover het ANP verklapte, uit deze poel van ellende sleurt.

Stather bewijst met De bank een aanwinst te zijn onder de Nederlandstalige thrillerauteurs. De lezer wordt meedogenloos meegesleurd in John Avati's bizarre belevenissen. De van cynisme hoogzwangere dialogen doen soms denken aan een Grisham in zijn betere dagen en de extravagante personages verbluffen je keer op keer. Het boek leest, kortom, als een intercity die slechts bij tijd en wijle enige vertraging oploopt door enkele te gedetailleerde passages: wie interesseert zich bijvoorbeeld voor de kleur en de vorm van de granieten tegels in de lobby van Johns flat? En dan de titel: waarom zo'n kleurloze ABN-achtige naam gegeven aan zo'n kleurrijke roman? De bank verdient beter.

Paul Stather - De bank, uitgeverij Conserve, 346 pag. (genomineerd voor de Gouden Strop 1997)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten